'Iedereen krijgt kippevel van Vlaanderen'

yerseke – „Ik kan nog honderd keer zeggen dat het jammer is, het verandert niets aan de realiteit.”

Deze week vernam Johnny Hoogerland dat de Tour-organisatie zijn ploeg, Vacansoleil, geen wildcard gunt voor La Grande Boucle deze zomer. Een domper, mompelt hij. Aangedaan is Hoogerland allerminst. „Het is pech voor ons”, zegt hij een paar dagen later, thuis in Yerseke op de bank, op berustende toon.

Hoogerland heeft er vrede mee dat Tour-directeur Christian Prudhomme koos voor andere, sterkere ploegen dan de jonge Nederlandse wielerformatie. Vacansoleil legde het vooral af op basis van „kwaliteit”, aldus Prudhomme in een verklaring. Kwaliteit die opgehangen is aan een sterke klassementsrenner. En die heeft Vancansoleil niet, is de simpele constatering. Hoogerland: „Er waren zo veel sterke ploegen in de race voor een wildcard dat ik een uitnodiging ook niet had verwacht.”

De Tour prefereerde zevenvoudig winnaar Lance Armstrong (RadioShack), de Britse revelatie van vorig jaar Bradley Wiggins (Sky) en de Australiër Cadel Evans (BMC) boven een vrijbuitersploeg uit de Lage Landen. Prudhomme liet zich zelfs niet vermurwen door het aantrekken van de talentvolle Franse broertjes Feillu door Vacansoleil. De Zeeuw (26) trekt zich nu in juli, als in Rotterdam het startschot klinkt, een weekje terug. „Niet om de Tour te ontlopen. of zo. Ik heb besloten dan een korte vakantie in te lassen. Die tv gaat heus wel aan.”

De echte optater kreeg Hoogerland vorig week te verwerken. Toen viel er een ’non’ bij de toewijzing van de startplekken voor de Ardenner klassiekers, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Vooral die laatste stond met een uitroepteken in de agenda van de coureur. „Ik had Luik heel graag gereden. Mijn plannen voor dit jaar waren erop ingericht.”

Vorig jaar bleek de erkende hardrijder meer in zijn mars te hebben dan alleen hard te kunnen rijden. Opeens openbaarden zich klimmersbenen. In La Doyenne kon hij tot ieders en zeker zijn eigen verrassing, met de beteren mee omhoog. Hij eindigde in een grote groep net achter Robert Gesink, op bijna drie minuten van winnaar Andy Schleck. In de Ronde van Spanje bleek Hoogerland zelfs een van de betere klimmers.

„Maar dat ligt allemaal achter mij”, zegt hij nuchter. Hoogerland wil vooruit blikken, naar de Ronde van Vlaanderen, zondag. „Een koers waar ik, als ik een goede dag heb, een behoorlijke uitslag kan rijden. Op zo'n dag moet dan alles meezitten. Geen pech of een lekke band.”

Hoogerland verkende afgelopen dagen de bekende breekijzers op het parcours. Hij had mazzel op de hellingen en kasseistroken: zijn training viel tussen twee regenfronten in. „Het belooft een zware Ronde te worden. Er zijn regen en wind voorspeld. Niet mijn ding. En al helemaal omdat ik niet zo'n wringer ben. Vlaanderen is een nerveuze koers vanwege de vele smalle weggetjes. Je moet alert rijden en vlak voor de heuveltjes zorgen dat je voorin zit.”

Hoogerland wekt de indruk liever in zijn dorp Yerseke op de pier uit te waaien dan zijn leven te wagen op de kasseien in Vlaanderen. Niets is minder waar. „De Ronde ligt mij. Vorig jaar werd ik twaalfde. Er is geen renner, ook ik niet, die geen kippevel krijgt van die wedstrijd. De honderdduizenden supporters langs de kant. De heroïek. Dat maak je nergens ander mee.” Hoogerland en Vlaanderen zijn een koppeltje, als het ware. Zijn dadendrang in de Vlaamse koersen maakt hem geliefd bij de zuiderburen. Hoogerland wordt er op handen gedragen vanwege zijn bescheiden, bijna timide karakter. Een ’dikke nek’ is hem vreemd. „Ik ben een halve Belg, hè”, grijnst hij.

Hoogerland rekent zich niet tot de kanshebbers. „En als ik dat wel zou doen, zou ik dat nooit zeggen.” Enerzijds ligt het in zijn karakter om zichzelf vooral niet op een voetstuk te hijsen. Anderzijds omdat hij net terug is na een zware crash in Parijs-Nice, een paar weken geleden. „Ik heb slechts drie wedstrijden gereden na mijn val. De vorm begint nu pas weer te komen.”

Na Nice, dat hij op zijn tandvlees uitreed, kwakkelde Hoogerland met zijn weerbaarheid. „Omdat het lichamelijk ineens minder ging – ik had een flinke rugblessure – sloop de twijfel er in. Dat is inherent aan een topsporter, denk ik.” Het was aan zijn osteopaat te danken, dat de blikvanger van Vancasoleil, zijn „goeie moraal” terug vond.

Hoogerland is klaar voor Vlaanderen, met zijn constitutie en hoofd zit het prima. Dat geldt zeker ook voor de ploeg. De Belgische kopman Björn Leukemans moet volgens Hoogerland tot een verrassing in staat zijn. En als Lieuwe Westra of Bobbie Traksel bij een groepje ontsnappers behoort, is alles mogelijk, zegt hij.

Dezer dagen figureert de Zeeuw –Â ongevraagd – in een spotje van Studio Sport. Dat gebruikt zijn beeltenis om de klassiekermaand aan te prijzen. Er wordt de suggestie gewekt dat Hoogerland wel eventjes een grote koers naar zijn hand zet. „Ik wou dat dat waar was”, lacht hij. „Tuurlijk dagdroom ik ook wel eens.”

Hoogerland voelt zich gevleid maar weet dat er zondag anderen zijn die voor de zege in aanmerking komen. De hoop van België, Tom Boonen en de Zwitser Fabian Cancellara, zijn huizenhoog favoriet. De renner van Vacansoleil rekent echter op een verrassing. „Het zou mij niets verbazen als een outsider wint. Wie? Geen idee. Iedereen kijkt naar die twee. Een vroege ontsnapping maakt zeker kans.” Of Hoogerland een rol voor zichzelf ziet weggelegd? Hij kijkt veelzeggend als hij zegt: „Je moet je kas niet helemaal leeg rijden als je mee weg bent.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden