'Iedereen kan speler worden op de energiemarkt'

Er zijn al 71 lokale energiebedrijven in Nederland. Maar burgers die hun eigen groene stroom willen opwekken lopen tegen nogal wat obstakels aan. „De overheid denkt vanuit de grote bedrijven”, zegt Pauline Westendorp.

Op de woonboot van Pauline Westendorp staan zonnepanelen. Op die van de buurman ook. Samen hebben ze genoeg stroom om een wasmachine te laten draaien. Maar als ze dat willen doen, levert de een elektriciteit aan de ander en moet er energiebelasting over betaald worden.

Vreemd, vindt Westendorp. „Als ik groenten uit mijn eigen moestuin haal, hoef ik er ook geen belasting over te betalen, ook niet als ik ze aan de buurman geef.” Het is één van de hindernissen die mensen ondervinden als ze lokaal duurzame energie willen gebruiken. Westendorp weet er alles van. Zij is directeur van NEWNRG (spreek uit: new energy), een bureau dat initiatieven op het gebied van lokale, duurzame energie begeleidt. Vanuit haar woonboot, die niet alleen met zonnepanelen, maar ook met een zonneboiler is uitgerust, adviseert ze lokale overheden en bedrijven.

„Er is iets aan het gebeuren”, ziet Westendorp. „Er zijn inmiddels 71 lokale energiebedrijven opgericht in Nederland. Iedereen kan nu speler worden op de energiemarkt.” NEWNRG reikte onlangs prijzen uit voor de beste initiatieven. Een biomassa-installatie in Beetsterzwaag bijvoorbeeld, die snoeihout van houtsingels verstookt en daarmee een revalidatiecentrum en een school van warmte voorziet. Ook Texel Energie, een echt lokaal energiebedrijf, viel in de prijzen.

Zonder dat er echt beleid op wordt gevoerd, ontstaan overal in Nederland lokale energie-ideeën. Het is aantrekkelijk en leuk zelf met energie bezig te zijn, constateert Westendorp. Herman Wijffels, nummer 1 in Trouws Duurzame 100, formuleerde het bij de uitreiking van de prijzen zo: „Deze ontwikkeling gaat verder dan de angst dat energie opraakt. Het heeft te maken met een groeiend bewustzijn dat de natuur en de mens met elkaar verbonden zijn, en door zelf energie te produceren in harmonie met de natuur de zorg voor ons welzijn weer in eigen hand nemen.”

Zo willen sommige gemeenten weer terugkeren naar de tijd waarin ze een eigen energiebedrijf hadden. Inmiddels zijn die in handen gekomen van grote, meest internationale ondernemingen zoals Nuon en Essent. Met het geld uit de verkoop van de aandelen in Nuon of Essent, kunnen gemeenten of provincies nu hun eigen energie-ambities financieren.

Hoewel er ook zonder vorm van sturing door de centrale overheid allerlei projecten ontstaan, ziet Wijffels dat andere landen, zoals Duitsland, Spanje en Engeland, veel meer doen om lokale duurzame energie mogelijk te maken. „Nederland dreigt de boot te missen, en dat ligt niet aan de initiatiefnemers, maar vooral aan de bestuurlijke elite, die hardnekkig de andere kant uitkijkt.”

Hoewel Westendorp er niet van houdt met de vinger naar de overheid te wijzen, zijn er wel een paar hindernissen. De energiebelasting is er één van. Maar ook het terugleveren van stroom aan het net is nog niet geregeld. Wie zelf te veel stroom opwekt voor eigen gebruik, kan dat in omgekeerde richting het net op sturen. Die energie is echter bijna niets waard, de lokale opwekker krijgt er heel weinig voor.

Ook de warmtewet zit kleine initiatieven dwars. In de warmtewet is een maximumprijs vastgesteld die energiebedrijven mogen vragen voor bijvoorbeeld stadsverwarming. De grote energiebedrijven kunnen daarmee uit de voeten, omdat ze een project waarmee ze minder verdienen, kunnen compenseren met een netwerk dat meer oplevert. „Een klein warmtebedrijf kan dat niet”, legt Westendorp uit. „Terwijl de buurt misschien best iets meer wil betalen voor lokale, duurzame warmte.”

Aan de warmtewet ziet Westendorp dat het Rijk denkt vanuit de grote bedrijven. „Die hebben de sterke lobby’s, maar het gebeurt ook onbewust. De beweging van de lokalen moet zich professionaliseren.” Dat botst niet met de kleinschaligheid, vindt Westendorp, zolang de organisatie maar past bij de aard van de beweging. En daar is een passende vorm voor: de coöperatie. NEWNRG gaat daarom de 71 lokale energiebedrijven vragen of zij lid willen worden van een ’moederbedrijf’, een coöperatieve vereniging. Niet alleen voor de lobby, maar ook om kennis te delen, marketing te doen en, niet onbelangrijk, geld binnen te halen. Want dat laatste is niet eenvoudig. Kleine energieplannen zijn moeilijk te financieren, is de ervaring. „Tot twee ton gaat het nog wel. Boven een miljoen willen banken wel praten. Maar tussen 200.000 en een miljoen is het moeilijk om geld te vinden. Op zich wel begrijpelijk: als het mis gaat is het geld nergens terug te halen als een bank bijvoorbeeld één individueel warmtebedrijf financiert.”

Daarom wil Westendorp ten behoeve van de coöperatie een landelijk fonds oprichten waar zo’n 100 miljoen in zou moeten vloeien. Voor zo’n fonds verwacht Westendorp wel investeerders te vinden. Beleggers als pensioenfondsen, ASN-Bank, de Triodosbank willen graag geld in groene projecten steken. Het fonds kan voorzien in leningen tegen redelijke rentes en fungeren als waarborgfonds bij mislukkingen. Voor het opzetten van het fonds heeft Westendorp een miljoen euro subsidie aangevraagd bij Agentschap NL, de club die voor het ministerie van Economische Zaken de energiesubsidies uitvoert. Agentschap NL heeft vijf keer een miljoen euro te verdelen voor projecten die grote stappen zetten richting klimaatneutrale steden.

Als het lukt de subsidie te krijgen, zal het fonds niet vanaf de woonboot in het zuiden van Amsterdam bestierd worden. „Dan gaan we naar een kantoor op de Zuidas.” Die prestigieuze locatie, vestigingsplaats van de financiële sector, botst niet met het wezen van lokale, duurzame energie, vindt Westendorp. „De economie moet toch om. Op die plek kun je van binnenuit gaan veranderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden