Iedereen is het eens: duif krijgt een spuitje

reportage | Als boswachter Hans Breeveld in de Oostvaardersplassen merkt dat een hert de winter niet haalt, schiet hij het dood. De mensen van de dierenambulance lappen gewonde dieren juist op. Tijd voor een gezamenlijke dienstrit.

Een lichtelijk potsierlijke vertoning is het wel. Vanaf de thuisbasis van de dierenambulance bij het asiel in Eindhoven rukken twee ambulances en een auto van Staatsbosbeheer uit, voor één zielige duif in Waalre en een bange kat op een zolder in Heeze.

De karavaan arriveert bij het opgegeven adres in het chique villadorp Waalre. De bewoners hadden gebeld: er scharrelde al drie dagen een gewonde duif in hun tuin rond. Als het echtpaar hoort dat het om een verhaal voor de krant gaat, mag de hele stoet hun bungalow binnen: de drie ambulancemedewerkers Dick, Mike en Valeria, boswachter Hans Breeveld van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen, teamleider hulpverlening van de Dierenbescherming Brabant Zuid-Oost Piet Mandigers, de fotograaf en de journalist.

Door de gang en keuken verplaatst het gezelschap zich naar de tuin. "Hij is ook nog in de vijver geflikkerd", meldt de heer des huizes. "En had grote moeite om er weer uit te komen." En de hond, een labrador, kwam er nog mee aanzetten in zijn bek, vertelt zijn vrouw. "Maar hij heeft niets met het beestje gedaan hoor, hij heeft een heel zachte beet."

De duif, door het echtpaar in een kattenbench geparkeerd, zit onder het bloed. Zijn vleugel is zichtbaar gebroken; of hij nog meer verwondingen heeft, is onduidelijk. Daar moet straks de dierenarts naar kijken. Voorzichtig tillen de ambulancemedewerkers de vogel uit de bench en leggen hem in het meegebrachte transportkratje.

Kater vangen: 30 euro

Weer buiten op straat oppert Dick dat boswachter Breeveld dit vast anders had aangepakt dan de mensen van de dierenambulance, en de duif meteen uit zijn lijden zou hebben verlost. Een goed voorbeeld van foute beeldvorming, zo blijkt. "We weten nu wel zeker dat het beestje niet verder hoeft rond te strompelen met alle ellende van dien, en geen prooi van een kat wordt", zegt Breeveld. Daar kijkt Dick van op, zo'n antwoord had hij van een stoere boswachter niet verwacht.

"We volgen in principe dezelfde route", legt Breeveld uit. "Waar het om gaat, is dat dieren de nodige zorg krijgen. Dan maakt het niet uit of je boswachter bent of bij een dierenambulance werkt. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen tussen ons. Ik zou die duif ook niet doden, want dat dier is niet van mij. Een dierenarts moet dat beoordelen. Een boswachter is ook geen jager of jachtopziener. Beschermde diersoorten in de natuur, en dat zijn bijna alle in het wild levende dieren in Nederland, zijn van niemand. Daar mag je niet over beschikken, ik ook niet. Daar ben ik niet voor bevoegd. Alleen als de meldkamer van de politie mij toestemming geeft en ik heb een wapen bij me, kan ik eventueel iets doen."

De Dierenbescherming regio Brabant Zuid-Oost beslaat een groot gebied, tussen Oirschot, Spoordonk, Budel en de Belgische grens. Om die reden werken de dierenambulances per rit vaak meer dan één melding af. Zo ook nu. Met de duif aan boord zetten de auto's koers naar Heeze. Hier is geen dier in nood, maar heeft een mens hulp nodig met een dier.

"Dierennoodhulp staat uiteraard voorop in het werk van de Dierenbescherming", zegt Piet Mandigers. "Maar juist omdat het ons altijd om de zorg voor het individuele dier gaat, rijden we ook, als we tijd hebben, taxiritten voor mensen die bijvoorbeeld niet op eigen gelegenheid met hun dier bij de dierenarts kunnen komen. De melding in Heeze waar we nu op af gaan, is ook zoiets. Daar is een man overleden die een kat had. De zus van de overledene, die het huis moet leeghalen, wil de kat wel meenemen naar haar eigen huis in Zuid-Limburg, maar ze krijgt de kat niet te pakken. Wij gaan haar nu helpen die kat te vangen, en daar betaalt ze dan 30 euro voor."

'Poes' Cindy blijkt een kater te zijn, die zich met grote schrikogen heeft verschanst onder het dakbeschot op zolder. De beschermhandschoenen van de ambulancemedewerkers reiken tot ver over de ellebogen, maar de kat blijft voor handen onbereikbaar, ver weggedoken onder het schuinste deel van het dak. Dat vraagt om ander geschut. Uit de ambulance wordt een vangnet gehaald dat veel wegheeft van een buitenformaat visnet aan een lange steel. Kunstig hanteert Valeria het net en met enkele behendige bewegingen heeft ze Cindy te pakken, gauw in de bench en deurtje dicht. Klaaglijk miauwend wordt hij overhandigd aan zijn dankbare nieuwe baasje. Boswachter Breeveld verbaast zich een beetje over deze vergaande service van de dierenambulance, maar sympathiek vindt hij het wel.

Onnodig lijden

Terug naar Eindhoven met de duif. Dierenarts Riekske Willems, verbonden aan het dierenasiel, onderzoekt het beestje voorzichtig. De vleugel blijkt doormidden gebroken, de botjes steken eruit. Alle aanwezigen delen haar conclusie dat ze duif het beste kan laten inslapen. Een spuitje in de buik en binnen een paar tellen zakt het vogelkopje scheef. Met een stethoscoop luistert ze tot het hartje is gestopt.

Met de dode duif nog op de behandeltafel, ontspint zich een discussie: wanneer lijdt een dier onnodig en moet je als mens ingrijpen? "Het lijden van een dier is een uitermate suggestief begrip", vindt Breeveld. "Vaststellen wanneer het moment aanbreekt dat een dier werkelijk lijdt, blijft een zaak van menselijke interpretaties. Mensen projecteren hun eigen emoties op een dier. Maar bij deze duif is het zo duidelijk, daarover zal toch geen discussie ontstaan, lijkt me zo."

"Jawel hoor", antwoordt Willems, "er zijn mensen die vinden dat we dat beestje antibiotica moeten geven, de vleugel spalken en desnoods een paar dagen dwangvoeren." Zelf vindt zij dat heel dubieus. "Een wild dier in gevangenschap heeft altijd stress en het moet wel echt een goede kans hebben om te overleven, vind ik, wil je de beslissing nemen het onder dwang voedsel in zijn keel te duwen."

Breeveld onderschrijft dat. De boswachter, die ruime ervaring heeft met discussies over wel of niet bijvoeren van de herten, wilde paarden en runderen in de Oostvaardersplassen, is tegen het bijvoeren van dieren in het wild. "Laat ze lekker hun gang gaan. Zij kunnen daar alle ins en outs van natuurlijk leven meemaken, met soms een overvloed aan voedsel en dan weer schaarste. Dat hoort erbij. Op het eind, als een dier te zwak wordt, dan is het onze verantwoordelijkheid om verder lijden - óók weer volgens menselijke interpretaties trouwens - te voorkomen."

Reageren op de natuur

Over de Oostvaardersplassen is in de voorgaande jaren de beeldvorming ontstaan dat de natuur er zo vrijelijk op eigen benen mag staan, dat de edelherten, heckrunderen en konikpaarden er niet alleen leven maar ook sterven zonder menselijk ingrijpen. Een hardnekkig misverstand, want van de grote herbivoren die er rondlopen, sterft ongeveer negentig procent door afschot.

Wanneer een dier geschoten moet worden, is vastgelegd in het zogenoemde Protocol Vroeg Reactief Beheer. "Wij grijpen als beheerders niet actief in, zoals bijvoorbeeld op de Veluwe, om de aantallen dieren te reguleren. We bepalen niet zelf, maar laten de natuur aangeven welk dier het niet redt", legt boswachter Hans Breeveld uit.

"Vandaar het woord 'reactief'. Dat betekent dat wij reageren op de natuur. We kijken naar de lichamelijke condities en het gedrag van het dier, letten ook op het weer, de weersverwachting en de hoeveelheid voedsel en beschutting in het gebied. Als de som van die factoren uitwijst dat een dier de winter niet zal doorkomen, schieten wij het, om eventueel lijden te voorkomen."

Het verschil tussen een parkiet en een ree

In de Oostvaardersplassen beheert boswachter Breeveld volgens duidelijke richtlijnen een gebied met in het wild levende dieren. Piet Mandigers daarentegen krijgt op de dierenambulance vooral te maken met door mensen gehouden huis- en boerderijdieren. Dat mensen voor dieren die geheel van hen afhankelijk zijn, de volle verantwoordelijkheid hebben, staat voor Breeveld buiten kijf. "Als je een hond, kat, parkiet, konijn, paard, koe of hangbuikzwijntje hebt, dien je dat beestje goed te voeden en te verzorgen."

Maar hoe gaan de boswachter en de dierenambulance om met een gewonde wilde zwaan of met een aangereden ree? Pakt de boswachter dan zijn geweer om het dier uit zijn lijden te verlossen? "Als ik dat zou doen, zou ik in overtreding zijn. Elke burger en dus ook elke boswachter heeft de wettelijke plicht een dier de nodige zorg te verlenen. Als ik een gewonde zwaan vind, bel ik de dierenambulance en als ik een ree aanrijd, de meldkamer van de politie. Die stuurt dan een jachtopziener of faunabeheerder."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden