Iedereen wacht tot jij wat doet of zegt

In zijn paspoort staat: musicus! Maar Lawrence Renes, half in de twintig, is dirigent. Daar bestaat sinds zijn spectaculaire debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest, waar hij afgelopen maart op zeer korte termijn inviel voor een zieke Riccardo Chailly, geen twijfel meer over. Waarom wil een musicus dirigent worden?

Bij Renes begon het dirigentenbloed te kriebelen toen hij als veertienjarige violist Tsjaikovsky's vierde symfonie speelde bij het Nationaal Jeugd Orkest onder leiding van Adam Gatehouse. “Tijdens dat concert speelden we ook Wagners ouverture tot 'Die Meistersinger von Nürnberg', maar dat vond ik toen een dom stuk. Die Vierde van Tsjaikovsky, dat was het helemaal. Ik ging vervolgens naar alle groepsrepetities en zat bij tutti-repetities achteraan bij de tweede violen in partituren mee te lezen. Ik ontdekte dat de hoorns allemaal verkeerde noten bliezen; wist ik veel van transponerende instrumenten!”

Maar de interesse was gewekt. Renes ging video's bekijken van dirigenten, verdiepte zich in het vak en deed vervolgens toelatingsexamen op het conservatorium. Daar werd hij afgewezen met de reden dat hij veel te jong was en maar terug moest komen als hij vijfentwintig was. Renes hield echter vol en deed het jaar daarop weer toelatingsexamen, nu met gunstig resultaat.

Op acht september wordt het Nederlandse operaseizoen geopend in Arnhem, waar de Nationale Reisopera met Mozarts 'Le nozze di Figaro' aan het eerste seizoen van de nieuwe intendant Louwrens Langevoort begint. Dirigent is Lawrence Renes die hiermee zijn entrée maakt in de operabak. Renes dirigeerde weliswaar kleinere operaprodukties bij de operaklas van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, bij de Stichting Kameropera Nederland en als assistent van Kenneth Montgomery bij de Opera van Belfast, maar met Mozarts Figaro gaat hij voor het eerst echt het diepe in.

Nog onpeilbaarder diepten trotseerde Lawrence Renes bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Zijn succesvolle entrée daar heeft hem veel goodwill en bekendheid bezorgd, maar het is Renes absoluut niet in de bol geslagen. Ontspannen en nuchter praat hij tussen de repetities voor de 'Nozze' over zijn werk.

“Dat concert met het Concertgebouworkest viel achteraf gezien erg mee, dat was echt niet zo moeilijk”, zegt Renes zonder een spoor van valse bescheidenheid of zoiets. “Invallen, dat is niet het echte vak. Zo'n concert dat gaat wel; de repetities - in mijn geval één repetitie - die zijn pas moeilijk. Dat vond ik echt heel eng. Iedereen wacht tot jij wat doet of zegt en al die bekende gezichten die je voor je ziet! Dat wil zeggen: jij kent hen van veelvuldig concertbezoek - zij kennen jou niet. Het begon dan ook wat stroef, die repetitie, maar allengs merk je bemoedigende blikken om je heen op en voel je dat de musici je zullen helpen. Ook het telefoongesprek met Riccardo Chailly heeft enorm geholpen. Hij had het volste vertrouwen in me en gaf me voor honderd procent zijn zegen.”

“Toen Jan Zekveld mij opbelde, heb ik in eerste instantie nee gezegd. Vervolgens probeerde ik een paar mensen te bellen, maar die waren geen van allen thuis. Ik kreeg uiteindelijk mijn beste vriend te pakken en die zei meteen dat ik het moest doen. Na een gesprek met mijn manager heb ik uiteindelijk de beslissing genomen om het te doen. Pas toen ik bij de chauffeur van het Concertgebouworkest in de auto zat, ging er door me heen: goh!, ik moet vanavond een concert geven. Ik had mijn zenuwen goed in bedwang. Natuurlijk heb je spanning, maar die helpt je de concentratie te vinden. Je moet ook niet gaan denken aan de twaalf camera's die op je gericht staan. Na afloop was ik echt kapot, maar het was zo leuk om te doen.”

“Wat heel erg meespeelde in die beslissing was het programma. Als het andere stukken waren geweest had ik het niet gedaan. Lutoslawski's Concert voor orkest bijvoorbeeld, of de negende symfonie van Schubert; daar ben ik nog niet klaar voor. Maar 'Ein Heldenleben' van Strauss dat was een makkie; dat stuk had ik net vele malen gedaan met het Nationaal Studenten Orkest, dat kende ik van haver tot gort. Bartóks Concert voor orkest had ik weliswaar nog nooit gedirigeerd, maar ik heb het als violist wel gespeeld met het Nationaal Jeugd Orkest. Instinctief wist ik dat dit ook een stuk voor mij was. Al met al een fantastisch programma, een perfecter debuut, qua programmering, kun je haast niet maken.”

Voorzienigheid. Dat woord neemt Renes aarzelend in de mond, maar het speelt volgens hem wel mee. Toch had het heel anders uit kunnen pakken als Renes toevallig geen vrije week had gehad. Toen hij een tijdje geleden met een Zeeuws orkest een programma deed, kwam plotseling het verzoek binnen of hij een aantrekkelijk concert kon dirigeren in het Londense Barbican Centre met soliste Barbara Hendricks. Renes weigerde omdat hij zich aan het contract in Zeeland wilde houden.

“Mensen moeten weten wat ze aan je hebben. Als orkesten het onderling eens kunnen worden is het wat anders, maar ik zal nooit uit eigener beweging een contract breken. Na die vrije week waarin het Concertgebouw-avontuur viel, moest ik aan een assistentschap beginnen bij het Radio Filharmonisch Orkest voor hun produktie van Schönbergs Gurre-Lieder. De orkesten hebben toen onderling geregeld dat als Chailly ziek zou blijven ik mee zou kunnen voor de geplande tournee van het Concertgebouworkest. Dat hoefde uiteindelijk niet, maar ik had het ook zeker niet gedaan als het Radio Filharmonisch Orkest bezwaren gemaakt zou hebben.”

De directe gevolgen van dit opzienbarende debuut zijn een goede manager in Amerika en een concert met het orkest van Nantes, waar Renes onder andere Bartóks Concert voor orkest zal dirigeren. “De wereld is na zo'n optreden ineens zo klein”, zegt een nog steeds verwonderde Renes. “Mensen zien je ineens staan, ze zijn als het ware over de streep getrokken. Er is overleg met Jan Zekveld over een eigen concert met het Concertgebouworkest, maar ik vind dat het niet te vroeg moet gebeuren en ik vind bovendien dat het orkest zich niet verplicht moet voelen om mij terug te vragen. Zoals ik al zei is invallen op korte termijn heel wat anders dan een eigen concert een week lang repeteren. Maar ik vertrouw Zekveld, hij heeft veel inzicht. Ik wil geen dingen doen die ik niet zie zitten. Meestal heerst er een soort algemene opinie van: laat zo'n jongen iets onbekends doen, maar dat wil ik zeker niet. Ik wil een meesterwerk dirigeren, dat is zoveel makkelijker. Als een werk goed is, helpt het je. Ik wil ervoor oppassen dat je snel een naam krijgt dat je veel onbekend of modern werk doet, anders vragen ze je nooit meer voor Beethoven.”

Louwrens Langevoort van de Nationale Reisopera nam anderhalf jaar geleden contact op met Lawrence Renes. Langevoort vertelde hem dat hij misschien een produktie te vergeven had, maar dat hij hem eerst beter wilde leren kennen. Renes vertelt enthousiast dat er zich toen een intensief contact ontwikkelde, waarin Langevoort een beeld kreeg van zijn mogelijkheden. De keuze voor Mozarts 'Le nozze di Figaro' werd uiteindelijk door hen beiden gemaakt.

“Een hele eer”, zegt Renes, “want meestal wordt deze opera gedaan door de chefdirigent van het gezelschap. Bovendien is het de eerste produktie van het eerste echte seizoen van de Reisopera, dus ik voel me nogal gevleid.” Renes dirigeert de opera, die niet speciaal op zijn verlanglijstje stond, voor de eerste keer. “Het is een fantastisch stuk, waarin echte mensen met echte gevoelens rondlopen. Zo'n zes jaar geleden kocht ik een partituur van de opera en ik kende het werk, voor ik eraan ging studeren, redelijk goed. Ik heb voor deze produktie een jaar lang heel intensief gewerkt met de regisseur.”

Die regisseur is Marina Wandruszka, actrice bij het National Theater in Hamburg, die haar eerste opera regisseert. Samen met kostuumontwerper Frauke Schernau van de Semperoper in Dresden en decorontwerper Cora Steinböck vormt zij het geheel vrouwelijke ontwerpersteam van deze vrouwelijke opera bij uitstek. “Marina en ik hebben het concept besproken en vandaar uit de details ingevuld. We hadden snel hele goede afspraken. We willen geen produktie waarin stereotiepen rondlopen, het moet niet karikaturaal worden. We maken een produktie die veel echter is, dan je vaak ziet. Daarvoor wilde Marina het verhaal in tijd verplaatsen naar het begin van deze eeuw, omdat ze vond dat ze bepaalde dingen dan veel duidelijker over kon brengen.”

Renes werkt graag met zangers. Over Ugo Benelli (Basilio) en Elzbieta Smytka (Susanna) vertelt hij heel enthousiast. Benelli is een oude rot in het vak. Hij is bij deze produktie tevens coach voor het Italiaans. Renes luistert vaak naar oude opnames en laat zich af en toe adviseren door verschillende mensen. Voor Mozarts Figaro heeft Renes zich met de partituur achter zijn bureau voorbereid. Verder op dat bureau zo'n tien boeken, van Beaumarchais tot Kierkegaard. “Ik voer soms hardop discussies met de verschillende schrijvers over bepaalde visies van hen. Verder breng ik heel veel tijd met de regisseur door. Ik ben er op alle repetities, ook die van de technische afdeling. Ik wil me overal mee bemoeien; ik wil voelen hoe de stof van Susanna's rok voelt. Dan pas heb ik voor mezelf het gevoel dat opera een Gesamtkunstwerk is. Dit wil ik in de toekomst zeker en vast blijven doen. Dat kost veel tijd, dus wil ik niet meer dan twee opera-produkties per jaar doen.”

Hoe bouw je een carrière als dirigent op? Is dat moeilijk in Nederland, moet je geluk hebben? Het assistentschap bij Edo de Waart en het Radio Filharmonisch Orkest vindt Renes heel belangrijk. “Een assistentschap is onontbeerlijk. Je leert pas als je bezig bent met een orkest. Bovendien is het belangrijk een mentor te hebben. Edo doet bijvoorbeeld veel meer dan alleen maar ja of nee zeggen. Hij houdt zich ook bezig met mijn carrière-planning. Zonder assistentschap kom je er moeilijk. Je kunt natuurlijk in Duitsland een hele tijd repetitor worden, maar daarvoor moet je piano kunnen spelen en dat kan ik niet. Bij Edo leer je veel over klankverbetering bij een orkest. Hij is een echte ambachtsman die structureel een orkest verbeteren wil. Met een eigen orkest moet je niet te vroeg beginnen en het hangt er ook helemaal van af wat voor soort orkest het is. Het is nu voor mij veel meer een kwestie van repertoire-uitbreiding. Als ze me nu vragen voor de Zesde van Tsjaikovsky, dan vraag ik of ze misschien de Vijfde willen programmeren omdat ik de Zesde al drie keer gedaan heb. Meestal zijn orkesten daartoe wel genegen.”

Hoe wil Renes de muziek van Mozart laten klinken? “Het zal meer de richting van John Eliot Gardiner en Nikolaus Harnoncourt opgaan dan die van Karl Böhm. Ik heb gelukkig veel repetities gekregen met het Gelders Orkest. Voor hen is opera geen dagelijkse kost, dus vind ik het belangrijk om zo veel mogelijk met ze te werken, om bijvoorbeeld duidelijk te maken dat de houtblazers in het orkest minstens zo belangrijk zijn als Contessa Almaviva.”

“Ik luister veel naar opnames en ontdek veel dingen die ik beslist anders zal doen. De versieringen bij Gardiner vind ik bijvoorbeeld niet mooi. De finale van de tweede akte vind ik in de visie van Harnoncourt helemaal verkeerd. Ik heb contact gezocht met Gardiner of hij me wat lessen zou kunnen geven. Hij wilde me alleen full-time hebben, maar dat is voor mij onmogelijk. Jammer, want ik vind dat iemand als Gardiner de taak heeft om zijn kennis en muzikaliteit te delen, verder door te geven.”

De voorzienigheid wil echter dat op dit moment de Zweedse dirigent Arnold üstman ook in Enschede aan het repeteren is voor de opera 'L'arbore di Diane' van Antonio Soler. üstman heeft in barokke operatheater van Drottningholm een geweldige Mozartcyclus opgezet. Intendant Langevoort had juist voor die avond een etentje georganiseerd met Renes en üstman. De goedmoedige en ruimhartige Zweedse dirigent kennende, zal hij vast en zeker zijn kennis en muzikaliteit met de jonge Nederlander gedeeld hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden