Iedereen maakt zijn eigen antroposofie

De antroposofie als beweging heeft de laatste jaren veel betekenis verloren, maar de ideeën van grondlegger Rudolf Steiner zijn nog springlevend. Op scholen, in de landbouw, in de gezondheidszorg: overal zijn ze doorgedrongen. „Iedereen maakt zijn eigen antroposofie.”

’Het gaat goed met de antroposofie in ons land”, schreef Trouw in 1991. „Er komen steeds meer antroposofische artsen, scholen, boerderijen, klinieken, winkels en bedrijven, en er is zelfs een antroposofische bank.”

Anno 2006 is de situatie grondig veranderd. De Triodosbank, die statutair werkte ’vanuit de door Rudolf Steiner geïnitieerde geesteswetenschap’, noemt zichzelf niet meer antroposofisch. Want, zegt een bestuurder, dat is nu ’iets doods waar mensen op afketsen’. Het periodiek Jonas verandert deze week zijn naam en schudt de ideologische veren af. Ook bij Christophorus, instelling voor verstandelijk gehandicapten, vervaagt de identiteit. Voorheen woonden alle medewerkers intern, als kloosterlingen zonder salaris; nu werken er professionals, normaal betaald en lang niet allemaal antroposoof. En het aantal biologisch-dynamische (’bd’) boerenbedrijven is geslonken van 250 naar 130, maar, zegt Rienk ter Braake van het Steiner-landbouwkeurmerk Demeter, al 400 boeren ’doen iets aan bd-landbouw’.

Zoiets gebeurt ook op Vrije Scholen. Het Steineriaanse onderwijs is populair onder ouders – de nadruk op ontwikkeling tot ’heel mens’ is vaag, maar ook aantrekkelijk in een tijd waarin vooral prestaties en kennis gelden. Met antroposofie hebben deze ouders verder weinig affiniteit. Net als de leraren; ook niet-antroposofen geven er inmiddels les.

Toen Marcel Seelen, leraar Nederlands aan het Amsterdamse Geert Groote College, 18 jaar geleden begon, hielden „belezen, in graniet gehouwen antroposofen nog voordrachten over ’de Vrije School en de pedagogiek’.” De nieuwe lichting docenten heeft daar ’totaal geen behoefte aan’. Zij vinden antroposofie ’abstract en sektarisch’, zegt Seelen, en in het beste geval ’interessant’. Lid van de Antroposofische Vereniging worden ze ’absoluut niet’. Spiritualiteit, dat spreekt de jonge leraren wél aan. „Daar hebben ze zo hun eigen, bij elkaar geshopte ideeën over.’’

Belangstelling voor ’een beetje antroposofie’, dat ziet Madeleen Winkler van de vereniging van antroposofische artsen ook in de gezondheidszorg. „Als je kind na drie antibioticakuren nog steeds luchtweginfec- ties krijgt, ga je zoeken naar alternatieven. Antroposofie spreekt dan aan omdat de mens er centraal staat, en het leven gezien wordt als een ontwikkelingsweg. Belangstelling voor antroposofie komt vaak pas wanneer er raakvlakken zijn met het dagelijks leven. ’Hoe gaan jullie om met de kanker die bij mij ontdekt is?’, bijvoorbeeld.”

Volgens Winkler blijft het aantal antroposofische artsen en patiënten stabiel, maar ze ziet onder studenten een ’hernieuwde belangstelling’. „De reguliere opleiding is zakelijker, cleaner geworden, met minder ruimte voor niet-reguliere geneeswijzen.” Studenten, een stuk of tien per jaar, denken dan ’Is er ook nog meer?’

Binnen de Antroposofische Vereniging lijkt Herr Doktor Steiner nog onaantastbaar. Zo smullen de leden van artikelen als ’Het mysteriegeheim rond de geboorteplek van Rudolf Steiner (deel 1)’, alsof hij een soort kindje Jezus was. Het is gefundenes Fressen voor dHDhg-sofen, die zweren bij wat der Herr Doktor hat gesagt.

Toch verandert ook de Antroposofische Vereniging. De katalysator was tien jaar geleden de ’racisme-kwestie’. „Negers hebben dikke lippen en een sterk ritmegevoel”, bleken kinderen op een Vrije School in Zutphen en elders te leren – wijsheden gebaseerd op Steiners leer. Steiner was toen nog voor veel antroposofen heilig, wat ervoor zorgde dat ze tegen de buitenwereld soms precies de verkeerde dingen zeiden. Zo verklaarde Christof Wiechert, vice-voorzitter van de Vereniging, dat Ajax zijn voetbalsuccessen dankte aan het ’vitaliteitsoverschot’ dat het zwarte ras een meerwaarde geeft.

In een poging de zaak snel en effectief uit de wereld te helpen, plaatste het bestuur van de Antroposofische Vereniging een advertentie in de dagbladen. „Voor zover bij Rudolf Steiner sprake is van rassenleer, nemen wij daar uitdrukkelijk afstand van.” Helemaal fout, vonden de hardliners.

Een studiecommissie stelde in 2000 vast dat Steiner géén rassenleer propageerde, maar wel zestien, thans als ’ernstig discriminerend’ ervaren uitspraken had gedaan. Een groep jonge preciezen op wie het etiket ’fundamentalistisch’ paste, probeerde een tegenvereniging op te richten. Door intern geruzie mislukte dat, tot opluchting van de moederorganisatie.

De racismeaffaire heeft de antroposofie ’veel opener’ gemaakt, zegt Ron Dunselman, voorzitter van de Antroposofische Vereniging. „We zijn wakkerder geworden, meer geneigd bij alles wat Steiner heeft gezegd te vragen ’Wat vind ik ervan?’. We hebben er vrijer door leren omgaan met de teksten van Steiner. De sfeer is lichter.” En volgens Dunselman bezoeken tegenwoordig ook niet-antroposofen de verenigingscongressen.

„Iedereen maakt zijn eigen antroposofie”, zegt Hugo Verbrugh, emeritus hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Die losheid is niet tot de buitenwereld doorgedrongen, want Steiner mag dan in theorie zijn heilige status hebben verloren, relativeren gaat velen nog te ver.

Steiners voorstellingen over engelen, geesten en Atlantis zijn volgens Dunselman ’geen geloof en ook geen leer’, maar het zijn ’hypothesen die je moet toetsen aan je eigen leven’. „Je kunt ze in je gedachteleven opnemen, ervan uitgaan. Als ik dan op een gegeven moment een engel zie, dan vraag ik me af of het hier misschien om een hallucinatie of een wensvoorstelling kan gaan. Is dat niet het geval, dan is die engel geen geloof, maar waarneming, en dus een feit. Antroposofie is de weg daarnaartoe.”

Zo steunt de ervaring het geloof en leidt het tot een subjectief gevoel van weten. Maar dat valt niet te verzoenen met de kern van de leer van Steiner, zegt Verbrugh. „Mijn ene hersenhelft weet absoluut zeker dat Steiner gelijk heeft, de andere hersenhelft weet dat hele volksstammen niks geloven van wat Steiner allemaal zegt. Hoe bereik ik deze mensen – collega’s, vrienden, familie – met wie ik verder zeer goed overweg kan?”

Verbrugh spreekt liever niet over ’geloof’, maar over ’filosofie’. Hij hoopt dat er ooit bewijs komt voor reïncarnatie. „Het gaat mij erom te bewijzen dat Rudolf Steiner de essentie van het menszijn te pakken had. Dat de mens vrij is, dat hij wordt wat hij denkt dat hij is, en dat ieder mens latent de vaardigheden heeft waardoor hij kennis kan verwerven van hogere werelden.”

Deze vermogens waren volgens Verbrugh vroeger geheim, maar tegenwoordig zijn ze toegankelijk voor iedereen. Het onderzoek hiernaar is wat hem betreft ’een serieus wetenschapsterrein’. Op de universiteit kunnen zijn collega’s hem echter niet helemaal volgen, vertelt hij. „’Hugo’, zeggen ze, ’je bent een intelligente man. Hoe kun je dan antroposoof zijn?’”

Zo lijken er twee soorten antroposofen te ontstaan: de ’echte antroposofen’ en de belangstellenden – ietsisten die op zoek naar beleving zich aan Steiner laven als het zo uitkomt. Ze pikken wat krenten uit het gedachtegoed, maar laten de onverteerbare brokken liggen.

Die schifting voltrekt zich al. „Als ik Rudolf Steiner lees, bekruipt me soms de twijfel”, zegt leraar Marcel Seelen. „Dan denk ik: het is duimzuigerij.”

Zo las Seelen over Atlantis, het gezonken continent waar men volgens Steiner energie opwekte uit visseneieren, en over de Akasha-kronieken, onzichtbare geschiedwerken die helderzienden zouden kunnen raadplegen.

Wat hij ervan vond? „Mij overviel grote huiver. Vooral toen ik bedacht dat het letterlijk is bedoeld. Deze ideeën heb ik dus terzijde geschoven. Geheel in de geest van Steiner.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden