Iedereen wil soms dement zijn

Soms lijkt het warempel alsof er een nieuwe tweedeling in de maatschappij bestaat: een minderheid die lijdt aan dementie en een meerderheid die last heeft van autonomie.

Tot de laatste groep behoort filosoof Sebastien Valkenberg die mij onlangs in dit katern een 'romantische', roze blik op dementie toedichtte. Maar het zijn natuurlijk juist de 'autonomen' die vaak een romantische kijk (van het zwarte soort) hebben, gefascineerd als ze zijn door de duistere kanten van Herr Alzheimer. Alsof een verpleeghuis een poel met gillende kobolden zou zijn.

Zo'n huis is echter net de maatschappij. Ook daar is onderscheid tussen 'autonomen' en dementen. Toen ik er zes jaar geleden kwam werken, verbaasde ik me over het gesegregeerde karakter van de kerkdienst. De echt demente mensen werden geweerd. Een van de eerste dingen die ik deed, was de deur van de gesloten afdeling opengooien, zodat zij samen met de andere bewoners aan de kerkdienst kunnen deelnemen.

Ik ga u een groot geheim verklappen dat iedereen weet: 'autonomen' willen soms niets liever dan dement zijn. Daarmee doel ik op de kern van dementie: ik-verlies. Dat proberen ze te bereiken door een orgasme, een natuurbeleving, opgaan in muziek, een verslaving of sport. ("Even mijn hoofd leeg maken", zei een joggende manager; bijna een echo van verpleeghuisarts Bert Keizer die dementie het 'uitruimen van je hoofd' noemt).

Op een dansfeest raken ze in een trance en in het stadion kunnen ze dan de smerigste dingen roepen, evenals sommige dementerenden doen. Terug naar huis trekken ze nog even een trein uit elkaar, evenals die demente oudere die bij ons de boel kort en klein sloeg. En achteraf zeggen ze: Zijn wij lekker uit ons dak gegaan - bijna even tevreden als de gemiddelde verpleeg-huisbewoner die voor de tv zit te soezen.

Maar is niet een groot verschil dat dementerenden niet kiezen voor hun ik-verlies en 'autonomen' wel? Die keuzevrijheid valt tegen, hoor. Weet u nog hoe u tijdens een concert wilde opgaan in de muziek maar de hele avond werd afgeleid werd door de pluk haar in de oren van de buurman?

'Autonomen' hebben een rigide norm: het is gezond om je ik te verliezen en zo te ontsnappen aan de last van autonomie, maar uitsluitend af en toe. Wie van die norm afwijkt, krijgt een etiket opgeplakt. Mensen die voorgoed hun ik hebben verloren, heten 'dement', terwijl iemand die het nooit lukt om zijn ik kwijt te raken 'autist' is.

Schei toch uit. Een mens is niet allereerst autonoom (onafhankelijk), maar heteronoom (afhankelijk van iets of iemand anders), om het met theoloog Paul Tillich te zeggen. Wij leven door de ander. Dat begint al met onze geboorte uit twee ouders die we niet gekozen hebben. Hun genen grinniken in alles wat je doet. In de opvoeding nestelt de cultuur zich in elk aspect van ons denken en voelen. We kunnen niet zonder zuurstof, water, voedsel en zonlicht uit de natuurlijke omgeving. We zijn als baby's, sabbelend aan de borst van de aardbol. En tussen twee smakken door roepen we: Kijk mij eens autonoom zijn!

Stap een verpleeghuis binnen. Daar sta je oog in oog met de waarheid van het bestaan: in essentie zijn we afhankelijk. Er is geen tweedeling tussen dementen en 'autonomen'. Wij allen leven van genade, om het christelijk te zeggen.

Zoals een bewoner zei: "Dominee, weet je wat ik voor dit hotel betaal? Een scheet en drie knikkers."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden