Iedereen wil graantje meepikken

Hebzucht en politieke twisten hinderen opgravingen in Koerdisch deel Irak

"Als ik dit had geweten, had ik gekozen voor een onbewoonde heuvel", verzucht Wilfred van Soldt, hoogleraar Assyriologie aan de Universiteit van Leiden. Hij leidt archeologische missies in het nog onontgonnen Koerdische deel van Irak, maar stuit bij zijn zoektocht naar het paleis van een koning uit de twaalfde eeuw voor Christus op talloze obstakels.

Dat er in Koerdisch Irak gegraven kan worden, is relatief nieuw. "Onder de Britten en daarna onder Saddam waren opgravingen in Koerdisch gebied verboden", zegt Siamand Banna, oud-ambassadeur van Irak in Nederland. "Terwijl de geschiedenis hier zo rijk is!" Het tweestromenland Irak is bekend uit de Bijbel, en meerdere culturen volgden elkaar er op.

Historicus Banna leidde zowel in Irak als in Nederland een succesvolle lobby om het verleden in Koerdistan op te graven. Daardoor kon archeoloog Van Soldt in 2006 een samenwerkingsakkoord met de Salahadin-universiteit in Erbil tekenen en op zoek gaan naar een geschikte graaflocatie.

Hij bezocht twintig plekken, maar zijn keus viel op Satoe Kala, een heuveldorp aan de Zab-rivier. Slingerend langs de voet van de heuvel creëert die een strook groen in het droge Koerdische berglandschap. De locatie leek Van Soldt veelbelovend (zie kader), en zal door de bouw van een dam in de toekomst bovendien onder water komen te staan. Bovenop de heuvel (de zogeheten 'tel') hebben dorpsbewoners onder leiding van het archeologenteam inmiddels op vijf plaatsen laag na laag blootgelegd.

De vindplaatsen zijn afgedekt tot komende zomer, als Van Soldt een nieuwe missie hoopt te financieren. Zijn project ligt inmiddels flink achter op schema, omdat de arbeiders uit het dorp herhaaldelijk in staking gingen. De dorpelingen verwachten dat alle inwoners schadeloos worden gesteld en vinden dat hun eisen onvoldoende weerklank vinden bij de Koerdische autoriteiten. Zoals bij de minister die verklaarde dat 'er alleen schade wordt vergoed als er schade is'.

"Er wonen ongeveer vijftig mensen op de tel", wijst Van Soldt, door het dorp lopend. De meeste gezinnen wonen in modderhuizen, zoals die hier al eeuwenlang worden gebouwd. Maar aan de voet van de heuvel zijn recentelijk huizen slordig opgetrokken uit betonblokken - door mensen die een graantje willen meepikken. De betonnen skeletten zijn onbewoond.

"Toen de heuvelbewoners geld was beloofd, is de rest van het dorp hebberig geworden", zegt oud-ambassadeur Banna in de Koerdische hoofdstad Erbil. Het dorp had zich nooit geroerd als Irak nog een dictatuur was geweest, stelt hij: "Het is een typisch geval van democratie die zich tegen ons keert."

Maar hebzucht is niet het enige obstakel dat Van Soldt op zijn pad vindt: ook politieke twisten hinderen zijn project. Satoe Kala ligt in de provincie Erbil, waar de grootste Koerdische partij KDP heerst. Maar in het dorp steunt men de tweede partij, de PUK. Als gevolg daarvan zien functionarissen uit Erbil die zich met de missie bemoeien, geen enkele reden om zich voor de inwoners van Satoe Kala in te zetten. Een oplossing van het financiële conflict blijft zo ook ver uit zicht. Omdat hij afhankelijk is van de medewerking van lokale arbeiders zag Van Soldt zich gedwongen daar kostbare onderzoekstijd in te steken. Verhitte gesprekken in de moskee bovenop de heuvel leverden weinig op.

Banna wijst nog op een fundamenteel probleem voor de archeologie in Koerdistan: het amateurisme van de plaatselijke archeologen. "Het probleem is inefficiëntie en onprofessionaliteit. In het Westen houden archeologen van hun vak. Hier hebben ze archeologie gestudeerd omdat ze geen andere keus hadden, en hebben ze als ambtenaar een baan voor het leven. Hun kennis is beperkt en ze willen hun kleding niet vuilmaken."

Toch blijft Banna geloven in de onderneming. Hij belooft dat de volgende missie beter zal gaan. Want: "Als Van Soldt hier een Pompeï zou vinden, dan heeft hij alle politieke leiders achter zich."

Paleis van koning Abbizeri
"Het waren de bakstenen met inscripties die uit een oude paleismuur kwamen, die de doorslag gaven in Satoe Kala te gaan zoeken", zegt Wilfred van Soldt. Die inscripties tonen dat 'een koning in de stad Idu, dit paleis heeft herbouwd' - wat herinnert aan de stenen die Saddam Hoessein van zijn initialen voorzag om delen van Babylon te herbouwen. Van Soldt heeft niet veel hoop meer dat hij onderaan de tel nog een echt paleis aantreft, "daarvoor zijn te veel stenen in de hogere lagen teruggevonden. De muren zijn hergebruikt voor de latere bewoning, en tot in de verre omtrek teruggevonden."

Van Soldt gaat ervan uit dat het paleis in de twaalfde eeuw voor Christus gebouwd is door koning Abbizeri, dat zijn zoon Ba'ilanu het vergroot heeft, dat zij tot een dynastie behoorden die in de schaduw van de Assyriërs leefde, en dat Satoe Kala (toen Idu) een redelijke stad moet zijn geweest. "We dachten dat als we de muren van het paleis zouden vinden, we daar ook kleitabletten zouden aantreffen, maar dat lijkt me nu onwaarschijnlijk. Mede door alle politieke problemen is het afgraven van de hele tel te duur en te tijdrovend."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden