Iedereen wil populair zijn

Beeld Brechtje Rood

Of we vroeger binnen of buiten de groep vielen bepaalt hoe gelukkig, succesvol en gezond we nu zijn, schrijft een Amerikaanse psycholoog. Dragen we dat ellendige schoolplein echt voor altijd met ons mee?

Het is vrijdagmiddag, het sneeuwt. Mijn dochter en ik kijken de nogal openhartige documentaire over Lady Gaga (‘Gaga: Five Feet Two’) op Netflix en jee, wat moet die beeldschone vrouw die er altijd zo ontzettend cool uitziet toch vaak huilen, dan weer van de pijn in haar lijf en dan weer van de emoties, omdat ze dood- en doodeenzaam is, omdat ze de hele dag omringd wordt door mensen, mensen die haar aanraken, die haar make-up, kleding en haar doen, door masseurs, artsen, assistenten, producers, managers en fans - haar little monsters die zo belangrijk voor haar zijn. Maar aan het eind van de dag, zegt Stefani Germanotta, zoals Gaga in het echt heet, gaan al die mensen naar huis, naar hun geliefden, en ligt zij alleen in bed.

Een nieuw inzicht voor mijn vijftienjarige - voor wie haar leeftijdsgenoten en erbij horen extreem belangrijk zijn en die graag kijkt naar populaire YouTubers als de blonde dudes Jake en Logan Paul, die niets anders doen dan met hun vlotte vrienden voor de camera verschijnen en schreeuwen, en die bijvoorbeeld voor de lol het servies kapotgooien in hun grote villa’s en daarmee miljoenen volgers en dollars vergaren. En o ja: af en toe doen ze iets voor een ziek kind. Ogenschijnlijk zijn ze altijd uitgelaten. Mijn dochters nieuwe inzicht: dat je zo immens populair, rijk en succesvol kunt zijn als Lady Gaga en tegelijkertijd zo ongelukkig en eenzaam. Misschien drukt Jake Paul als de camera uit is ook weleens wat tranen in zijn kussen? Het is zoals de Britse filosoof Alain de Botton ons gemankeerde ego al beschreef in ‘Statusangst’: als een lekkende ballon die voortdurend liefde van buitenaf nodig heeft om opgeblazen te blijven en die gevoelig is voor de kleinste speldeprikjes.

Groot onderscheid 

Die combinatie van een hoge status hebben en ongelukkig zijn komt vaak voor, lees ik in het zojuist verschenen boek ‘Populair, de kracht van innemendheid in een wereld geobsedeerd door status’ van de Amerikaanse hoogleraar psychologie en neurowetenschappen Mitch Prinstein. Want er is een groot onderscheid tussen status hebben en daardoor populair zijn, of populair zijn omdat je innemend en aardig bent. Status hebben, bewonderd worden, maakt ons niet per se gelukkiger, schrijft Prinstein. Aardig gevonden worden wel.

Het wekt een nogal Amerikaanse indruk, dit boek. Het lijkt bijna een soort handleiding: hoe voed je je kinderen dusdanig op dat ze populair worden? Want ja, in een land waar highschoolfilms en -series een klassiek genre zijn, omdat de scholen daar bevolkt worden door grote aantallen gemene Queen Bee-meisjes die gespecialiseerd zijn in negeren en afwijzen, is impopulariteit natuurlijk het allerergste wat je kan overkomen.

Blij 

Ik ben stiekem blij met de film over Gaga, die in haar jeugd als buitenbeentje veel is gepest, en die kennelijk nu nog veel moeite heeft er een niet al te wankel zelfbeeld op na te houden. Eerder namelijk al vroeg ik mijn dochter of ze iemand kende, een ster, een beroemdheid, iemand die ze bewondert, die wél een vlekkeloze jeugd had gehad. Vlekkeloos want populair, nooit moeite hoeven doen erbij te horen…? Ik vroeg het omdat ze net verwikkeld was in meisjesgedoe, een onnavolgbare keten van ruzie en roddel, negeren en afwijzen zoals alleen pubers die kunnen maken. Ook iets met een Queen Bee en haar volgers.

Ik ken de harde mechanismen van binnen- en buitensluiten uit mijn eigen jeugd maar al te goed. Na een verhuizing van de Randstad naar een klein dorp in Brabant was het reuze-ingewikkeld in de nieuwe, sterk hiërarchische sociale vriendinnenmores te passen, zeker als je de onuitgesproken regels niet kende, laat staan begreep. Ik stond het ene moment binnen, het andere weer buiten de groep.

Niet zomaar voorbij 

Zulke ervaringen zijn ook niet zomaar voorbij als je klaar bent met de middelbare school, schrijft Prinstein. In die zin heeft hij een deprimerende boodschap: met z’n populariteit is een mens zijn leven lang zoet. Terwijl ik mijn dochter net probeer aan te praten dat interessante, bijzondere en creatieve mensen vaker de buitenbeentjes zijn geweest, de onaangepasten. En dat het ook niet zo verschrikkelijk is om af en toe niet met de groep mee te doen. En misschien ook, maar dat zei ik niet, dat het ook niet zo heel erg is om af en toe eenzaam en ongelukkig te zijn, met de nadruk op af en toe.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Beeld Brechtje Rood

Maar Prinstein, die zelf als veel te kleine puber met gekleurde brillenglazen erg is gepest en nu overvolle collegezalen trekt, legt uit dat erbij willen horen juist het instinct is dat ons in de evolutie heeft doen overleven: de mens die gevoelig is voor de angst om verlaten te worden, keert terug naar de groep. De wens erbij te horen is kennelijk belangrijk voor het overleven van de soort, het is een gevoeligheid die zelfs valt terug te lezen in onze DNA-structuur; een diepgeworteld mechanisme dat ons kennelijk in moderne tijden niet heeft verlaten. Het wordt ons heus niet fataal als een facebookvriend ons verlaat, of als we weinig likes op die geinige instagramfoto krijgen, maar toch blijft het lichaam reageren zoals duizenden jaren geleden. En, erger: het mechanisme verlaat ons ook niet als we ouder zijn geworden dan vijftien. Dat ellendige schoolplein, dat dragen we eeuwig met ons mee.

Allerlei tests 

Prinstein en zijn studenten deden de afgelopen jaren allerlei tests en hij beschrijft ook nog eens vele onderzoeken van anderen. Over dat kuddegedrag, wat we allemaal doen en hoe we ons aanpassen om erbij te horen. Slechte muziek bijvoorbeeld hoog waarderen, alleen maar omdat we denken dat een populair persoon dat ene nummer ook goed vindt. Of dat pubers om dezelfde reden riskante dingen gaan doen als alcohol drinken of drugs gebruiken. En het gaat niet alleen om een zekere psychische gesteldheid, nee, populariteit beïnvloedt ook ons fysieke gestel, onze gezondheid. Er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat impopulariteit, afgewezen worden, net zo ongezond is als roken, als je naar de sterftecijfers kijkt.

Mensen zonder een goede relatie of een sterk sociaal netwerk, hebben een veel grotere kans om vroegtijdig te overlijden.

De hoogleraar maakt zich zorgen over de groeiende nadruk op status in tijden waarin sociale media zoveel aandacht opslurpen van met name tieners, waarin je op YouTube 13.000 verschillende filmpjes kunt vinden over hoe je de perfecte selfie maakt, en maar 400 over hoe je aardiger overkomt - waarvan de meeste ironisch genoeg toch weer gaan over het verkrijgen van meer status. In die zin valt zijn boek vooral te lezen als een pleidooi voor oprechte aardigheid en menselijkheid.

Eindeloze pleidooi 

Maar wat heb ik nu aan deze inzichten als moeder van mijn dochter en haar hoogst ingewikkelde en gevoelige sociale netwerk? (De moeders komen in het boek sowieso veelvuldig aan bod, ergerlijk veel meer dan de vaders, als de figuren met grote invloed op de ontwikkeling van hun kinderen en de mate waarin ze aardig gevonden worden). En ineens begint het echt te irriteren, dat eindeloze pleidooi voor aardigheid, leuk zijn, populair zijn, dat je het beste wordt door je aan te passen, en niet door op te vallen, zo zegt Prinstein het letterlijk in zijn slothoofdstuk. Aanpassen? Aan wie eigenlijk precies?

En dan is er nog dat andere juk, dat juk van gelukkig te moeten zijn. Of in ieder geval: van het idee dat onze kinderen van elke vorm van ongeluk gevrijwaard moeten blijven. In een artikel over pesten in De Groene Amsterdammer werd een tijdje geleden de Britse psychologe Helene Guldberg geciteerd. Ze reageerde op een nieuwe Britse anti-pestcampagne, die volgens haar impliceerde dat een kind recht heeft op permanente aardigheid en vriendelijkheid. Een problematische aanpak die vanzelf leidt tot slachtofferschap, aldus Guldberg. Kinderen hebben ook het recht elkaar niet aardig te vinden.

Onttrekken 

Aan het juk van die populariteit, van altijd maar aardig gevonden moeten worden, bij de groep blijven, binnen de stroom, kun je je ook onttrekken, ook al zegt de evolutie dat het zo nu eenmaal gaat. Het levert ook iets op.

Ik denk aan de ‘Think Different’-campagne van Apple (een merk dat overigens extreem slim is in het oproepen van het erbij-willen-horen-gevoel) met beroemde dwarse geesten als Gandhi en John Lennon. Of aan de jongen op de duikplank in die reclame van Amev, van lang geleden. Die moest springen maar niet durfde. En uiteindelijk terugliep. Of aan dat ene meisje op mijn middelbare school, dat dan weer met blauw haar, in een oude trouwjurk of in een cowboypak verscheen, inclusief klappertjespistool. Nee, ze maakte het zichzelf niet makkelijk, maar wat vond ik haar stoer.

Dwarsigheid is nodig om je eigen mening te vormen, op te staan voor jezelf. Om zelfstandig te worden en zelfstandig te denken. En daarvoor is het ook niet erg om af en toe op jezelf te staan, zonder een groep. Alleen te zijn, een tikje eenzaam misschien.

Mitch Prinstein: ‘Populair. De kracht van innemendheid in een wereld geobsedeerd door status’ (De Arbeiderspers, € 19,99).

Lees ook:

Zweden kent het hoogste percentage eenpersoonshuishoudens van Europa. Toch voelen weinigen zich alleen. 'Mensen zijn veel gelukkiger in een individualistische maatschappij.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden