Klein verslagWim Boevink

Iedereen kan de vijand zijn: de neussnuiter, de keelschraper, de blafhoester

Gisteren eindigde dit verslag met de verzuchting dat grote steden een hoge prijs betalen voor hun aantrekkingskracht, de overvloed van hun handel, hun verdichting.

Dat is voorlopig voorbij, de steden lijken wel spooksteden: Mumbai, New York, Londen, Parijs, Lagos, Madrid, Rome. Elke nabijheid van de ander betekent nu gevaar en moet vermeden worden.

Ook kleine steden ontkomen niet hieraan, ik zag het in Utrecht en in Zutphen. Lege straten en pleinen.

Niet de omvang van een stad is beslissend, maar zijn wezen, schreef onlangs de Süddeutsche Zeitung. “Een stad is een dicht netwerk, waarbinnen mensen, goederen en diensten 24 uur per dag worden uitgewisseld. Dat netwerk bepaalt het succes van een stad.”

De krant citeerde de stadsonderzoeker Luis Bettencourt die een vergelijking maakte met processen in het heelal: “De stad functioneert als een ster. Hoe ze mensen aantrekt en sociale interacties en prestaties versnelt, lijkt op de wijze waarop een ster massa aantrekt en steeds feller oplicht naarmate hij groter wordt.”

Stedelijke kracht

Ook de kunst is een weerspiegeling van stedelijke kracht; want ook al waren er altijd kunstenaars – schrijvers, dichters, schilders, musici – die zich terugtrokken op het land, in wezen is hun cultuur een geschiedenis van de steden. Daar raakten ze elkaar, daar waren hun podia, daar lag hun inspiratie.

De krant haalt ook Richard Sennet aan, de Amerikaanse socioloog, die meent dat kinderen die in steden groot worden een grotere kans hebben om uit te groeien tot democratische burgers, omdat ze geleerd hebben schommel en wip te delen. (Ik geef hem verkort weer, maar ik denk niet dat hij dat erg vindt.)

Al dat moois dat ontspruit aan verdichting, die verdichting die nu zo’n bedreiging vormt en dat in tijden van epidemieën altijd al deed.

Sterren, massa. licht, maar intussen is de Nachtegaalstraat in mijn stad wegens wegwerkzaamheden versmald, precies daar waar de supermarkt is en de kiosk.

Dat trekt mensen, ook in deze tijden van afstoting. Ze staan voor de ingang van de supermarkt in de rij, elk met hun eigen opvatting van anderhalve meter, en ze moeten hun strookje land nog delen met voorbijgaande fietsers en andere passanten. Soms denk ik pijn en spanning in de gezichten te zien.

Ik wacht op een kruispunt en concentreer me op een stoep. Als een stuk vrij komt van zeg twintig meter duik ik erin en haast me naar een volgend punt. Tegenliggers passeer ik met een boogje, als daar ruimte voor is. Soms doet de tegenligger dat ook – dan vormen we even een imaginaire cirkel tussen ons in. Je moet er telkens bij denken dat het niet persoonlijk bedoeld is. Ik verontschuldig me met een grimas.

Maar alles is persoonlijk.

Iedereen kan de vijand zijn.

De neussnuiter.

De keelschraper.

De blafhoester.

Als dit heel lang gaat duren, gaat men in binnensteden stegen naar ze vernoemen, als waren ze de beoefenaren van middeleeuwse beroepen.

Ik koop Die Zeit. Daarin een verslag van een Chinees die in Wuhan zestig dagen in een hotelkamer opgesloten zat met zijn vrouw. Bewakers op de gang.

De stad was leeggeveegd.

Zo kan het ook.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden