Iedereen houdt van Atatürk

Hoe kan een lang geleden gestorven dictator nog zo obsessief bemind worden, vraagt Erdal Balci zich af.

Mustafa Kemal Atatürk was de grootste Turk aller tijden, stichter van het moderne, seculiere Turkije, dat zich dezer dagen heftig verweert tegen de groeiende invloed van de islam. Maar Mustafa Kemal Atatürk was vooral ook een oorlogszuchtige tiran, die zijn tegenstanders moeiteloos uit de weg liet ruimen.

Misschien waren er wel een miljoen Turken, twee weken geleden bij de demonstratie ’Red de Republiek’ in Istanbul. In ieders hand stak een Turkse vlag. Modern uitziende meisjes en vrouwen waren zo chic gekleed dat het leek alsof we op een modeshow waren. Ze waren op z’n minst even naar de kapper gegaan voordat ze naar de demonstratie waren gesneld. Het moderne gezicht van het land moest getoond. En dat deden de Turken, met hun vlaggen, met hun gedecolleteerde kleding, met hun leuzen tegen de Europese Unie, met hun nationalistische liederen én met misschien het belangrijkste van dit alles: hun liefde voor Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de republiek die al bijna zestig jaar dood is.

Deze man blijft het stevige cement van het land, althans voor de stedelingen, voor het seculiere deel, voor de Turkse ambtelijke elite. Hoe kan dat? Hoe kan een dictator die al zo lang geleden overleed (Atatürk leefde van 1881 tot 1938) nog zo obsessief bemind worden? Is het dankbaarheid omdat hij de bevrijdingsoorlog heeft geleid? Gaat het om de angst voor een ’Arabische manier van leven’ die de islamisten wellicht willen opleggen? Is het het geld? Het is immers prettig om bij de betere middenstand te horen.

Of is het wat ik bij die demonstratie meemaakte? Onderwijzer Muzaffer Gülsen uit Nederland was toevallig in Istanbul die dag. We stonden samen naar de ongelofelijk grote menigte te kijken. Gulsen werd er stil van en zei een poosje later: „Wat is de kracht van onderwijs toch groot.”

Of is het toch alleen de onvoorwaardelijke liefde voor de overleden vader?

In een restaurant in Besiktas, een van de betere wijken in het centrum van Istanbul, drinkt een groep mannen raki. Voetbalclub Besiktas moet de volgende dag de belangrijke derby tegen Fenerbahce spelen. De mannen in keurige pakken worden langzaam dronken. Eerst gaan ze in dit eeuwenoude visrestaurant in koor Fenerbahce voor alles en nog wat uitmaken. Even later scanderen ze met zijn allen: „Vader Atatürk, we treden in jouw voetsporen. Net als jij zullen we ook aan cirrose sterven.” (Cirrose is een ziekte die wordt veroorzaakt door te veel alcoholgebruik. Atatürk dronk elke dag raki.) Vraag een Turks kind een gedicht over Atatürk te lezen, en de kans is groot dat het begint met: „Vader Atatürk, kom uit je graf. Ik ga er wel in jouw plaats liggen*” Op de dag dat hij herdacht wordt vloeien de tranen alsof de man zojuist is doodgegaan. Zijn mausoleum wordt dagelijks door duizenden mensen uit alle hoeken van het land bezocht.

De dissidente schrijver Ahmet Altan schreef in een van zijn columns dat geen enkele leugen langer standhoudt dan honderd jaar. Hij maakte niet expliciet waarop hij doelde, maar Ahmet Altan kennende had hij het over de sterk nationalistische republiek die in stand wordt gehouden met verhalen over de oprichter ervan, die na zijn dood de status van een halfgod heeft bereikt. Atatürk was als leider zeer hard, toonde geen mededogen met de oppositie, zijn wil was wet. Maar er was toen geen sprake van de persoonsverheerlijking die je nu ziet.

Turkse schoolkinderen horen dag in dag uit prachtige verhalen over hun held. De leerlingen in het voortgezet onderwijs ook. De jongeren die naar de universiteit gaan nog meer. Het belangrijkste onderwerp daar is ’kennis van de Atatürk-revoluties’. De jongemannen in militaire dienst horen van hun officieren verhalen over de grootste Turkse held. Juist hoog opgeleide Turken zijn het sterkst nationalistisch georiënteerd; zij vereren Atatürk het meest.

Zelf had Mustafa Kemal Atatürk waarschijnlijk niet kunnen bedenken dat hij ooit op een dergelijke manier tot afgod zou worden gemaakt. Hij was wél een erg ambitieuze officier die net als al zijn collega’s zijn land wilde verwesteren. Het Ottomaanse rijk was in verval geraakt. Het land was arm, de ambtenaren corrupt, het leger werd in alle oorlogen verslagen. Grieken, Bulgaren, Serven, Arabieren verklaarden een voor een hun onafhankelijkheid.

De Turkse leiders besloten als laatste redmiddel mee te doen aan de Wereldoorlog, maar wedden op het verkeerde paard door bondgenoot van Duitsland te worden. Turkije stond aan de rand van het ravijn. Grieken rukten op in Anatolië. En Mustafa Kemal – zoals gezegd was hij ambitieus en de mening toegedaan dat hij als officier niet volledig werd gewaardeerd door zijn meerderen – rook zijn kans. Hij ging naar Ankara, mobiliseerde de overgebleven militairen en dreef de Grieken het land uit. Deze zege gaf hem de macht om de republiek uit te roepen en een reeks van hervormingen door te voeren die Turkije een westers gezicht moest geven. De belangrijkste stap was de scheiding van staat en geloof. Het seculiere systeem werd ingevoerd. Vrouwen kregen meer rechten. Westerse kleding werd verplicht. Polygamie werd afgeschaft. Het Arabische alfabet werd vervangen door het Latijnse. De westerse kalender werd ingevoerd.

Het parlement stond volledig onder zijn controle. Van de parlementariërs kreeg hij de achternaam Atatürk: vader der Turken. Hij stierf in het Dolmabahcepaleis, het paleis van de sultans die hij het land had uitgejaagd.

Maar er waren ook anderen die hadden bijgedragen aan de bevrijdingsoorlog. Daar wordt niet over gerept in Turkije. Het is misschien ook hun verhaal waar Ahmet Altan op doelt als hij schrijft dat geen enkele leugen langer standhoudt dan honderd jaar.

Een van hen was Halide Edib. Ze was een jonge vrouw die haar sporen had verdiend in het intellectuele leven in Istanbul. Ze vertaalde boeken, schreef romans en krantenartikelen. Toen Istanbul na de Eerste Wereldoorlog bezet werd door de Engelsen sprak ze de menigte toe vanaf een balkon aan een van de bekende pleinen van de stad. Ze riep de mensen op om in verzet te gaan.

Toen Mustafa Kemal in Ankara de bevrijdingsoorlog voorbereidde, schreef hij brieven aan mensen van wie hij hulp kon gebruiken. Halide Edib was de enige vrouw die een brief kreeg van de generaal. Ze vluchtte uit Istanbul en bereikte na een zware en avontuurlijke reis Ankara. Halide Edib zou de bevrijdingsoorlog verslaan. Hiermee ging ze de Turkse geschiedenis in. Een passage uit haar boek ’Turken Beproefd Door Het Vuur’:

„’Geef me een stuk brood’, zei ik tegen sergeant Ali. De hele nacht beefde ik van de kou. De volgende dag zou de eerste Turkse aanval plaatsvinden. Eerst reden de drie generaals met hun wagens langs ons. Wij, een groep van ongeveer veertig man, volgden de wagens op onze witte, zwarte en bruine paarden. Ik wist wat er omging in de hoofden van de soldaten die ten strijde trokken. We stopten bij een Tartaars dorp. Te voet beklommen we een heuvel. In een engte zagen we een deel van het leger. Twee andere delen van dat leger waren al aan het vechten. Griekse vliegtuigen zoemden als reusachtige bijen boven hen. Overal was stof en rook.

Even verderop stond Mustafa Kemal. Hij riep naar mij: ’Komt u toch, mevrouw, we zijn aan het oorlog voeren’. Hij was als een kind dat zijn favoriete spel aan het spelen was. ’We hebben de aanval ingezet op de heuvel Duatepe’, zei hij ’De Grieken vechten goed terug. Om hun terugtrekking te vertragen offeren de artilleristen zichzelf op.’

In de avonduren zei majoor Muharrem tegen mij: ’Nu gaan we naar de plek waar soldaten door het geschut zijn gesneuveld’. Met de wagen hebben we een behoorlijke afstand afgelegd. Het was alsof ik op de Duatepe de strijdende mannen met mijn handen kon aanraken. We hoorden: ’Vuur...’ Het volgende dat we zagen was een stof- en rookwolk. Er werd ons bevolen te kruipen. Ik vond het lachwekkend, dat gekruip op onze buiken*”

En toen de oorlog was gewonnen en de Grieken ook de laatste stad Izmir hadden verlaten, ging Halide Edib naar Mustafa Kemal en zei: „U heeft zoveel gewerkt. U kunt eindelijk een beetje uitrusten nu.” Mustafa Kemal antwoordde: „Uitrusten? De echte strijd begint nu pas. Ik ga de strijd aan met degenen die tegen me waren.” Halide Edib zei: „Oppositie hoort toch in een parlement.” Het antwoord van Mustafa Kemal luidde dat de mannen die hem in het parlement hebben tegengewerkt het verdienen om door het volk gelyncht te worden. „Nee, we gaan niet uitrusten. We gaan elkaar afmaken. Mevrouw, wij kunnen niet zonder spanning. Er moet nog meer gevochten worden”, zei hij tegen de vrouw die hij de rang van korporaal had gegeven.

Eerst schakelde hij de opstandelingen in het Koerdische gebied uit. De Koerden was meer autonomie beloofd, mits ze steun zouden geven aan de oorlog. Nadat de oorlog was gewonnen, praatte niemand in de nieuwe hoofdstad Ankara meer over autonomie voor de Koerden. De Koerdische strijder die de opstand leidde werd gevangengenomen en opgehangen. Het proces tegen de man vond plaats voor een speciale rechtbank die door Mustafa Kemal zelf in het leven was geroepen en die ’de Rechtbank van Onafhankelijkheid’ heette.

Deze mobiele rechtbank werd na haar werk in het Koerdische gebied niet opgeheven. De rechters reisden op paarden van stad naar stad om de ’landverraders’ in snel tempo te veroordelen en meteen op te hangen. Veel religieuze leiders werden slachtoffer van deze reizende rechters.

De kring van landverraders werd steeds kleiner. Geleidelijk waren nu de mensen aan de beurt die morden over de harde aanpak van de nieuwe leider van het land. Onder deze klagers bevonden zich ook generaals die zij aan zij met Mustafa Kemal hadden gevochten in de bevrijdingsoorlog.

Een van hen, Kazim Karabekir, werd gevangengenomen. Lang werd nagedacht over de veroordeling van deze belangrijke generaal. Uiteindelijk werd besloten hem vrij te laten. Maar de boodschap was duidelijk. Als zelfs de legendarische Kazim Karabekir het vege lijf maar net kon redden, dan moest de rest wel erg goed uitkijken. Mustafa Kemal duldde geen enkele tegenspraak.

Naasten van Halide Edib waarschuwden haar. Ook zij prefereerde een liberalere aanpak en riskeerde met haar meningen op z’n minst een lange gevangenisstraf. Eerst geloofde ze het niet. Zij was immers de vrouw die de oorlog had verslagen, met Mustafa Kemal had mee vergaderd en persoonlijk door hem tot korporaal was benoemd. Maar ze zag uiteindelijk in dat ze gevaar liep en beter weg kon gaan. Ze vluchtte eerst naar Caïro. Van daaruit naar Londen. Tien jaar later kwam ze terug, toen Mustafa Kemal Atatürk was overleden.

De Turken zuchten vaak wanneer de slechte situatie van het land ter sprake komt. „Als wij een leider hadden als Atatürk, kenden we deze problemen allemaal niet. Of als hij twintig jaar langer had geleefd, was het land een veel beter en rijker land geweest”, zeggen ze.

Ze weten niet dat toen de vader der Turken in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw aan de macht was, het land in een belabberde economische toestand verkeerde omdat Atatürk en zijn militaire maatjes geen benul hadden van economie. Vooral de agrariërs leefden onder de armoedegrens. Het ging economisch beter toen in de jaren vijftig de liberalere partij van de eerste gekozen premier Adnan Menderes de leiding kreeg over het land.

Maar de Turken leren andere verhalen uit hun hoofd. Dat Atatürk een genie was. Dat hij wonderen heeft verricht in Turkije. Het is prettig om te denken dat de natie een man heeft voortgebracht die misschien wel de geweldigste persoon aller tijden is. Dat streelt de ego’s van miljoenen Turken.

Behalve een paar intellectuelen wil niemand afwijkende verhalen horen.

Vooral niet de elite. Zij zitten vaak in het geprivilegieerde leger. Of ze zijn ambtenaar. Ze hebben er belang bij dat de status quo gehandhaafd wordt. En ze haten de islamisten die een bedreiging vormen voor hun baan bij de overheid.

De waarheid is dat bijna iedereen van Atatürk houdt in Turkije. De seculieren aanbidden hem. De islamisten willen niet overdrijven, maar ook zij vinden hem uiteindelijk een held. Slechts een handjevol intellectuelen durft met een afwijkende mening over de held der helden naar buiten te komen. Zo schreef columniste Perihan Magden na de grote demonstratie in Istanbul: „Ik wou dat ik ook de religie ’Atatürk’ aanhing. Dan wist ik me verzekerd van een heerlijk voogdijschap. Mijn hoofd kon ik dan tegen het mausoleum van Atatürk drukken, het marmer kussen en zeggen: ’Vadertje, ik ben zo eenzaam.’ Dan zou uit het niets de stem van ’vadertje’ klinken: ’Nee. Je bent niet alleen. Er zijn een hoop Turken die zichzelf als mijn vertegenwoordigers zien. Zoals hoogste generaal Büyükanit. Of Baykal, die aan het hoofd staat van de door mij opgerichte partij. Beschouw hem als een oom. Er zijn nog honderdduizenden antidemocraten zoals jij. Je broeders demonstreren met honderdduizenden de laatste dagen. Voel je niet eenzaam.’ Nadat ik dit zou horen, zou ik naar huis snellen, mijn laag uitgesneden T-shirt met de Turkse vlag erop aantrekken, mijn rood-witte pet opzetten en een leus op een spandoek schrijven met veel taalfouten er in. Dan zou ik mij bij mijn broeders aansluiten op de pleinen waar ze demonstreren. Heerlijk zou ik me daar uitleven. Politieke leiders die applaudisseren tegen de Europese Unie en tegen het Westen*”

Er zijn dus een paar intellectuelen die er openlijk voor uitkomen dat ze de verheerlijking van Atatürk niet op prijs stellen. Maar de grote meerderheid van het volk is er content mee. Ze aanbidden de grote leider maar al te graag en ze willen niets liever dan dat hun kinderen daarin worden onderwezen. Bij een politieke crisis demonstreren ze massaal om te laten zien dat ze allemaal nationalistisch zijn, van Atatürk houden en dat niemand aan het door hun idool opgerichte regime kan komen.

De buitenstaanders rest niets anders dan de ongelooflijke massa demonstranten te bekijken. En verbaasd uit te spreken: „Wat is de macht van het onderwijs toch groot.”

Erdal Balci is correspondent van deze krant in Turkije.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden