Opinie

Iedere regisseur wil de onbegrijpelijke 'Oresteia' op het toneel brengen. Niet zelden mislukt dat.

Het toneelwerk van de oude Grieken is sinds een halve eeuw een graag geziene gast in het theater. Daarbij was de 'Oresteia' van Aischylos nogal een laatkomer: in het begin van de vorige eeuw hebben studenten in Duitsland wel eens een poging gedaan deze trilogie op de planken te brengen, maar het was toch pas na de fameuze enscenering van Peter Stein in 1980 in het Berlijnse Theater am Halleschen Ufer dat een Europese of Amerikaanse regisseur van enige importantie meende het aan zijn reputatie verplicht te zijn het stuk óók te brengen.

Er zijn veel bizarre en gekke voorstellingen het gevolg van deze zelfoverschatting geweest. Maar daar gaat het hier niet over. De 'Oresteia' is een van de moeilijkste en onbegrijpelijkste teksten die ons uit de Griekse literatuur is overgeleverd. In het eerste deel wordt Agamemnon, de veldheer die de Grieken aanvoerde in de oorlog met Troje, bij thuiskomst in zijn bad vermoord door zijn echtgenote Klytaimestra; in het tweede deel doodt de zoon, Orestes, in opdracht van de god Apollo zijn moeder voor deze lafhartige moord; in het derde en raadselachtigste deel achtervolgen de Furiën, de wraakgeesten van de vermoorde moeder, de zoon totdat deze in Athene wordt vrijgesproken door een nieuw ingestelde rechtbank, de Areopaag. Deze rechtspraak heeft iets van een farce, doordat de stemmen van de twaalf rechters staken, maar de beschermgodin van de stad, Athena, haar stem eraan toevoegt. Zij spreekt Orestes vrij, omdat zij uit het hoofd van haar vader Zeus is geboren en dus niets met moeders heeft. Als pleister op de wonde krijgen de Furiën de status van beschermgodinnen van de stad, de Eumeniden.

Voor zijn regie van de 'Oresteia' in 1980 bestudeerden Stein en zijn medewerkers de Duitse vertalingen van de 19de en 20ste eeuw minutieus en stelden zo hun speeltekst vast. Je zou zeggen dat een regisseur nu iets dergelijks met een Nederlandse speeltekst zou kunnen doen. In 1995 verschenen immers bij Athenaeum - Polak & Van Gennep tegelijk twee vertalingen van classici die al gelauwerd waren met de prestigieuze Martinus Nijhoff-vertaalprijs: M. d'Hane Scheltema en Gerard Koolschijn. Samen met de vertalingen in de commentaren op de stukken van P. Groeneboom en eventueel oudere vertalingen zou daar wat moois van te maken zijn.

Bij Het Nationale Toneel ging men anders te werk. De dramaturge Janine Brogt, niet gehinderd door een studieverleden in de klassieke letteren, rapte (van het Griekse werkwoord raptein, 'naaien') een tekst aaneen van zinnetjes van doorgaans drie tot zeven woorden, in de stijl van het toneelwerk van Gerardjan Rijnders. Ik heb niets tegen het toneelwerk van Rijnders, vind het bij vlagen zelfs prachtig, en ik heb langzamerhand genoeg gezien om nergens meer van op te kijken als het gaat om het verhaspelen, verknutselen en verprutsen van de Grieken of van Shakespeare. Dat zijn de theatrale mores van de afgelopen vijftig jaar. Maar wat me toch blijft irriteren, is dat zo'n theatermaker haar of zijn werk koudweg presenteert als 'De Oresteia van Aischylos'. Niets is minder waar: met het verhaaltje als leidraad wordt een eigen stuk gemaakt. Daar is helemaal niets mis mee, maar wees dan niet zo laf en handel niet zo verachtelijk door je maakseltje de titel te geven van een werk waar de kenners van het oud-Grieks al eeuwen mee bezig zijn om te proberen de tekst begrijpelijk te maken en in adequate poëtische vormen eraan recht te doen.

Dan nu de voorstelling in de regie van Johan Doesburg. Een mooie vierkante speelvloer van Tom Schenk, met daarboven de tribunes voor de toeschouwers waarvan je je kunt afvragen hoe de brandweer dat heeft goedgekeurd. Ik had samen met mijn buurvrouw onze vluchtweg al bedacht. Alle spelers die geen personage zijn, vormen het koor. Als de Furiën in deel drie hadden ze afzichtelijke geel-groene pestbuilen op hun gezicht geplakt en hadden van choreografe Betsy Torenbos een gestiek in de schouderbladen voorgeschreven gekregen waardoor je dacht dat de vogelpest nu echt was uitgebroken. Als ik Doesburg was, zou ik met deze choreografe definitief breken, ook vanwege de stuntelige 'dansen' van het koor in de andere twee delen.

Klytaimestra (Marie-Louise Stheins) en haar bouleerder Aigisthos (Mark Rietman) waren naangenaam gespuis, anders dus dan de van goden afstammende, mythisch uitvergrote figuren van de dichter. Zij is een vals kreng, in plaats van de wrekende gerechtigheid van de vermoorde Iphigeneia, hij is een enge viezerik die zijn onderlijf hitsig aandrukt tegen de konten van zijn slavinnen, en aan het eind van het eerste deel tegen de raadgevers van de koning, die tegen de moord in het geweer komen, met Brogtiaanse schalksheid opmerkt: “De grijze golf / predikt de revolutie?“ Het is eigenlijk allemaal te treurig voor woorden.

Thomas de Bres als Orestes was ontroerend en sterk, al moest hij wel een Lars Norén-achtige dialoog met z'n moeder aangaan voor hij haar de keel kon doorsnijden. Z'n zusje Elektra (Bien de Moor) was een schatje. Een wonderlijke rol had Antoinette Jelgersma die van Brogt het personage 'medium' kreeg aangemeten, in de verte vergelijkbaar met de priesteres uit Apollo's tempel in Delphi, al kwam ze ook vreemd genoeg een stukje proloog in Argos spreken aan het begin van het eerste deel. Als ze optrad, droeg ze onder haar rokken kennelijk een hele rookmachine mee, want ze stond te roken als een automobiel die ook al jaren geleden z'n laatste apk- keuring had gehad.

Verder was het allemaal 'ritueel' wat de klok sloeg, toepasselijk gelardeerd in deze Lourdeskerk met veel belletjes zoals die tijdens het misoffer klinken. De avond tevoren zat ik bij 'Psalmen' van Bonheur in Rotterdam - geen echt grote voorstelling, wel met ook veel rituelen. Maar daar zag ik, opzij kijkend, twee stoelen van mij vandaan een man zitten huilen. Dat zal Johan Doesburg met al het daverend tromgeroffel om ons heen toch niet voor elkaar gekregen hebben. Niet dat het om te lachen was - het was eerder een voorstelling om met verkrampte kaken uit te zitten.

Intussen heeft Nederlands Toneel Gent alweer een nieuwe 'Oresteia' aangekondigd, in de regie van artistiek leider Johan Simons. Ik waarschuw maar vast: laat hij het hart niet hebben ons weer zo'n genant spektakel voor te zetten!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden