Iedereen in zijn eigen cocon

In zijn opmerkelijk voldragen roman ’Verlichte kamers’, laat Richard Mason zien hoe familieleden vaak pijnlijk langs elkaar heen leven.

Richard Mason: De verlichte kamers. Uit het Engels vertaald door Monique Eggermont en Dennis Keesmaat. De Bezige Bij, Amsterdam, ISBN 9789023427872; 512 blz, euro 29,90

De Britse schrijver van Zuid-Afrikaanse afkomst Richard Mason (1978) schrijft ondanks zijn jeugdige leeftijd romans alsof hij al een heel leven aan ervaring achter zich heeft.

Die vroegrijpheid is misschien wel het meest opvallende aan zijn boeken: ’Verloren zielen’, zijn debuut, dat nota bene verscheen in zijn eerste studiejaar in Oxford, ’Lotgenoten’ en nu ’De verlichte kamers’. Geen ironische of studentikoze memoires, geen verslag van het leven van hedendaagse dertigers, geen verkapte autobiografische romans, maar rijpe en existentiële verbeeldingen van verschillende en complexe levens.

In zijn jongste roman ’De verlichte kamers’ lijkt hij zelfs zijn eigen leeftijdsgroep opzettelijk te vermijden. De hoofdpersonen, Eloise en Joan, zijn respectievelijk van middelbare leeftijd en bejaard, de belangrijkste bijfiguren Claude en Paul middelbaar en puberend. Alleen in het feit dat het verhaal banden onderhoudt met Zuid-Afrika kun je iets autobiografisch lezen. Een schrijver in de orde van de grote romanciers dus, met greep op het verhaal, psychologische diepgang en creatieve verbeelding. Als je zijn werk leest denk je aan Thomas Mann, Simon Vestdijk, John Updike.

Misschien is er een letterlijke lezing van de titel mogelijk maar de verlichte kamers uit het boek zijn toch vooral de verlichte bovenkamers van de hoofdpersonen, hun gedachtenwerelden. En die stemmen, ondanks de vaak innige banden van hun bewoners, niet erg overeen. Ik heb het gevoel dat Mason vooral de dynamiek van dat mentaal langs elkaar heen leven wil uitbeelden.

Eloise Mcallister werkt bij een hedgefonds, dat zijn kaarten gezet heeft op een nieuw metaal, osmium. Haar voormalige minnaar werkt aan een gunstige toepassing van het metaal maar het komt er niet van, intussen kelderen de aandelen osmium schrikbarend. Haar moeder, Joan Mcallister, een voormalig pianiste, is door Eloise naar een peperduur verzorgingstehuis gebracht, waar ze haar geest bezighoudt door in het verleden van haar grootmoeder te duiken die een dagboek heeft geschreven over haar tijd in een concentratiekamp tijdens de Boerenoorlog, maar voor het oog van de wereld takelt Joan snel af.

En dan heb je nog de voormalige minnaar Claude Pasquier, geleerd, temperamentvol maar toch eigenlijk onsuccesvol, en de halfwassen punk Paul, die de dementerende Joan helpt bij haar zoektocht. Allemaal hunkerend naar liefde, allemaal proberend in het reine te komen met hun verleden, maar ook zonder veel toegang tot elkaar.

Eloise kent een met schuld en boosheid beladen relatie tot haar familie en moeder, waarvan de oorzaken in flashbacks steeds duidelijker worden. Joan probeert dingen uit een ver verleden te verwerken, zonder dat haar dochter veel van haar overwegingen te weten komt. Iedereen in deze familie zit in z’n eigen cocon.

Het meest opzichtig is dat vormgegeven in de demente dromen van Joan, die zich in gedachten naar haar grootmoeder verplaatst en het verplegend personeel steeds vaker aanziet voor demonen uit de Boerenoorlog. Mason geeft haar hersenspinsels en gedachten weer als coherente gebeurtenissen, maar je ziet dat haar omgeving er niks van snapt en haar allengs ziet wegglijden in absences, tia’s en beroertes. Ook de ogenschijnlijk sterke zakenvrouw Eloise leeft in een schijnwereld; ze heeft haar baas de opkomst van het osmium beloofd maar kan dat helemaal niet waarmaken.

In grote, eenvoudige en doorzichtige lijnen zet Richard Masons deze verschillende levens en ambities neer. Zelfs de vreemde kronkels van Joan kan de lezer makkelijk volgen (eigenlijk het zwakste aspect van ’De verlichte kamers’, vind ik; deze dementie is me te samenhangend, te veel een mentaal toverkunstje, te weinig verscheurd!).

De gebrekkige chemie tussen alle personages is evenzeer transparant als onderhuids, zoals in het volgende voorbeeld, dat laat zien wat de kinderloze Eloise losmaakt in haar collega Carol: „Het idee van een avond alleen, waarop ze zich tegenover niemand anders dan zichzelf hoefde te verantwoorden, was zo verschrikkelijk verleidelijk dat alleen bij de gedachte al tranen in haar ogen konden springen, en Carol verachtte Eloise omdat zij deze geniepige jaloezie bij haar veroorzaakte. Dit veroorzaakte een verlangen – zo sterk dat ze ervan schrok – om haar tegenstandster pijn te doen, een verlangen dat overduidelijk was voor Eloise, die daar op dezelfde manier op reageerde.”

’De verlichte kamers’ is een traditionele familieroman, waarin Richard Mason als een allesoverziend dirigent de touwtjes in handen houdt.

Het is ook een ietwat ouderwets opgezet boek, maar omdat Mason scherpzinnig genoeg is, stoort dat niet zo. En dat is toch de maat voor dit soort boeken: hoeveel verstand en diepte legt de schrijver erin. Hier en daar doet Mason me even aan zijn landgenoot Coetzee denken, al is hij een stuk minder persoonlijk, en boort hij ook net wat minder diep. Ik denk dat hij het type schrijver is dat dingen graag in de hand houdt en experimenten mijdt.

Dat klinkt braaf en voorspelbaar, maar het kan soms best aangenaam zijn om zo’n jonge auteur te zien die niet direct met nieuwe winden meewaait. Postmodernisme, verbrokkeling, speelsheid, het telt allemaal nu eens niet in deze klassieke roman van een aankomend meester.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden