'Iedereen kent Rijkswaterstaat alleen van de gele autootjes'

Hinke Hamer

wolfheze – Achter reusachtige beeldschermen met daarop een kaart van Nederland en camerabeelden die elkaar in rap tempo afwisselen, zitten vier verkeersleiders wat met elkaar te dollen. „Nou, dat lijkt maar zo. Die jongens hebben heel goed in de smiezen wat er op de weg gebeurt”, verzekert Rob Wit, die de leiding heeft over de verkeersleiders.

Eindelijk een beeld bij Rijkswaterstaat. Want dat Rijkswaterstaat ’werkt aan droge voeten en veilig verkeer over weg en water’ – zoals hij op zijn website verkondigt – blijft een beetje abstract. Net zo abstract is deze quote van Chris Roovers, hoofd van de Verkeerscentrale: „Rijkswaterstaat is een uitvoeringsorgaan van het ministerie van verkeer en waterstaat.”

Lang niet iedereen weet wat de organisatie doet. Roovers: „Nee, niemand leert dat op school en bij het rij-examen ook niet.”

„Misschien zijn we wel te bescheiden”, peinst Rob Wit, vanachter zijn bureau op de Verkeerscentrale van Noord- en Oost-Nederland, in Wolfheze. Vanuit dit futuristische gebouw op de Veluwe wordt het verkeer geregeld in de vier noordelijke provincies en in Gelderland.

Op één van de schermen is inmiddels ’een klein pechgevalletje’ te zien. Een verkeersleider neemt contact op met één van de negentig weginspecteurs, die continu rondrijden. Die lost ter plekke de boel op, zodat het verkeer blijft doorstromen. Als er een lantaarnpaal of verkeersbord is gesneuveld, roept de weginspecteur een aannemer op.

„Dit is één van de vijf verkeerscentrales in Nederland”, vertelt Wit. „In Utrecht zit het Verkeerscentrum Nederland. Dat heeft een coördinerende functie.”

De verkeerscentrales houden doorlopend het verkeer in de gaten en kunnen onmiddellijk ingrijpen bij calamiteiten. Detectielussen in de weg meten hoeveel auto’s binnen een bepaald tijdbestek passeren en als die lussen concluderen dat sprake is van een file, verschijnt die op de ’drips’: dynamische route-informatiepanelen boven de snelweg. Is er géén file, dan toont een ’drip’ een overpeinzing als ’Bob jij of Bob ik?’ of, als het er de tijd van het jaar voor is, een nieuwjaarswens.

De verkeerscentrale regelt ook de spitsstroken. Bij meer dan drieduizend voertuigen op de weg mag een spitsstrook open. Rob Wit wijst naar de verkeersleiders, die bezig zijn met ’schouwen’: met camera’s bekijken ze het traject om te zien of de weg vrij is. Is dat het geval, dan kan de strook open. Het is half drie en de wegen zijn al overvol. Op het grote scherm worden die wegen groen als de strook open is. „En dan zie je alleen nog maar wat het ’droge deel’ van wat Rijkswaterstaat doet”, zegt Chris Roovers. „We hebben ook een ’nat deel’: nautische verkeersleiders regelen de situatie op het water. Maar daar hoor je minder over: daar zijn minder gebruikers en minder dagelijkse knelpunten, waarover de media berichten. De meeste mensen kennen Rijkswaterstaat alleen van de gele autootjes, van de weginspecteurs. Verder is het een ver-van-hun-bed-show. En weet je wat het ook is? Zelfs ons werk in de verkeerscentrale, dat kun je eigenlijk niet in een verhaal of in een foto vatten. Om het te snappen, moet je hier echt geweest zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden