Iedereen schrijft, maar waarom?

Trouw neemt jaarlijks de 'stand van de roman' door met kenners uit het literaire veld. In welke richting bewegen de Nederlandse letteren zich? Reacties op vier trends.

1

Romans moeten waargebeurd zijn

Joost de Vries: "Ja, dat is wat mij betreft hét subject in de literatuur. Niet alleen in Nederland maar wereldwijd is de tendens dat het helemaal of gedeeltelijk echt gebeurd moet zijn. Carrièretechnisch is er niets fijner voor een schrijver dan als zijn vrouw van de trap is gevallen. Een waargebeurde roman is makkelijker te begrijpen voor het grote publiek."

Arie Storm: "Het wordt inderdaad als een pluspunt gezien als een roman echt gebeurd is. In de roman 'Ik kom terug' van Adriaan van Dis staat een disclaimer achterin waarin staat dat het echt de visie van de auteur op zijn moeder is. Als een soort romantechnische verontschuldiging."

2

Er is een gebrek aan gekte

Rob Schouten: "Vooropgesteld: Ze zijn echt niet slecht, de schrijvers uit de lichting van nu. Helemaal niet. Ik wil ook niet generaliseren, en natuurlijk, je kunt het niet afdwingen, maar ik mis dwarsigheid. Het is te gelikt, te pleaserig. Ik mis een tegenstem. Een auteur als Wessel te Gussinklo vind ik een positieve uitzondering. Een schrijver met een klein oeuvre, psychologische romans, die zich niets aantrekt van modes. Niks nieuws aan, een beetje drammerig zelfs, maar niet behaagziek. Veel schrijvers van nu zijn behaagziek. Ze zijn er wel: Grunberg, Van der Heijden, Rosenboom, Yves Petry. Die zijn goed. Philip Snijder, ook wel goed, geen pleaser. Verder is de Nederlandse literatuur een enorm middenveld. Frans Kellendonk is door zijn vroege dood in de kiem gesmoord, maar samen met Van der Heijden en Grunberg, zou ik die rekenen tot de grote drie van de moderne Nederlandse literatuur. Maar de volgende grote drie zie ik nog niet. Het zijn vaardige schrijvers, beginnende vaklui. Maar daar zitten we niet op te wachten, we zitten te wachten op gekke eenlingen."

Joost de Vries: "Het is onzin dat een schrijver een sociaal onaangepaste intellectueel zou moeten zijn. Ik geloof niet dat gekte leidt tot betere boeken. Ik denk wel dat de Nederlandse literatuur een stuk ambitieuzer zou kunnen, wat exotischer, meer uit het alledaagse getrokken. Al staat ook dat los van de kwaliteit van een boek. De onderwerpen in de literatuur zijn misschien toch beperkter dan we denken. Omdat literatuur gemaakt wordt door mensen zoals ik: wit en behorend tot een bepaalde sociale klasse. Alleen daarom al vallen veel onderwerpen snel af. Stel dat die witte, hoogopgeleide man met zijn niets-aan-de-hand achtergrond schrijft over een pedoseksueel of over een soldaat die een Afghaans dorp over de kling jaagt. Je krijgt dan te bedachte literatuur."

Rob Schouten: "Nogal wat jonge auteurs komen van de schrijversvakschool of hebben een schrijfopleiding gevolgd bij Artes of op de Rietveld Academie. Daar leren ze je eigenlijk hoe je het niet moet doen. Wel leer je hoe anderen het gedaan hebben, maar dat moet je aan je laars lappen en zo snel mogelijk vergeten. Ik heb zelf les gegeven en mijn idee was altijd: Geen regels leren maar zoveel mogelijk lezen."

Arie Storm: "Ik heb zelf ook vaak cursussen gegeven en ik schrijf zelfs over het schrijven van romans, bijvoorbeeld in het vorig jaar verschenen 'Het schrijven van een roman'. Ik denk dat daar wel degelijk veel zinnigs over te zeggen valt. Wat vaak misgaat bij zo'n lessituatie is dat er krankzinnig veel aandacht aan de plot wordt besteed of aan personageontwikkeling - je leert er vaak een soort thriller schrijven. En dat is naar mijn smaak niet de bedoeling. De gekte die in een talentvolle schrijver zit moet op papier komen, op zo'n manier dat het geschrevene particulier blijft, onherkenbaar, maar wel interessant. Ik lees literatuur om iets nieuws te weten te komen, niet om bevestigd te worden in wat ik al wist."

3

Jonge schrijvers weten te goed hoe het moet

Rob Schouten:"Wat ik wel bewonder aan de nieuwe generatie schrijvers, is dat ze in korte tijd aanwezig zijn. Ze willen echt iets bereiken en willen en krijgen aandacht. Via Das Magazin (een populair literair platform, red.), via het Literaturfest, via sociale media en optredens; dat doen ze goed. Ik vind daarnaast wel dat ze erg doen alsof de literatuur wordt uitgemaakt door ouwe lullen. Dat is natuurlijk ook wat jongeren doen, dat zich afzetten, maar wat maakt leeftijd uit? Het gaat om kwaliteit. Weet je wat het is: Ze weten zo goed hoe het moet en dat vind ik jammer."

Arie Storm: "Juist bij jonge auteurs gaat er zo veel mis. Vooral technisch. In taal en in perspectief. Bij Ernest van der Kwast, bijvoorbeeld. Of bij Philip Huff. Zo belabberd soms. Het klopt gewoon vaak niet wat ze schrijven. Ik haal dat dan naar voren in mijn recensies, ja. Recensenten zouden technisch meer geschoold moeten zijn, zodat ze in besprekingen op fouten kunnen wijzen. Die komen vaak voor. Sommige romans van jonge schrijvers kun je vergelijken met films waarbij de microfoon nog in beeld is te zien."

Rob Schouten:"Misschien komt het gebrek aan uitschieters ook doordat de jonge generatie schrijvers zich zo graag spiegelt aan hun voorbeelden. Nooteboom, Hermans, Mulisch. Grote schrijvers, maar ook gevaarlijk, besmettelijk. Ik had ook mijn voorbeelden, natuurlijk. Maar die waren onaantastbaar, die vermeed je een beetje. Je kunt misschien alleen nieuw zijn als je niet zoveel naar de voorgaande literatuur kijkt, je onafhankelijk opstelt. Prozaïsten zijn nooit zo in groepjes opgetreden. Dat koketteren met het schrijverschap, wat je nu erg ziet, wat levert dat op?"

Arie Storm: "Philip Huff die dan zegt: 'Lezen is belangrijk want je wordt er een beter mens van'. Wat een onzin. Het is wel een teken dat het prestige van schrijvers en literatuur dus niet afneemt. Auteurs brengen boeken in eigen beheer uit - omdat ze zeggen geen uitgever nodig te hebben - maar ze houden wél een boekpresentatie met alle toeters en bellen, als bij een echte uitgever."

Joost de Vries: "Rond het schrijven is een soort lifestyle ontstaan, al is dat niet nieuw. Vroeger was een schrijver een man in een tweedpak met een pijp. Er gaat wel buitenproportioneel veel aandacht naar de jonge, schijnbaar succesvolle, generatie. Dat wekt de valse schijn dat je er zo inrolt en dat het allemaal even gezellig is. Een misvatting van het schrijverschap. Er is niets eenzamers dan schrijven, 95 procent van je tijd zit je in je eentje aan de keukentafel. Toch geloof ik dat het nuttig is - misschien noodzakelijk - als een schrijver de rol van publiek figuur op zich neemt. Tommy Wieringa die met zoveel pathos speelt dat hij het uithangbord van de literatuur is, dat waardeer ik wel."

4

Boeken zijn laagdrempelig en mogen niet ongemakkelijk zijn

Arie Storm: "Toegankelijkheid is bijna een kwaliteitscriterium geworden. Sommigen zeggen zelfs: Het is helemaal niet een vraag of iets wel of niet literatuur is. Maar ik vind het dé vraag! Het maakt de stand van zaken in de literatuur wel ingewikkeld; dat literatuur en lectuur door elkaar heen zijn gaan lopen. Het is niet meer zo dat als je een boek van De Bezige Bij koopt, dat je dan automatisch literatuur in handen hebt. Prima, hoor, als Isa Hoes een boek schrijft, maar ik vind dat een literaire boekhandel dat niet moet willen verkopen. Voor je het weet komt Thomas Heerma van Voss - die ik wél goed vind - er niet meer in. Het blijft een belangrijke vraag: Wat is literatuur? Daar moeten we over discussiëren. Wat mij betreft zou het criterium voor goede literatuur bijna moeten zijn: Raak ik erdoor in de war? De stijl in romans zou ook veel ongemakkelijker moeten zijn. Dat je aan het eind van een boek zegt: Ik heb wat langzaam gelezen, maar het heeft wel meer met me gedaan. Niet iedereen wil kennelijk nog moeite doen voor een boek. In zijn laatste roman gebruikt Gustaaf Peek de toch conventionele truc om de tijd door elkaar heen te laten lopen. Veel lezers vinden dat al storend. Mij stoort dat romans een soort reclamepakketten zijn geworden."

Joost de Vries:"Mijn collega bij De Groene, Marja Pruis, bedacht eens de term 'Zwitserlezengevoel'. Het gevoel dat je krijgt als je 'veilige' boeken leest waar niets mis mee is, maar waarbij het ook niet schuurt. Zulke romans hebben op het moment wel de overhand, ja. Er is een taboe op intellectualisme, al is dat ook niet helemaal waar. Mijn eigen boeken, en die van bijvoorbeeld Niña Weijers, staan toch niet als gemakkelijk bekend maar zijn toch goed opgepakt. Misschien omdat ze weinig voorkomen. Er is wel iets aan het veranderen, als ik de literatuur van nu vergelijk met die van tien jaar terug, toen ik begon met debuutromans bespreken. In navolging van Grunberg waren veel romans destijds geschreven vanuit een nihilistisch en misantropisch wereldbeeld. Zijn vorm en stijl gaf veel mensen het gevoel dat de drempel laag lag, dat iedereen het zou kunnen. Die mode is overgewaaid. Nu zijn schrijvers meer op zoek naar emoties, integriteit, zingeving. Ik ben daar wel positief over, al wordt het soms wel erg doorgevoerd."

Rob Schouten: "Misschien is er voor een schrijver ook wel weinig om je tegen te verzetten. Ik zou ook zo een-twee-drie niet weten over welke Nederlandse aspecten van de samenleving je nu een radicaal boek kunt schrijven. De geest van de maatschappij is egaliserend. Het extreme experiment is verdwenen. Dat werd vroeger ook niet gelezen, maar had wel aanzien en status in de literatuur. Schrijvers waren vroeger een soort dissidenten die niet mee wilden doen aan de maatschappij. Het komt misschien ook wel door de reducties op de stipendia. De literatuur is nu meer een fabriek geworden, een bedrijf. Het is wachten op een figuur die de hele boel overhoop gooit, maar het is de vraag of de cultuur dat nog toelaat. Worden ze nog wel ontdekt en willen uitgevers ze nog wel? Een fusie tussen de geest des tijds en het individu, daar zit je op te wachten."

Arie Storm: "Drie topschrijvers zou al prachtig zijn. Ach, ik ben helemaal niet pessimistisch. Een schrijfster als Rebekka W.R. Bremmer, die probeert iets met de vorm te doen, die experimenteert, iets probeert toe te voegen, die lees ik met plezier. Ik vermaak me heus wel."

Joost de Vries: "De literatuur stort echt niet in elkaar. Het zou al helpen als er minder boeken zouden worden uitgegeven. We hebben lang het idee gehad dat een roman op de eerste plaats stond, dat literatuur verheven was boven alles. Dat is nu niet meer zo en dat geeft helemaal niks."

ROB SCHOUTEN (1954) is dichter en voor deze krant columnist en recensent van Nederlands en Vlaams proza.

JOOST DE VRIES (1983) is schrijver van onder meer de romans 'Clausewitz' (2010) en 'De Republiek' (2013). Voor De Groene Amsterdammer bespreekt hij Nederlandse literatuur.

ARIE STORM (1963) is schrijver en recenseert Nederlandse literatuur voor Het Parool. Zijn laatste roman heet 'Luisteren hoe huizen ademen' (2013).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden