Iedereen is bang voor zijn hachje

Het onderzoek naar Lucia de B., de verpleegkundige die levenslang kreeg wegens moord op tien patiënten en poging tot moord op drie anderen, staat onder vuur. De schuldvraag lijkt niet langer Lucia de B. te betreffen, maar meer wie fouten heeft gemaakt in het proces. Iedereen voelt zich aangevallen.

Of de speurders die nu wel of niet hadden, het woord ’tunnelvisie’ zal ze in de zaak tegen Lucia de B. altijd achtervolgen. En dat terwijl de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) het woord deze week zorgvuldig meed.

Lucia de B. zit inmiddels bijna zes jaar in de gevangenis. In maart vorig jaar werd ze getroffen door een hersenbloeding, waardoor ze half verlamd is geraakt. Volgens haar verwanten heeft ze last van depressiviteit en ontleent ze wat schaars levensgeluk aan het verzorgen van plantjes. Maar afgelopen week liet ze via haar advocaat Stijn Franken weten dat ze om haar vrijlating verzoekt. De reden is het advies van de CEAS dat het strafonderzoek mankementen vertoont. ’Alternatieve scenario’s’ zouden onvoldoende zijn onderzocht en er zou te weinig rekening zijn gehouden met het feit dat de vele gehoorde deskundigen sterk met elkaar van mening verschilden over de achtergronden van de sterfgevallen van de baby’s, kleine kinderen en hoogbejaarden die aan Lucia de B. worden toegeschreven.

Sommigen loven de zelfreflectie die het Openbaar Ministerie met dit advies aan de dag legt, want de CEAS is een orgaan onder de vleugels van het OM zelf. Maar volgens anderen illustreert het advies van de CEAS de schier onmogelijke positie waarin het OM zich in deze zaak heeft gewrongen. Rechtspsycholoog Peter van Koppen kan een ironische ondertoon in zijn stem slechts met moeite onderdrukken als hij zegt: „Op zichzelf heeft de CEAS het keurig gedaan. Haar grote valkuil is dat ze het niet over de rechterlijke uitspraak mag hebben. Ze mag zich alleen bemoeien met haar eigen werk en dat van de politie. Daar gaat ze heel elegant mee om.”

Die ’elegantie’ zit ’m volgens hem in de omfloerste, maar daarom niet minder duidelijke boodschap van het advies. „Als je tussen de regels van het advies door leest, vindt de commissie óók dat er een tunnelvisie was, alleen: dat woord komt in het hele rapport niet voor”, zegt Van Koppen. „Ze vermijdt de term, maar duidt er in andere bewoordingen minstens zeven keer op, bijvoorbeeld door te spreken van ’alternatieve scenario’s’ die niet in overweging zijn genomen. Volgens mij heet dat gewoon een tunnelvisie.”

Het OM heeft het dus fout gedaan, en dan in het bijzonder de betreffende officier van justitie. Maar als het onderzoek onvolledig was, zoals wordt gesuggereerd, heeft dan ook advocaat Stijn Franken geen kansen laten liggen? De deskundigen die zich uitspraken over de dood van een van de slachtoffers faalden kennelijk óók, want zij spraken elkaar tegen. Ten slotte lieten ook de rechters zich in de luren leggen, want zij achtten een strafdossier volledig terwijl nu blijkt dat de speurders nog veel meer hadden moeten doen om de waarheid te achterhalen.

Zo bezien lijken mensen gigantische fouten te hebben gemaakt. NRC Handelsblad weet dat zelfs al zeker. „De rechter (was) onvoldoende kritisch en de schuldigverklaring vermoedelijk onjuist”, schreef de krant deze week. Joep Verburg, president van het Haagse gerechtshof, reageerde als door een wesp gestoken. Met een ingezonden brief ging hij donderdag uitvoerig in op de zaak, om te bewijzen dat de rechters bij de veroordeling van Lucia de B. wel degelijk zorgvuldig te werk zijn gegaan.

De actie van Verburg is hoogst uitzonderlijk. Vanouds stelt de rechterlijke macht zich uiterst terughoudend op, beducht als ze is om haar onafhankelijkheid te verliezen. Daar komt bij dat de CEAS uitvoerig heeft benadrukt dat het haar ging om het werk van het OM en de politie, en niét dat van de rechters. Verburg reageerde dus niet op het advies van de CEAS, maar op het artikel dat een journalist daarover had geschreven. Kennelijk voelde hij zich persoonlijk aangesproken.

Volgens de organisatiedeskundige Martin Hetebrij is dat precies het probleem van deze zaak, en overigens ook van andere strafzaken die veel maatschappelijke en politieke aandacht trekken. „De zaak-Lucia de B. is tot in het extreme gepolitiseerd”, zegt Hetebrij. „Het gaat lang niet alleen om de vraag of Lucia de B. schuldig is of niet. Alle partijen trekken zich hun rol ook heel persoonlijk aan. Met de hete adem van de publieke opinie in de nek beperken ze zich niet simpelweg tot hun rol van officier van justitie, advocaat, deskundige of rechter. De suggestie dat het strafproces gebrekkig is verlopen, wekt bij hen de behoefte om zich te verdedigen, om een andere partij de schuld te geven. Terwijl er misschien helemaal geen schuld is.”

De zaak tegen Lucia de B. begon met de indruk dat op de vier ziekenhuisafdelingen waar zij tussen 1997 en 2001 werkte, zich buitengewoon veel sterfgevallen voordeden als zij dienst had. De concrete aanleiding voor haar collega’s om de noodklok te luiden was de dood van de zes maanden oude baby Amber, die een giftige stof had binnengekregen zonder dat artsen iets hadden voorgeschreven wat ook maar bij die stof in de buurt kwam. Eerst was er dus een dader, pas later kwamen er de slachtoffers bij. „Dat is natuurlijk volstrekt onaanvaardbaar”, zegt Peter van Koppen. „Het begon met: ’wij vertrouwen Lucia de B. niet’. Het OM heeft alle informatie die het kreeg vervolgens geïnterpreteerd onder de stelling dat Lucia de B. een moordenaar is. Vervolgens maakte ook het Hof er een potje van: het ging selectief shoppen in de feiten.”

Dan is de vraag waarom het OM dat deed. Volgens Hetebrij is het hoogst onwaarschijnlijk dat de leden van het OM collectief precies dezelfde kant op keken. „Als je dit alleen karakteriseert als een tunnelvisie, doe je deze mensen tekort”, zegt hij. Hij vermoedt dat er binnen het OM meer dan genoeg mensen zijn geweest die andere scenario’s in overweging wilden nemen. Maar naarmate het onderzoek vorderde en het aantal betrokken partijen groeide werd het steeds moeilijker om de koers te wijzigen. „Vergelijk het maar met een project in een bedrijf”, zegt Hetebrij. „Je stopt er miljoenen euro’s en gigantisch veel energie in, en dan blijkt halverwege dat het al die moeite niet waard is. De kans dat het project gewoon doorgaat is dan toch levensgroot, want iedereen is bang om de vinger op de zere plek te leggen. De kans dat je de zwartepiet krijgt toegespeeld is veel te groot.”

Dat bedoelt Hetebrij met ’politiseren’. Het strafproces rond Lucia de B. draait niet alleen meer om het achterhalen van de waarheid, maar ook om de ’politieke’ positie van de mensen die het uitvoeren. In zoverre is hij het met Van Koppen eens. „Er was de hypothese dat zij de schuld heeft. Daarna konden mensen nog wel gaan twijfelen, maar wee degene die het hardop zegt. Die heeft grote kans om de schuld te krijgen. Maar zo bezien kun je niet beweren dat er een tunnelvisie was, wel dat er een verdedigingsmechanisme op gang kwam. Iedereen vreest voor zijn hachje.”

Dat is een echte tragedie, vindt Hetebrij, want de partijen worden gedwongen in een rol die ze helemaal niet willen. Eigenlijk willen ze ’gewoon’ hun werk doen als officier, advocaat, deskundige of rechter. Hoewel, daar valt volgens Van Koppen nog wel wat af te dingen, met name binnen het OM. Daar zijn de hiërarchie en de kadaverdiscipline volgens hem zo ver toegenomen, dat er van de autonomie van de officier van justitie nog maar bitter weinig over is. Formeel mag hij in het strafproces alles doen wat hij persoonlijk nodig vindt, maar, zegt Van Koppen, „in het OM kijkt iedereen nu naar boven. De officier van justitie kijkt naar de hoofdofficier, en die kijkt naar de procureur-generaal, en die kijkt naar de minister van justitie. Zo blijft er van die autonomie niets over.”

Velen binnen het OM lijken bang te zijn geworden om voor eigen rekening beslissingen te nemen, en het CEAS-advies maakt dat er niet gemakkelijker op. De CEAS is deel van het OM. Als officieren publiekelijk door hun eigen organisatie aan de schandpaal kunnen worden genageld, hoe zullen ze ooit nog tot een zelfstandige koers zijn te bewegen? „Hun probleem is”, zegt Hetebrij, „dat ze wel de macht hebben gekregen om zelfstandig op te treden, maar dat ze niet meer de onafhankelijkheid hebben die daarbij nodig is. Overheidsorganisaties zijn daar gevoelig voor. De politiek krijgt eerst greep op de top, en sijpelt dan langzaam door naar beneden.”

Hoe meer partijen er bij zo’n proces zijn betrokken, hoe ingewikkelder het bovendien wordt, zo blijkt ook in de zaak tegen Lucia de B. Deze week kwam er opnieuw een groep mensen bij die zich persoonlijk aangevallen voelde, namelijk zo’n tachtig deskundigen op het gebied van statistiek. Zij vinden het statistische deel van het bewijs niet overtuigend en dienden een petitie in tot herziening van de zaak. „Zij voelen zich als professionals kennelijk aangetast in hun beroepseer en vinden dat de in het onderzoek betrokken statisticus zijn werk niet goed heeft gedaan”, zegt Hetebrij. „Misschien hebben ze daarin inhoudelijk wel gelijk, maar de keerzijde is dat een gevecht in hun beroepsgroep de rechtbank binnenkomt. En de statisticus die de kritiek treft, is nu helemaal kapotgemaakt. Zo krijgt opnieuw iemand de schuld, terwijl hij waarschijnlijk gewoon zijn werk deed.”

Valt er nog wel iets te repareren, nu elke partij in de zaak rond Lucia de B. aangeschoten wild is? Volgens Hetebrij is het nooit te laat. „De procureur-generaal bij de Hoge Raad, die het advies van de CEAS al of niet moet uitvoeren, en staatssecretaris van justitie Nebahat Albayrak, die is verzocht om herziening van de zaak, moeten hun best doen om mensen in te zetten die het spel met stijl kunnen spelen. Geen straatvechters dus, maar mensen die met een zekere rust reageren en zich bewust zijn dat het spel hen niet persoonlijk raakt. Wat erg zou helpen, is ophouden met vragen wie de schuld heeft van de fouten in het strafproces. Dat is lastig, want de gedachte dat er geen schuld is, is voor vele mensen maar moeilijk te verdragen. Kijk maar naar de Schiphol-brand: de vraag over de oorzaak werd overschaduwd door de vraag wie de schuld had.”

Dat klinkt als een pleidooi voor het herstel van de aloude ongenaakbaarheid van het OM, advocaten, deskundigen en rechters. Voordat media, politici en anderen zich ingrijpend met hen gingen bemoeien, konden zij zich zonder veel problemen op hun eigen deel van de zaak concentreren, zonder zich veel gelegen te laten liggen aan wat andere partijen daarvan vonden. Maar een dergelijke ’bastioncultuur’ is volgens Hetebrij voorgoed verleden tijd. „Er is geen ontkomen meer aan”, zegt hij. „Je kunt niet alléén advocaat, officier of rechter meer zijn, je moét je verhouden tot je omgeving en dus leren het politieke spel te spelen.”

Hoe moet het nu verder met de zaak Lucia de B.? Van Koppen, overtuigd van de gebreken in het onderzoek, vreest het ergste. „Ik zie geen novum”, zegt hij, „geen nieuwe feiten die aanleiding geven tot herziening van de zaak. Er is alleen de constatering dat deskundigen het niet met elkaar eens zijn, maar dat vindt de Hoge Raad geen grond.” Strikt genomen zou het OM achterover kunnen leunen, want de veroordeling van Lucia de B. in 2001 hield stand tot in hoger beroep. Maar gezien de grote publieke druk op de zaak kan Van Koppen zich dat niet voorstellen. „Hij neemt vast snel een beslissing.”

Blijft de vraag of het aanzien van de strafrechtspleging schade heeft opgelopen. „Ach, wat is schade”, zegt Van Koppen. „Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat zaken als dit geen barst uitmaken voor het vertrouwen van de burger in de rechterlijke macht. In Nederland is dat vertrouwen namelijk zeer groot. Misschien kun je zeggen dat de nabestaanden nog de meeste schade lijden. Hun is aangepraat dat ze het slachtoffer zijn van een misdaad, terwijl hun geliefden misschien welgewoon een natuurlijke dood zijn gestorven.”

Rest het lot van Lucia de B. Het advies van de CEAS heeft haar nieuwe hoop gegeven, zo blijkt uit haar verzoek tot onmiddellijke vrijlating, maar haar toekomst lijkt af te hangen van méér dan een koele afweging van de feiten. „Het is niet anders”, zegt Hetebrij. „Vrouwe Justitia heeft geen blinddoek meer om.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden