Iedereen wil bij de maffia

(Trouw) Beeld AP
(Trouw)Beeld AP

Ciudad Juárez is niet de enige stad in Noord- Mexico die door drugsgeweld wordt geteisterd. Waarom zijn de gevolgen juist daar zo groot en gruwelijk? „De sociale structuur is kapot. Het voelt alsof de stad langzaam stikt.”

Fotograaf Raúl Lodoza van dagblad El Diario kijkt zoekend om zich heen, terwijl hij tussen het vuil op de stoffige straatjes rondslentert. Een kwartier geleden hoorde hij dat er een executie zou zijn geweest, maar hij ziet geen spoor.

Hij benadert een oud vrouwtje, dat wezenloos voor zich uit staart voor de deur van haar huis. „Heeft u iets gehoord of gezien, mevrouw?” Plots begint ze te huilen. „Ja, ze hebben net mijn kleinzoon vermoord. Ze hebben hem meegenomen naar het Rode Kruis, maar hij is onderweg overleden.”

Gemaskerde forensisch onderzoekers van het openbaar ministerie hebben de oprijlaan bij het Rode Kruis afgezet. Van een afstandje zien we alleen de knie van het 20-jarige slachtoffer uit een blauwe auto steken. Hij is de derde geëxecuteerde van de dag, er zullen er vandaag nog zeven volgen.

Buiten de hulppost kijkt María Antonia Ruelas, een vrouw van middelbare leeftijd, verslagen toe. „Dit kan zo niet langer. Ze vermoorden kinderen, ze onthoofden mensen. We worden niet beschermd. De politie en de militairen komen altijd te laat. Dit was ooit zo’n mooie stad Nu willen we allemaal weg. De rijken pakken hun boeltje. Wij, die niks hebben, blijven achter en moeten maar hopen dat het ooit goed komt. We hebben genoeg van het geweld.”

Dit is Ciudad Juárez, aan de grens met de Verenigde Staten in de Noord-Mexicaanse deelstaat Chihuahua. Met 1,5 miljoen inwoners is het een van de grootste steden van Mexico. En met 2600 moorden in 2009 is het met afstand de gewelddadigste.

Juárez is het symbool van het uit de hand gelopen drugsgeweld in Mexico. Sinds 2008 is de stad het toneel van een onvoorstelbaar bloedige territoriumstrijd tussen twee machtige en zwaargewapende criminele organisaties. Aan de ene kant is er het lokale Juárez-kartel, in de volksmond La Línea (de lijn) genoemd. Zijn aartsvijand is het Sinaloa-kartel, dat wordt geleid door Joaquín El Chapo Guzmán Loera, de meest gezochte crimineel van het land.

De dramatiek van Juárez wordt nog eens versterkt door de glimmende wolkenkrabbers van El Paso, net over de grens in Texas, die overal vanuit de stad zijn te zien. El Paso is de op één na veiligste stad van de Verenigde Staten.

Ooit was Juárez een van de meest dynamische steden van Mexico. In de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide de stad explosief, toen aan de grens vrijhandelszones tussen Mexico en de VS werden opgezet. Juárez werd een centrum van de zogeheten maquiladora, honderden fabrieken die onderdelen produceren voor buitenlandse bedrijven. Gedurende twintig jaar was Juárez een van de meest aantrekkelijke plekken in Mexico om te investeren.

Die situatie veranderde in de jaren negentig. De stad werd het theater van honderden, tot op de dag van vandaag meestal onopgeloste vrouwenmoorden. Begin deze eeuw begon daarnaast het drugsgeweld steeds problematischer te worden.

In 2006 trad Felipe Calderón aan als president en maakte van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in Mexico zijn prioriteit. Hij stuurde tienduizenden soldaten en federale politieagenten het land in om de drugkartels te bestrijden, waarvan een flink deel naar Chihuahua en Ciudad Juárez vertrok. Die raakten slaags met La Línea, waarna ook nog eens de invasie uit Sinaloa volgde.

De gevolgen zijn ontstellend. Juárez is dagelijks het toneel van schietpartijen en – soms zeer brutale – executies. Zo zijn er eind januari vijftien tieners doodgeschoten op een feestje. De politie vermoedt dat de daders ze abusievelijk hebben aangezien voor dealers van een rivaliserend kartel. In juni volgde een slachtpartij in een afkickcentrum, waarbij negentien patiënten werden geëxecuteerd. Sommige executies zijn bijzonder gruwelijk: lichamen van slachtoffers worden onthoofd, verminkt of opgehangen aan een brug als waarschuwing aan rivaliserende kartels.

„Het vele geweld in Juárez is alarmerend”, verzucht Jaime Albert Torres, woordvoerder van de gemeente. „Vroeger was de drugshandel praktisch onzichtbaar, er waren veel minder executies en ze gebeurden buiten het zicht van de burgers. Toen de Amerikanen in de jaren negentig de grens strenger beveiligden, werd het voor de kartels moeilijker om drugs over de grens te smokkelen. Het verkoopgebied verplaatste zich naar de stad zelf; we werden consumenten.”

Volgens Torres ligt daar de bron van het huidige geweld. „Andere groepen kwamen naar de stad en begonnen de plaza te bevechten.”

De plaza, Mexicaans voor territorium, van Juárez is een van de meest winstgevende van Mexico, op jaarbasis naar schatting vijf miljard dollar waard. Toen de komst van het Mexicaanse leger La Línea verzwakte, zag het Sinaloa-kartel zijn kans schoon om Juárez binnen te trekken. Het resulteerde in een ongekende geweldsgolf.

De drugsoorlog maakte van Juárez een desolaat oord. Uit angst voor het geweld en de afpersingen is naar schatting een kwart van de bevolking de stad ontvlucht. 40 procent van de bedrijven heeft de deuren moeten sluiten. De straten zijn ’s avonds leeg en sommige ook overdag: 116.000 huizen zijn door de bewoners verlaten. Vele Juarenses met genoeg geld zijn vertrokken naar de Amerikaanse zusterstad El Paso. De economie over de grens profiteert daarvan.

„Niemand durft zijn huis meer uit. We zijn allemaal bang dat we worden geraakt door verdwaalde kogels, overal zijn schietpartijen”, zegt taxichauffeur Roberto. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant, uit angst vermoord te worden.

Hij rijdt door het Pronaf-district, een welvarende wijk die bekendstond om de vele bars en restaurants. Nu, om een uur of negen ’s avonds, is het er donker en stil. „Het is niet alleen het geweld dat de stad de nek omdraait”, zegt Roberto. „De kartels persen ook op grote schaal bedrijven af. Neem de eigenaars van een taxistandplaats. Die moeten iedere week een cuota betalen aan la mafia, een vast bedrag per auto. Doen ze dat niet, dan steken ze onze auto’s in brand of vermoorden ze ons. Met winkels, restaurants en bars is het niet anders.”

In het verarmde Ciudad Juárez zijn een kleine achthonderd straatbendes actief, die op straat het vuile werk opknappen voor de kartels. Ze variëren van kleine groepjes jongeren die een enkele straat als territorium hebben, tot groepen als Los Aztecas en de Artistas Asesinos (’Moordkunstenaars’) met duizenden leden.

Meer dan 50.000 mensen zouden direct bij de drugshandel in de stad betrokken zijn, waarvan een groot deel lid is van een of andere bende. In de Cereso-gevangenis in Juárez zitten ruim 2000 bendeleden gevangen, gescheiden van elkaar om bloedbaden tussen rivaliserende bendes te voorkomen.

Jesús García (30), voormalig lid van de Aztecas, is een van hen. Hij zit achttien jaar wegens moord, waarvan hij er nog acht heeft te gaan. Mager van postuur en vol tatoeages, de emblemen van zijn bende, praat hij zacht en monotoon. „Toen ik nog buiten was, was het rustig in de stad. Nu is alles naar de klote. De plaza is niet groot genoeg voor twee kartels. Er komt geen wapenstilstand, geen vrede. Het geweld blijft doorgaan tot er één groep overblijft.”

Hij meent dat slechte economische situatie van de stad een belangrijke reden is voor jongeren om de drugshandel in te gaan. „Iedereen wil bij de kartels, je kunt er grof geld verdienen. De kartels zoeken onze hulp voor drugs- en wapenhandel, liquidaties, afpersingen. Het is erg aantrekkelijk om voor ze te werken. De staat doet te weinig om werk te creëren. Veel jongeren zien dus geen andere optie.”

In zijn snikhete kantoortje klaagt gevangenisdirecteur Gerardo Ortíz Arellano over de ongelijke strijd van de autoriteiten tegen de kartels. „We vechten tegen groepen die meer geld, betere wapens en meer macht hebben dan de autoriteiten. Maar meer politie is geen oplossing. Ik kom regelmatig in El Paso. Ik heb daar in vijf jaar misschien vijf politieagenten gezien. En het is één van de veiligste steden van de VS!”

Juárez is niet de enige stad in Noord-Mexico die met drugsgeweld te maken heeft. Ook plaatsen als Tijuana, Monterrey, Nuevo Laredo en Culiacán worden geteisterd door drugsbendes die elkaar en de autoriteiten op leven en dood bevechten. Ook is het niet de enige stad die strategisch ligt ten opzichte van de VS. Het geweld in Juárez overtreft echter dat in alle andere steden in het land.

Waarom is de situatie juist in Juárez zo ernstig?

Ortíz Arellano noemt de maquiladora-industrie als hoofdverantwoordelijke van de problemen. „Toen die in de jaren zeventig naar Juárez kwam, gingen hele families voor weinig loon in die fabrieken werken. Vader, moeder, de oudere broer en zus, iedereen was de hele dag weg. De kinderen belandden zonder ouderlijk toezicht op straat. Het zorgde voor gebroken gezinnen, die vele kinderen in de armen van de straatbendes en criminaliteit dreven.”

„Onzin, de maquiladora is helemaal niet verantwoordelijk voor wat er nu in Juárez gebeurt”, zegt Lucinda Vargas. Ze is als econome aan de ITESM, de technische universiteit van Monterrey, waar enkele maanden geleden nog twee studenten werden doodgeschoten. Vargas is een van de initiatiefnemers van het ’Strategisch plan van Juárez’, een burgerinitiatief om de leefbaarheid van de stad te verbeteren.

„Het probleem zit hem erin dat de Mexicaanse overheid voor een dubbeltje op de eerste rang wilde zitten. De maquiladora betaalde belasting aan de regering, maar Chihuahua en Juárez zagen daar nauwelijks iets van terug. Daardoor groeide de stad enorm snel, maar kwamen er nauwelijks sociale voorzieningen. De overheid nam haar verantwoordelijkheid niet. Waar is de kinderopvang in Juárez? Waar is het openbaar vervoer? Wij Mexicanen zijn zelf verantwoordelijk voor de ellende, we hebben veel te weinig geëist en nu zitten we met de problemen.”

Priester Mario Maríquez, die een katholieke missie in een sloppenwijk in Zuid-Juárez heeft opgezet, vecht dagelijks tegen die sociale problemen. Het geweld en de economische crisis zorgden een verloren generatie, meent hij. „De jongeren die nu tussen de 20 en 35 jaar zijn, hebben geen enkele culturele ontwikkeling. Hun ouders werken in de maquiladora en hebben hen in de steek gelaten, ze groeien op straat op. Ze hebben geen controle over hun emoties, kunnen zich niet uiten en worden daardoor snel gewelddadig. Acht op de tien gevangenen in Juárez zijn door hun ouders verlaten.”

Om die problemen tegen te gaan, organiseerde Maríquez in zijn parochie het project ’Om Tien uur Thuis’, waarmee hij ouders en kinderen in de buurt probeert te overtuigen ’s avonds niet meer op straat rond te hangen.

Het project is redelijk succesvol, maar Maríquez geeft toe dat het soms vechten tegen de bierkaai is. „Juárez heeft een gebroken sociale structuur. Het voelt soms alsof de stad langzaam stikt.”

Behalve het drugsgeweld en de sociale problemen kampt Juárez ook met corruptie. Zowel de lokale als federale politie worden ervan beschuldigd banden te hebben met de georganiseerde misdaad. In augustus protesteerden enkele honderden woedende federale politieagenten bij een van de hotels waar hun commandanten zijn ingekwartierd, die zij beschuldigden banden te onderhouden met de kartels. Inderdaad werden in de kamer van de commandanten drugs en wapens gevonden.

Gemeentewoordvoerder Jaime Albert Torres ontkent de beschuldigingen niet. „Het is zo dat er autoriteiten bij de drugshandel zijn betrokken, wat de strijd tegen de criminaliteit moeilijker maakt. De gemeentepolitie was altijd al gewend om twee bazen te hebben: de overheid en de drugsbendes.”

Opschoning van het lokale politiekorps heeft daarom prioriteit, vindt hij. „We proberen hun werk aantrekkelijker te maken, door ze beter salaris en pensioen te bieden, ze de mogelijkheid te geven een krediet op te nemen. We moeten een gezond, professioneel politiekorps hebben.”

En de federale politie? „Daar hebben we helaas geen controle over”

De situatie in Juárez lijkt hopeloos, maar Torres blijft optimistisch. „We merken dat door het geweld de blik van de wereld nu op Juárez is gericht en daar zijn we blij mee. Dit gaat niet eeuwig duren, er wonen heel veel goedwillende mensen in deze stad. Criminelen komen uit de maatschappij. Willen we Juárez weer gezond maken, dan moeten we de sociale structuur van de stad herstellen. In het verleden had men de visie niet om de problemen van de stad aan te pakken.” De federale regering neemt een sleutelpositie in. „De stad heeft heel weinig budget, dus de samenwerking met de autoriteiten in Mexico Stad moet beter.”

Juárez heeft het optimisme van mensen als Torres nodig, want het geweld neemt er eerder toe dan af. Er vielen dit jaar al 2000 slachtoffers, dus is de verwachting dat er dit jaar fors meer mensen sneuvelen dan een jaar geleden.

In Oost-Juárez vinden we een van hen. Een vrouw van rond de 50, geëxecuteerd en in dekens gewikkeld op een straathoek gedumpt. De federale politie heeft de plaats-delict afgezet en wacht op de ambulance van het Rode Kruis. Buurtbewoners kijken toe, zwijgend, wachtend op het moment dat dit soort scènes weer een zeldzaamheid wordt.

Juárez is zijn nachtmerrie voorlopig nog niet voorbij.

Moeder van een geëxecuteerde jongen treurt bij het lichaam van haar zoon. ( FOTO JAN-ALBERT HOOTSEN) Beeld
Moeder van een geëxecuteerde jongen treurt bij het lichaam van haar zoon. ( FOTO JAN-ALBERT HOOTSEN)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden