Iedereen is bang van mij

Het kabinet wil criminele jeugdgroepen aanpakken. Trouw liep een maand mee met de politie in Den Haag, waar de Bende van de Delftselaan opereert. Deel 3: een gesprek met bendelid 'Mahmida'.

PERDIEP RAMESAR

Mahmida rent alsof zijn leven ervan afhangt. Hij zat vast in een jeugdinrichting in de buurt van Doetinchem, maar hij is gevlucht zodra zijn groep onder begeleiding even buiten is. Eenvoudig is zijn weg niet, want hij kent de omgeving niet. De Marokkaanse jongen uit de Haagse Schilderswijk rent tot hij een grote boerderij ziet. Het wordt al donker. In de paardenstallen zoekt hij een plek om zich te warmen en eventueel te slapen. Natuurlijk doet hij wel zo stil mogelijk, want de boer mag er niet achterkomen dat hij daar bivakkeert. Zodra dat bekend wordt, is zijn lot bezegeld. Dan moet hij weer terug naar de inrichting. Maar dat gebeurt niet.

De jongen van de Delftselaan slaapt nauwelijks, hij heeft het koud. Een klein dek gebruikt hij tegen de kou, maar het helpt niet echt. Hij heeft honger en is gestresst. Continu pijnigt hij zijn hersenen: hoe kan ik hier wegkomen en wat heb ik daarvoor nodig? Het is nog donker als hij een vrachtwagen hoort. De laadklep is omlaag en er staat even niemand bij. Hij klimt in de truck en kruipt naar het uiterste hoekje achter wat goederen. De klep gaat dicht en Mahmida zit vast in de laadruimte van een vrachtwagen.

Hij is in paniek, weer raast zijn hoofd, hij moet eruit, denkt hij. Zijn rug doet pijn, hij is moe en de honger wordt erger. Zodra de vrachtauto stopt, probeert hij van binnen de klep te openen. Met materiaal dat in de laadruimte hangt, slaat hij een paar haken los. De roestige klep valt open. De jongen ziet niemand. Hij kan verder. Nog steeds heeft hij geen idee waar hij is, maar al rennende ziet hij bordjes waaraan hij kan zien dat hij in de buurt van Arnhem is. Mahmida vlucht de stad binnen en kijkt om zich heen. Hij denkt: "Hoe kom ik thuis?"

Mahmida was toen vijftien jaar - inmiddels is hij twintig en staat hij nog steeds bekend als vluchtgevaarlijk. Hij vertelt zijn verhaal aan Trouw in een café buiten de Schilderswijk, aan de andere kant van Den Haag. Hij is meegereden met een wijkagent die hij al jaren kent, in slechte tijden en in minder slechte perioden. Tussen de agent en Mahmida bestaat een bijzondere verstandhouding. Hoewel de Marokkaan de politie niet vertrouwt, heeft hij een band met deze agent. Die pakt hem hard aan als het moet, maar is ook begripvol en soms zelfs vaderlijk, 'omdat het nodig is bij hem'. Als Mahmida weer eens wordt opgepakt, vraagt hij meteen naar deze agent, want met hem kan hij praten.

Mahmida valt binnen het 'project Mammoet', van de politie Haaglanden, dat zich onder meer richt op de 'Bende van de Delftselaan' (DSL) in de Schilderswijk. De wijkagent is coördinator van het Mammoet-team. Eenmaal aangekomen bij het café moet Mahmida wel even laten weten dat hij de boel onder controle heeft: "Hé, dit is jouw wijkje, hè?", vraagt hij bijdehand aan de politieman. "Ik weet wel waar je woont." De agent lacht en begrijpt de boodschap.

Toen hij van huis werd opgehaald voor het interview leek hij prikkelbaar. Hij groette zijn moeder, zei op chagrijnige toon: "Kom, ik wil naar buiten, we gaan weg", en trok de voordeur hard dicht. In de auto was hij ongedurig en vroeg hij of hij over een halfuurtje weer terug kon zijn, want hij had een afspraak met een 'vriend' in de Delftselaan. Maar hij koelde tijdens de autorit al af en verzette zijn afspraak naar later die dag.

De sfeer bij het gesprek in het café is gemoedelijk. Mahmida maakt grapjes, lacht en is openhartig. Gewoon een aardige jongen, klein van stuk, een krullenbol, bijna aaibaar. Over anderen praat hij niet. Af en toe laat hij een bijnaam van iemand vallen, maar wijdt dan niet verder uit. Dat past precies in het profiel van de veelplegers van DSL die hun mond houden over wat ze samen doen. Mahmida vertelt meer dan welke DSL'er ooit heeft gedaan. Dat gebeurt nooit, daarom moet zijn ware identiteit geheim blijven. Hij wil niet op de foto en niet met voor- en achternaam in de krant.

"Ik heb verschillende politie-eenheden veel zweet, koppijn en stress bezorgd. Zodra ik word vastgezet, heb ik de drang om te vluchten. Ik ben een bekende in de Delftselaan. Van de grote jongens ben ik de jongste, maar ik ben al wel het langste actief", vertelt Mahmida. Hoewel hij zichzelf als eenling beschouwt, wordt hij gerekend tot de meest beruchte leden van de Bende van de Delftselaan.

Bijna alles wat de politie Haaglanden in huis heeft om hem in te rekenen als hij ergens van verdacht wordt, is weleens tegen hem ingezet: surveillance, wijkteams, arrestatieteams. Hij raakt er niet van onder de indruk. Hij rent alleen. Hij rent alsof zijn leven ervan afhangt. Het lijkt alsof hij een natuurlijk aversie heeft tegen het gezag. "Ik weet niet wat het is. Ik móét dan gewoon rennen, vluchten, zo snel mogelijk weg van daar."

Zo vertelt hij over een aanhouding waarbij hij het hoge dak op klom via de regenpijp. Ook daar staat hij om bekend. Op de vlucht pakt hij gewoon de regenpijp. Zie er dan maar als agent achter aan te gaan. Mahmida lacht erbij en geeft een knipoog. "Ze pakken me niet zomaar, hoor!" Net als bij zijn vlucht naar Arnhem toen hij vijftien was. "Als één agent je niet kan pakken, kun je ze allemaal hebben. Vanaf mijn tiende reed ik al op scooters. Als ik dan werd gepakt, had ik spijt dat ik niet was gevlucht."

Mahmida is net een paar maanden vrij. Hij heeft twee jaar en acht maanden vastgezeten, jeugd-tbs. Uitbehandeld en onhandelbaar, luidde de conclusie. Verlenging zou geen zin hebben. Al vanaf zijn vroege tienerjaren heeft Mahmida tijd in de gevangenis doorgebracht. In zijn jonge jaren stond hij onder toezicht van jeugdzorg. Zijn strafblad is lang voor zo'n jonge vent: diefstal in vereniging, inbraken, heling, vele bedreigingen al dan niet met wapens, belediging en mishandelingen. Zijn tbs kreeg hij voor een straatroof met een vuurwapen waarmee hij iemand een laptop afhandig maakte.

Hij heeft zelfs een tijdje in de extra beveiligde inrichting in Vught gezeten, in een isoleercel. Hij vocht tijdens zijn detentie veel met de bewaarders. Hij vertelt dat hij in de verschillende inrichtingen tot bloedens toe werd mishandeld maar dat hij 'keihard terugvocht'. Hij pikte niets van de bewaarders, ook hun gezag niet.

"Toen ging het slechter dan nu. Nu ben ik rustiger geworden. Ik denk meer na, dat deed ik vroeger niet. Ik ben nu twintig, ik wil niet meer vastzitten. Het is zo erg voor mijn moeder. Ze heeft veel verdriet gehad door mij. Ook maak ik mij zorgen om mijn broertjes", zegt Mahmida berouwvol.

Zijn moeder is een vriendelijke, gastvrije vrouw. Mahmida is haar oudste zoon. Ze heeft nog twee dochters en twee zoontjes, en ze is zwanger van haar zesde kind. Elke keer als er een vreemde bij hun thuis aanbelt, schrikt ze en huilt ze soms. Ze is bang dat er weer problemen zijn, dat haar zoon weer vastzit. Nu is dat niet het geval, maar ze beseft dat dit van tijdelijke aard zou kunnen zijn. "Ik ken mijn zoon", zegt ze. Lang heeft ze alleen voor de kinderen gezorgd. Haar man heeft jarenlang zelf ook vastgezeten voor drugssmokkel en vermogensdelicten. De laatste keer zat hij vast in Spanje. Hij is nu terug in de karig ingerichte woning. Dat is niet altijd even gemakkelijk voor Mahmida.

"Ik heb eigenlijk nooit echt een vader gehad, net zoals ik geen oudere broer heb gehad die op mij let. Ik heb me altijd verantwoordelijk gevoeld voor het gezin. Maar zonder school of werk moet ik ergens anders het geld vandaan halen. Als je dan niet nadenkt, ga je verkeerde dingen doen. Maar wat moet je anders? Heel veel mensen van buiten de Schilderswijk weten niet hoe de mensen daar leven. Hele gezinnen hebben geen eten. Ze hebben geen geld om voor hun kinderen te zorgen. Iedereen zoekt geld, of het nu op de goede of de verkeerde manier is, maar geld heb je nodig, want anders kun je niet leven."

Mahmida is een berucht DSL'er. Hij wordt door anderen gezien als 'onberekenbaar, onvoorspelbaar en levensgevaarlijk'. Hij is één van de jongens van de Delftselaan en wordt door de buurt omschreven als 'een roofdier, een hyena, die je altijd in de rug benadert, zonder dat je weet waar hij vandaan komt. Hij sluipt, hij bespiedt, hij kruipt, hij grijpt zijn kans'. Dat mensen zo over hem denken doet hem niet zoveel. Wel vindt hij het erg voor zijn moeder. "Iedereen was altijd bang voor mij. Ook de jongens van de Delftselaan. Dat komt omdat ze weten dat ik voor niemand bang ben."

Hulpverleners rapporteren over Mahmida dat hij een 'zeer gedragsgestoorde criminele jongen' is en dat hij zijn zussen en moeder heeft mishandeld. 'Hele buurt is bang voor deze jongen, inclusief zijn moeder en zussen', staat in een plan van aanpak van de hulpverlenende instanties rondom Mahmida, waarover Trouw beschikt. Daarin staat ook dat hij een IQ van 86 heeft, geen gezag accepteert en dat hij de aan autisme verwante stoornis PDD-NOS heeft.

Hij vertelt zelf dat inmiddels een Wajong-uitkering voor hem is aangevraagd. Hij krijgt ondersteuning van een hulpverlener van het Jongeren Interventie Team. Mahmida vindt hem aardig, omdat hij hem helpt met papierwerk en de aanvraag voor zijn uitkering. Meer kan de hulpverlener voorlopig niet doen. Deze jongen is zo'n complex geval waar de verschillende instanties zich geen raad mee weten. Sinds hij weer terug is van zijn tbs, zijn die ene hulpverlener die wekelijks contact met hem heeft en de politie de enigen die iets met hem doen.

Op basis van vrijwilligheid - zoals dat in Nederland voor een groot deel geldt - lukt niets, want hij weigert andere hulp en komt niet opdagen bij afspraken. "Ik geloof niet in dat gepraat. Ik moet overleven, mijn moeder, mijn broertjes moeten overleven. Voor gesprekken heb ik geen tijd", zegt hij zelf. Geloven in Allah doet hij wel: "Alles wat met mij gebeurt is Gods wil. Zelfs als ik moet stelen om te overleven", zegt hij.

Die overlevingsdrang kenmerkte ook zijn aan het begin van dit verhaal beschreven vlucht, op vijftienjarige leeftijd. Eenmaal in Arnhem loopt hij rond en kijkt hij hoe hij bij het station kan komen. "Toen zag ik opeens een Marokkaanse jongen fietsen. Ik zag aan hem dat hij een Berber was, iemand van mijn stam. Ik floot naar hem, hij hielp me en bracht me naar het station. Daar nam ik de trein. Ik moest wel een paar keer overstappen omdat er werd gecontroleerd, maar uiteindelijk kwam ik in Den Haag aan, waarna ik naar huis liep. Maar op de Delftselaan, eindelijk weer in mijn straat, in mijn buurt, werd ik toch weer opgepakt. En toen kon ik toch weer terug naar het gevang."

Het interview met Mahmida heeft enkele weken geleden plaatsgehad. Inmiddels heeft hij alweer een paar keer contact met de politie gehad wegens openstaande boetes en een akkefietje met een scooter. Hij blowt steeds meer, heeft geen dagritme en lijkt weer af te glijden. Behalve de politie en de jongerenwerker is het de vraag of er anderen zijn die direct kunnen ingrijpen als het weer een keer mis gaat. Daarover zegt hij nu: "Ik kan geen nee zeggen. Als iemand mij helpt, help ik hem ook. Niemand kan mij veranderen, zelfs mijn moeder niet. Maar ik weet: vrienden bestaan niet, ik blijf altijd alleen achter."

Deel 4 van deze serie zal gaan over de buurt, de sociale samenhang en de pijn van de bewoners.

De Bende van de Delftselaan bestaat alleen uit Marokkaanse jongens. Veel van de jongens, weten de agenten op het wijkbureau De Heemstraat, zijn in Nederland geboren en van huis uit moslim. Hun ouders gaan nog wel naar de moskee, maar deze jongens niet.

Toch speelt geloof een rol in hun criminele leven. Althans, zij doen dat zo voorkomen, zegt de politie daarover. "Je hoort ze nooit over hun geloof. Ze komen nooit naar de moskee. Maar als ze wordt gevraagd naar waarom ze crimineel zijn, krijgen we steevast te horen dat Allah dat wil. Insha'Allah."

Allah heeft deze weg voor hem uitgestippeld, denkt de DSL'er. Waar ze die kennis vandaan hebben, is niemand bekend. Maar ook ouders gebruiken het geloof om het gedrag van hun zoon te verklaren: "Ik weet niet waarom hij het doet. Wij doen zo ons best. Maar het is Gods wil."

De politie en hulpverlening kunnen daar niets mee. Het is voor hun een dooddoener, waarmee de jongens de verantwoordelijkheid voor hun (mis)daden afschuiven naar een hogere macht die niet ter verantwoording kan worden geroepen. "Deze jongens weten niet anders. Ze nemen het gedrag over van anderen in hun omgeving. Ze zouden eigenlijk een tijdje uit die buurt weg moeten."

Project Mammoet
Minister Ivo Opstelten riep eerder dit jaar dat alle criminele jeugdgroepen tijdens deze kabinetsperiode moesten worden aangepakt. Maar welke criminele jeugdgroepen zijn er en hoe kun je zo'n bende aanpakken?

Om antwoord op die vragen te krijgen draaide Trouw met instemming van de politie Haaglanden een maand lang mee met het project 'Mammoet', dat zich richt op twee jeugdgroepen in de Haagse Schilderswijk, en sprak met wijkagenten, rechercheurs, experts, buurtbewoners, ondernemers, verdachten en veroordeelden.

Het grootste deel van het onderzoek voor deze reportagereeks gebeurde op straat, in de Haagse Schilderswijk, op de Delftselaan, bij winkeliers, caféhouders en bij gezinnen thuis. Enkele bronnen vertelden hun verhaal anoniem uit privacyoverwegingen en uit angst voor hun veiligheid.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden