InterviewRacisme

Iedere dag krijgt Naeeda Aurangzeb (47) wel een racistische opmerking te horen. ‘Deze uitspraken zijn niet onschuldig’

Naeeda Aurangzeb: “Dit boek schrijven was een soort detox.”
 Beeld Maartje Geels
Naeeda Aurangzeb: “Dit boek schrijven was een soort detox.”Beeld Maartje Geels

Er gaat geen dag voorbij zonder dat presentator Naeeda Aurangzeb (47) racistische en stereotyperende opmerkingen naar haar hoofd krijgt. Ze schreef ze op in het boek 365 dagen Nederlander. “Op het moment dat zo’n opmerking wordt gemaakt, gaat er iets van jou verloren.”

Normaal gesproken is het een feestelijke aangelegenheid als een schrijver een boek af heeft. Maar dat was niet het geval bij presentator en journalist Naeeda Aurangzeb (47). “Verdriet overheerste. Ik had er buikpijn van.”

Wie haar boek 365 dagen Nederlander leest, begrijpt waarom. In bijna vierhonderd korte anekdotes wordt de lezer met het alledaags racisme om de oren geslagen waarmee Aurangzeb te maken krijgt. Van de conducteur die opgetogen vertelt dat er ‘geen Turken en zwarten’ in zijn buurt wonen tot de collega die ‘al die tempels’ in India maar vermoeiend vindt: er is voor de in Pakistan geboren Aurangzeb geen ontkomen aan de achteloos gemaakte, discriminerende opmerkingen.

“Het punt is: één zo’n scène, dat overleef je”, zegt ze op een terras in Amsterdam. “Maar het gaat om de optelsom. Iedere keer is het een klein beetje gif. Aan het einde van je leven heb je een hele gifbeker leeggedronken. Dit boek schrijven was een soort detox.”

Wanneer besloot u om deze opmerkingen te gaan verzamelen?

“Een vriend tipte me tijdens een van de coronawandelingen die we samen maakten. Hij zei: je maakt zoveel van dit soort dingen mee, daar móet je iets mee.

“Ik was daar niet meteen van overtuigd, maar toen kwam ik er bij de Japanse shiatsu-therapeute achter dat mijn keel dicht zat. Ik kon gewoon niet meer praten. Mijn therapeute zei: wat zeg je niet hardop? Nou, dít zei ik dus niet hardop. Ik moest eerst dit boek maken voordat ik andere dingen kon doen. Het gaat ook niet alleen om mij. Iedereen die van kleur is krijgt hiermee te maken.”

Waarom zeggen mensen dit soort dingen?

“De beweegredenen zijn heel verschillend. Het kan kortzichtigheid zijn, of een gevoel van superioriteit. In de meeste gevallen zullen mensen zich niet realiseren dat ze je pijn doen. Maar uiteindelijk doet intentie er niet toe. Vergelijk het met dat je een glas water in mijn gezicht gooit, omdat je denkt dat ik het warm heb. Dat bedoelde je vast aardig, maar ik schrik van dat water in mijn gezicht.

“Deze opmerkingen zijn ook niet onschuldig. Dit gaat niet over de buurvrouw die zomaar maar wat roept. Bij de Belastingdienst waren de mensen die verantwoordelijk waren voor de toeslagenaffaire geen monsters. Dat waren gewone mensen, met denkbeelden die monsterlijk hebben kunnen uitwerken. En dáár sluiten we als land onze ogen voor.”

U beschrijft ook incidenten bij de omroepen NTR en VPRO, die toch een progressief imago hebben.

“Ook die wereld zit vol superioriteitsgevoel en vooroordelen, niet alleen tegenover mij, maar ook tegen anderen. Ik kan echt verdrietig worden van hoe dit soort opmerkingen jonge mensen tegenhoudt om carrière in de media te maken. Een jonge vrouw vertelde me bijvoorbeeld dat een collega bij een omroep had gesuggereerd om ‘gewoon zo’n Fatima, zo eentje met een snor’ uit te nodigen. Op het moment dat er zo’n opmerking wordt gemaakt, gaat er iets van jou verloren. Iets van je sprankeling, van wat jou glans geeft, verdwijnt.”

Heeft u hoop op verandering?

“Black Lives Matter heeft ons taal gegeven om te benoemen wat er fout is. Dankzij die beweging kan ik me uitspreken. Ik vind wel dat de witte medemens nu aan zet is. In zo’n redactieruimte moet het niet alleen mijn taak zijn om me uit te spreken. Oók Bianca moet zeggen: dit kán niet.

“Gekleurde mensen hebben Nederlanders geaccepteerd voor wat ze zijn, maar andersom niet. Een voorbeeld: ik vier kerst vaak met een vriendin. Zij is niet religieus, toch viert ze kerst.” Met klem: “Er is werkelijk níets in mij dat de behoefte voelt om haar daarover aan te vallen. Ik hoef helemaal niet te weten waarom ze een christelijke feestdag viert terwijl ze niet christelijk is, of waarom het per se op 25 december moet. Al die dingen vraagt ze mij wel: waarom moet je per se vasten tot de zon onder is, is het Suikerfeest niet ongezond? Die constante bevraging, dat moet afgelopen zijn.”

Naeeda Aurangzeb: 365 dagen Nederlander.
Uitgeverij Pluim; 376 blz., € 19,95.

Fragmenten uit 365 dagen Nederlander:


009 Werkoverleg NTR

Eindredacteur: ‘Je moet als radiopresentator een autonome persoonlijkheid hebben.’

Ik: ‘Oké…’

Eindredacteur: ‘Jij hebt vanuit je cultuur natuurlijk niet geleerd wat autonomie is. Dat wordt nog lastig voor jou.’

078 Verjaardagsfeestje

Aafje: ‘Draai jij thuis weleens gewone muziek of ben je ook fan van die jankmuziek, zoals mijn Turkse buren?’

084 Bloemist, Haarlemmerstraat, Amsterdam

Eigenaar: ‘Wij verkopen alleen maar dure bloemen.’

Ik: ‘Eh…’

Eigenaar: ‘Wij verkopen dus geen goedkope bloemen. Dan weet u dat.’

In een reactie zegt de NTR zich bewust te zijn van de vooroordelen en stigmatisering in de mediawereld en daar tegen te willen optreden. De omroep neemt afstand van de opmerking van de eindredacteur.

Lees ook:

Don Moussa Pandzou: ‘Mij benaderen ze altijd als nieuwkomer’

Het antiracismedebat in Vlaanderen is te veel een intellectueel en wit debat, vindt opiniemaker Don Moussa Pandzou. Ongelijkheid blijft volgens hem de dagelijkse realiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden