Iedereen moest zijn einde zien

Hij was ongewenst, dat was hem na negen jaar in Nederland wel duidelijk geworden. Maar hij weigerde stilletjes te vertrekken.

Kambiz was in Iran een groot man. Ze hebben hem in Nederland klein gekregen. Dat verwijt komt van Ali Akbar Abbasi, die vorig jaar drie maanden samen met Kambiz Roustayi in een vreemdelingencel in Zeist zat.

Kambiz Roustayi is 'de man van de Dam'. De 36-jarige Iraniër stak zichzelf op woensdag 6 april in brand en overleed een dag later aan de verwondingen. Wie een goed beeld van de uitgeprocedeerde asielzoeker wil krijgen, stuit op argwaan en angst. Zijn voormalige buren in uitzetcentrum Ter Apel voelen zich niet vrij om te spreken. De Immigratie- en Naturalisatiedienst IND luistert mee. En de Iraanse ambassade houdt alles in de gaten. Beide moet je met het oog op je toekomstperspectief niet boos maken, zeggen ze. Geen namen dus, geen foto's.

Minister Leers (immigratie en asiel) noemde de zelfmoord van Roustayi 'zeer tragisch', maar stelde dat alle asielprocedures correct waren verlopen en dat de Iraniër alle bestaande rechtsmiddelen tot zijn beschikking had. De staat treft volgens de minister geen blaam dus.

Daar dacht Roustayi heel anders over. Hij voelde zich, zo blijkt uit verhalen van vrienden en buren in vreemdelingendetentie en azc's, en van zijn voormalige advocaat, niet serieus genomen. Genegeerd, gesloopt door alle aanvragen, het jarenlange wachten, de onzekerheid in de procedures en steeds weer de afwijzingen.

Roustayi kwam in 2001 naar Nederland en vroeg asiel aan. Hij zou zijn gevlucht omdat hij na zijn universitaire opleiding in Teheran, artikelen had gepubliceerd die de Iraanse regering ondermijnden. In 2003 werd zijn eerste asielaanvraag afgewezen. Ook bij de vervolgaanvragen had Roustayi geen succes. De Immigratie- en Naturalisatiedienst twijfelde aan zijn verhaal. Volgens de Iraanse journalist Pejman Akbarzadeh - zelf ook gevlucht wegens de beperkte vrijheid van meningsuiting en in Amsterdam werkzaam voor Radio Zamaneh - werd er ook getwijfeld aan zijn identiteit.

Roustayi's voormalige advocaat Frank van Haren zag zijn cliënt in 2008 afglijden. De Iraniër raakte psychisch in de knel. Van Haren waarschuwde de instanties, maar daar is bij zijn weten niets mee gedaan.

Een jaar later gaf Roustayi aan geen vertrouwen meer te hebben in Van Haren. Hij had daarna een andere raadsvrouw. Het ministerie verwijst na zijn dood naar haar voor meer informatie over het dossier, over personalia, procedures. Maar de woordvoerder van minister Leers mag niet zeggen wie die laatste juriste was. Ze wil niet in de openbaarheid treden, is bang de schuld te krijgen van de afloop, van de wanhoopsdaad van haar cliënt, wordt gezegd.

Na een negen jaar durend 'rondje Nederland', van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum, van advocaat naar advocaat, procedure naar procedure, levend tussen hoop en illegaliteit, werd Roustayi begin 2010 gearresteerd en naar de vreemdelingenbewaring in Zeist gebracht.

Daar zat hij negen maanden. Hij raakte er bevriend met Ali Akbar Abbasi - in 2005 van Iran naar Nederland gevlucht - die sinds februari 2010 in Zeist zat.

Abbasi werd opgepakt na een betoging tegen het Iraanse regime voor de ambassade in Den Haag. Hij was flink aangepakt door de ME maar werd in Zeist door Roustayi 'lief opgevangen en verzorgd'. En later, toen Abbasi een zelfmoordpoging deed, was Roustayi de zorgzame vriend die hem in de gaten hield en dagelijks voor hem kookte.

Drie maanden, dag in, dag uit deelden ze hun dromen over hoe het leven er uit zou moeten zien, hun bezorgdheid over de toestand in Iran, de uitzichtloosheid in Nederland. De woede en frustratie werd met de dag heftiger. "De IND beschouwt je als een leugenaar, je wordt in detentie behandeld als een crimineel. Het systeem, het vooruitzicht teruggestuurd te worden: het maakt je kapot. Ik ben in die drie maanden daar helemaal doorgedraaid. Net als Kambiz."

Abbasi werd na een nieuwe zelfmoordpoging - in Ter Apel sneed hij in een volle wachtkamer zijn polsen door - opgenomen in een psychiatrisch centrum in Deventer. Daar is hij nu ruim een half jaar.

Roustayi verhuisde van de vreemdelingendetentie naar het uitzetcentrum Ter Apel. Zijn vrienden en buren schetsen het gevoel van alledag in de asielhoofdstad van Nederland. Ze vertellen over de laatste grote uitzetactie van de IND, begin deze maand. 's Morgens vroeg kwamen medewerkers van de IND het centrum in binnen. Er werden gezinnen in busjes gestopt en meegenomen, voor de terugvlucht. Later bleek het alleen om Iraakse vluchtelingen te gaan, voor een uitzetting naar het volgens velen nog onveilige Bagdad. Zo'n grote actie maakt alle bewoners van het uitzetcentrum zenuwachtig of bang, vertellen ze. Eén asielzoeker probeerde zich tijdens die IND-actie met het bedlinnen van het leven te beroven, een ander nam een overdosis pillen, weer anderen ontvluchtten het centrum. Dat is het leven in Ter Apel, de sfeer waarin Roustayi zijn laatste maanden doorbracht.

Eind maart kreeg Roustayi volgens de IND te horen dat ook zijn laatste aanvraag was afgewezen. In Ter Apel wachten op transport richting Teheran was voor hem ondenkbaar. Roustayi was volgens zijn vrienden bang dat hij terug in Iran opgepakt zou worden, gemarteld, geëxecuteerd. Hij verliet de opvang, verkoos de illegaliteit en trok naar Amsterdam.

In het laatste gesprek met de IND in Ter Apel kondigde hij zijn zelfmoordplan aan, daar kon geen onduidelijkheid over bestaan, vertelde zijn vriend Parvis Noshirrani. De Amsterdamse taxichauffeur Noshirrani praatte Roustayi op dinsdag 5 april nog uit het hoofd om voor een trein te springen. Een dag later wist hij dat 'de man van de Dam' zijn vriend moest zijn.

Zijn vriend uit Ter Apel, Abbasi, zag Roustayi na mei 2010 niet meer, ze hadden nog wel telefonisch contact. In het laatste gesprek, eind maart, vertelde Roustayi zijn vriend dat hij naar Amsterdam was vertrokken en dat hij sliep tussen de daklozen. Ook toen kondigde hij zijn plannen aan. Op een plek 'waar iedereen zou zien wat dit systeem met mensen doet'.

In mei 2009 nam Kambiz Roustayi, met zijn dossier onder de arm, afscheid van advocaat Frank van Haren met de woorden: "U leest wel in de kranten hoe het met mij afloopt". De boodschap van Ali Akbar Abbasi, vanuit het psychiatrisch centrum in Deventer, is nu niet veel anders: "Over drie weken heb ik een afspraak met de IND. Dan gaan ze me vragen of ik ga meewerken aan vertrek. Hoe durven ze? Ik ben gevlucht uit angst voor het Iraanse regime, ik heb hier tegen datzelfde regime geprotesteerd, ben gearresteerd, beelden daarvan zijn op internet terug te vinden. Ik kan niet terug. "

"Ik ben hier gevangen gezet, heb als dakloze geleefd, ben illegaal, ben hier gek gemaakt. Toch wil ik hier blijven. Omdat het daar allemaal nog erger is. Kambiz' verhaal was precies zo. En mijn verhaal zou ook zo kunnen eindigen. Op de dag dat ik het allerslechtste nieuws te horen krijg, als de IND mijn doodvonnis tekent, ga ik benzine kopen. Dan zult U mijn naam ook in de krant terugvinden."

Zondag 10 april hielden driehonderd Iraniërs op de Dam een wake voor 'de man van de Dam'. Een dag later werd Roustayi's lichaam overgedragen aan de Iraanse ambassade in Den Haag.

Kambiz Roustayi werd volgens eigen opgave in 1975 geboren in Anzli, in Noord-Irak. Hij stierf op 7 april 2011 in Amsterdam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden