Iedereen is kalm op Kraayenbeek

(Trouw)

Culinair journalist Jeroen Thijssen bezoekt deze zomer bijzondere buitenplaatsen, om er te proeven wat het land hier brengt. Vandaag: Landgoed Kraayenbeek.

De hongerige bezoeker benadert Kraaybeekerhof over een onaanzienlijk pad, dat aan een mooie maar niet spectaculaire laan begint. De wegwijzer ’Kraaybeekerhof’ is eveneens onaanzienlijk, en zou ook naar een begraafplaats kunnen verwijzen. Na twintig meter verbreedt het pad tot een tuin voor een verzameling witte huizen, die bij nadere beschouwing één gebouw blijkt te zijn: het hoofdgebouw. Er staan enorme platanen voor, als houten wachters, die de geschiedenis van dit landgoed bewaken. Al in 1594 staat hier een boerenhoeve, genaamd Onder de Craeyen. De betiteling Landgoed Kraayenbeek stamt uit het begin van de negentiende eeuw, wanneer het Huis Kraaybeek verrijst, genoemd naar de beek die over het landgoed stroomt. Het Huis kent een stoet van eigenaren en een bewogen geschiedenis: van lusthof wordt het verpleegtehuis, joods koloniehuis, gevorderd door het Duitse leger, bezet door het Nederlandse leger, een verzendhuis in babykleren en ten slotte weer een verpleegtehuis. In die functie brandt het af, in 1969, en wordt niet meer opgebouwd.

Dat zijn de kale feiten uit het blad van Stichting Driebergen-Rijsenburg. Maar waar sta ik nu dan voor? Dit gebouw, deze aaneengevoegde verzameling huizen is duidelijk niet afgebrand. Enig puzzelen in het gidsje maakt duidelijk dat dit het koetshuis is. Jemig, dan moet het grote huis ook echt groot zijn geweest.

Rechts windt een slingerende vijver weg tussen opschietende bomen, een terras aan het water lonkt. Ook aan de andere kant van het hoofdhuis staan tafeltjes en stoeltjes, maar een wegwijzer met pijl steekt naar het noorden. ’Landwinkel’, staat erop, en daar moet ik natuurlijk eerst kijken. Het pad loopt langs de slingerende vijver, die deel is van de afgedamde Kraaybeek. Dat meldt ten minste een bordje met uitleg, dat vele broertjes heeft over het gehele terrein. Bij een open plek staat, opnieuw op een bordje: compost plaats, ’hart van het landgoed’. Op een lome plek onder hoge kastanjebomen blijkt ’brandnetelgier’ te zijn verspreid, een probaat mestmiddel uit de biologische landbouw. Want na het afbranden van het grote huis koopt de antroposofische Rudolf Steinerstichting een deel van het landgoed en de huidige activiteiten vallen onder die stichting, inmiddels omgedoopt tot Leendert Mees Stichting.

Ondanks de onheilspellende naam ruik je niets van de gier, en ook van de antroposofische grondslag merk je, als bezoeker, eigenlijk niets. Behalve misschien, dat iedereen bijzonder rustig en bijzonder vriendelijk is. En er werken veel mensen in de tuinen van het landgoed, die voorbij de vijver liggen, iets verhoogd op natuurlijke hellingen. Prachtige tuinen zijn het, soms met bloemen en soms met groenten beplant, bijgehouden met de losse manier van wieden die van een cultuurtuin bijna echte natuur maakt.

Langs een helling loopt het pad naar een grote, donkere schuur, waarvan de deur uitnodigend openstaat. ’Winkel open’, roept een schoolbord de bezoekers toe. Binnen wacht een uitstalling van sierlijke producten, glazen en schalen, maar ook flessen sap en groenten, van eigen grond uiteraard. Dat begint buiten al met een mand vol tuinbonen, de laatste van het seizoen. Binnen staan in manden verschillende soorten sla, waaronder de in Nederland zeldzame Batavia, courgettes, bieten, prei, bonen. Voor weinig tot niets krijg ik een assortiment groenten mee waarvan een gezin een week zou kunnen eten. Nu ja, vijf dagen in elk geval. Ook steek ik twee zakjes kruidenthee bij me, Heermoes, die thuis wat naar moeras blijkt te smaken, en Huismix. Er staan schattige flesjes azijn met hysop en munt, geen idee wat ik ermee moet, maar die zijn onweerstaanbaar. Een fles dubbelsap mag mee, lekker voor in de trein.

Door de tuinen, waar tijd onbelangrijk lijkt, wandel ik terug naar het hoofdgebouw: op naar het restaurant, want ook dat hebben ze in dit prachtige oord.

Op het zonnige terras, aan de zijkant van het huis, zijn een paar tafeltjes bezet met keuvelende gasten, die in het hoofdgebouw vergaderen. Wat voor eten kun je verwachten in een antroposofische gelegenheid? Aan de lunchkaart is niets geitewollensokkerigs te zien, misschien alleen dat er vrij veel vegetarische gerechten op staan, zes van de zestien. Ook is er Bambu-koffie verkrijgbaar.

Alles is heel schappelijk geprijsd. Er is een dagschotel, vlees-vis-vegetarisch, voor 16,50 euro, de rest is tien euro of minder. Voor dagschotel is het te vroeg, maar dagsoep met kasteelbrood trekt me wel – courgettesoep zegt de mevrouw van de bediening. En nu ik toch vegetarisch bezig ben: er staat een salade op de kaart van diverse soorten tomaat en zevenbladpesto. Dát is onweerstaanbaar. Verschillende soorten tomaat, natuurlijk, maar dan zo’n aparte dressing erbij. Laat maar komen dat groenvoer.

Kalm verwijdert ze zich. Dat is ook een kenmerk van alle mensen die ik hier tegenkom: ze zijn kalm. Misschien kalmeert het geluid van de ritselende platanen, misschien dat van de zingende vogels, maar het is onmiskenbaar.

De keuken maakt ook geen haast met mijn soep, wat in een andere omgeving ergerniswekkend zou zijn geweest, maar hier niet. En als hij dan komt is het prettige soep, niet te dik gebonden, met zachte, donkere vlekjes van de courgette-schil er nog in. Het kasteelbrood is prima, krakende korst, smakelijk kruim.

Na het vertrek van de lege soepkom daalt de kalmte nu ook in mij neer. De salade komt sneller dan verwacht, een bord met gele, met oranje en met rode tomaten, in kwarten. Daartussen schemert het groen van sla, bovenop prikt het wit van mozzarella en mosgroen van, tja, dat moet dan de zevenbladpesto zijn. Wat een traktatie. De mozzarella is stevig, kruimelig en van echte buffelmelk. De pesto is heerlijk maar vreemd, of omgekeerd, een complexe smaak die wat van spinazie weg heeft – het smaakt zoals gezond bos moet smaken. De verschillende tomaten verschillen onderling subtiel van smaak en zijn allemaal prachtig rijp; 15,50 euro armer sta ik van tafel op. Eigenlijk zou ik de dinerkaart uit moeten proberen, maar ik geloof dat ik daarin ook niet teleurgesteld zou worden. De mevrouw van bediening belooft dat de zevenbladpesto binnenkort ook via de landgoedwinkel verkocht zal worden, dus heb ik nog een goede reden – naast de kalmte, de gastvrijheid, de vogels en de platanen – om terug te komen.

¿Voor weinig tot niets krijg ik een assortiment groenten mee waarvan een gezin een week zou kunnen eten.¿ (FOTO'S JEROEN THIJSSEN)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden