Iedereen een eiland

Alleen al voor een boottocht door de archipel zou je een retourtje Stockholm boeken. Maar het kan nóg mooier. Stap van boord en je hebt de keus uit 30.000 eilanden.

Met nog zeven man sta ik in de vroege ochtendzon aan de rand van het jachthaventje van Grinda. Acht smalle kano's liggen op de kiezels. De zwemvesten hebben we al aan. Ze zijn iedereen minimaal twee maten te groot, de schouderpartijen zitten tot halverwege onze oren. "Hebben jullie eerder gekanood?" vraagt de jongen die zich als Tobias voorstelde. "Jij wel? Jullie niet? Het is niet moeilijk. Ga niet te ver uit de kust en als er een ferry langskomt, stuur je de kano dwars op de golfslag." Meer woorden maakt hij er niet aan vuil voor hij ons één voor één van het kiezelstrandje duwt. Hup, zo de Baltische Zee op. We blijven bij elkaar in de buurt en prijzen ons gelukkig dat de zee rustig is en de ferry's zich alleen tegen de contouren van een paar verre eilanden laten zien. In anderhalf uur tijd peddelen we kalm rond het eiland dat we gisteren leerden kennen als een stille, groene idylle.

De vanzelfsprekendheid waarmee Tobias ook de ongeoefende kanoërs de zee opstuurt, is normaal in dit land waar de natuur een stuk dichterbij is dan voor de gemiddelde Nederlander. In de archipel voor de kust van Stockholm zijn vooral zee en wind de bepalende factoren. Over een lengte van 150 kilometer liggen hier, naar men beweert, 30.000 eilanden. Dicht bij de kust zijn ze met oude loofbossen en naaldbomen begroeid. Koeien grazen er op weitjes die geel kleuren van de paardenbloemen. Hoe verder je naar het oosten gaat des te ruiger, kaler én spaarzamer ze worden.

Klein of groot, knus bebost of niet meer dan een kale rotspartij: deze scherenkust heeft een eiland voor iedere smaak. Vaxholm, knooppunt van alle bootverbindingen, is gezellig levendig. Op Möja, met z'n 230 inwoners een van de grotere, wandel je vanaf de ferry zo een zomers sprookje van Astrid Lindgren in, met oude boomgaarden tussen huizen in roze en wit. Ingmarsö bestaat uit een charmant rommeltje van jachtwerf, restaurant, een museumpje in een bejaarde schuur en een bibliotheek zonder deur op de veerbootkade. Grinda is stil en groen rond een hoge art deco villa die een gastvrij hotel herbergt. Het eiland heeft zes bewoners: een boer, een boswachter en Wårdshus-hotelier Jan Pfister met vrouw en dochters. Elke ochtend worden de meisjes met de schoolboot opgehaald en naar de archipelschool op Svartsö gebracht, een uur varen verder. Op dit centraal gelegen eiland wonen maar liefst 45 mensen, de school telt veertien leerlingen.

Waar ik ook kijk, vanaf het dek van de ferry blijven nieuwe eilanden opdoemen. Als de boot een nauwe passage moet nemen, houdt ze soms even in, maar de meeste tijd heeft de Cinderella het tempo er goed in. De meeste stops nemen niet meer dan drie minuten in beslag. Kop tegen de wal, loopplank uit, passagiers eruit, passagiers erin, loopplank in, een dot gas achteruit, een strak bochtje en daar gaat-ie weer.

Veel van de kleinere eilanden in de archipel zijn particulier bezit. Vaak bieden ze net ruimte aan een rood houten huis, een sauna aan het water, een steiger voor het jacht en de onvermijdelijke vlaggemast met de Zweedse tweekleur. Enkele tientallen grotere zijn eigendom van Skärgårdsstiftelsen. Vanaf de jaren vijftig kocht deze Scherenkuststichting eilanden aan om ook de minder bedeelde hoofdstedelingen te laten genieten van het eilandenrijk in hun achtertuin. Ze legde campings aan, transformeerde forten, vuurtorens en privé-villa's tot vandrarhemmets, wandelaarshuizen, die wij jeugdherberg zouden noemen, en zette stuga's (onze trekkershutten) neer.

Finnhamn is zo'n eiland. Meer dan een vandrarhemmet in een oude villa met hoge ramen en een handvol stuga¿s tussen de bomen is er niet. In het seizoen kun je ook nog terecht in het restaurant op de rots boven het reepje beton waar de veerboot een paar keer per dag zijn kop tegenaan duwt. Tegelijk met mij stapt ook Juan uit Stockholm met zijn zoontjes van boord. Ze trekken veel vaker in het weekend met de rugzak naar de archipel. "De jongens hebben hun opvouwbare hengels in de rugzak, we vissen wat, we struinen door het bos en picknicken op de rotsen. En als het niet te koud is, duiken we de zee in. Meer hebben we niet nodig." Ik merk het ook, de paar dagen die ik op Finnhamn doorbreng. De belangrijkste attractie is dat er geen attracties zijn. Hier kom je om het Zweedse buitenleven op z'n best te beleven.

Ik struin door de bossen, en verdwaal voortdurend. Aan bordjes doen ze in Zweden niet zo. In de namiddag neem ik mijn glaasje wijn mee naar de rotsen en kijk naar de voorbijvarende schepen. Ik wandel naar de westkant en pak daar het roeibootje dat wie-maar-wil mag gebruiken om naar buureiland Ingmarsö te roeien, waar wél een winkel is. Om daar, na nog eens vijf kilometer lopen, te ontdekken dat het ICA-supermarktje buiten het seizoen op zaterdagmiddag dicht is.

Hoe anders is Sandhamn. Op dit jetset-eiland meren in blauw en wit geklede watersporters aan om champagne te drinken op de steigers voor de zeilclub. De kleine huisjes aan de kade herbergen boetiekjes en bars. "De eilanden van de archipel hebben elk hun eigen karakter", bevestigt ook Torkild Berglund op de naamloze rots die de laatste stop van mijn archipeltour is. Torkild en zijn vrouw Kristina ontvangen gasten die openstaan voor een bijzondere ervaring én er het geld voor hebben. In hun 'concept' Island Lodge slaap je in uiterst luxueuze tenten tussen de bomen. In de tent brandt een houtkachel, op de vloer liggen rendierhuiden, de ronde 'ramen' kijken uit op zee. "En de bedden", voegt Torkild er trots aan toe, "zijn van Mille Notti. Die leveren ook aan het koninklijk huis."

Zelf je potje koken op een campingaz is er hier niet bij. De maaltijden worden ter plekke bereid door een van de sterrenkoks die Torkild met zijn speedboot overvaart. In het licht van de zakkende zon serveert vanavond kok Stefan uit. Op de tafels ligt nog net geen damast, maar de wijnglazen fonkelen de gasten in slagorde tegemoet. Net als we gaan zitten, komt een groepje kanöers achter de rotsen vandaan glijden. Geluidloos schuiven ze vlak bij ons langs, over een zee die nu oranje is. We toosten. Met opgestoken peddels groeten ze terug, de schouders van hun zwemvesten tot boven de oren.

Naar de archipel

De afstand Utrecht-Stockholm bedraagt 1400 km. Vanaf Schiphol gaan dagelijks vluchten van KLM en Norwegian. Vanuit Stockholm en Vaxholm (40 km verder) onderhouden twee bootmaatschappijen reguliere verbindingen en bieden dagtrips aan: stromma.se en waxholmsbolaget.se.

Het seizoen in de archipel is kort. Vanaf midzomer tot eind augustus kan het druk zijn. Daarbuiten zijn veel voorzieningen gesloten. Het vandrarhemmet op Finnhamn is het hele jaar open: finnhamn.se, stockholmarchipelago.se en de gratis app Appipelago bieden informatie in het Engels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden