'Iedere avond moet ik emoties laten zien, dat kan niet op de automatische piloot'

Vera Mann heeft Annie al dagen op haar antwoordapparaat staan. De Vlaamse actrice weet allang dat haar werkster niet kan komen, maar ze moet dat plat-Amsterdamse accent van Annie af en toe gewoon even horen. Als geheugensteuntje voor haar hoofdrol in 'My Fair Lady', de klassieker onder de musicals die morgenavond in Utrecht in première gaat.

Achter een groot bord pasta zit Vera Mann. Helblond, kortgeknipt haar, felle ogen en knalrode mond. Onmiskenbaar is zij de Eliza Doolittle die een paar avonden daarvoor nog op een inspeelvoorstelling in IJmuiden te zien was. Charmant, maar pittig genoeg om professor Higgins (Paul van Vliet) aan te kunnen.

“Eerlijk gezegd had ik mezelf niet echt voor ogen bij Eliza Doolittle”, zegt de 31-jarige Vera Mann. Voor die hoofdrol in de musical naar het toneelstuk 'Pygmalion' van George Bernard Shaw had ze eerder een lieftallig, breekbaar doorsnee-type verwacht. “Ik ben veel uitgesprokener.”

Tot nu toe hielp die uitstraling haar aan een bepaald soort rollen: ze speelde een straatmeid in 'West Side Story', 'Dear Fox' en 'Les Misérables' en de gehaaide Evita in de gelijknamige musical van Andrew Lloyd Webber. Personages die passen bij haar persoon, want: - “als ik in jeans met lage schoenen op straat loop, ben ik net een jongen”. Maar Vera Mann heeft ook nog een andere kant: “Ik kan soms in een supervrouwelijke gala-jurk op een receptie verschijnen”.

Die twee uitersten kan ze nu verenigen in Eliza Doolittle, het brutale Londense bloemenmeisje dat zich na de spraaklessen van professor Higgins met evenveel gemak in aristocratische kringen begeeft. Een sterke rol waar twee beroemde actrices ieder een eigen kleur aan hebben gegeven: Julie Andrews maakte van haar een jonge spring-in-het-veld op Broadway en Audrey Hepburn vertolkte haar elegant en waardig in de filmversie met Rex Harrison.

In Nederland werd 'My Fair Lady' begin jaren zestig een hit met één professor Higgins (Wim Sonneveld) en één Doolittle (Johan Kaart), maar wel drie Eliza's: Margriet de Groot, Dorien Mijkselaar en Jasperina de Jong. “Alle Eliza's werden zwanger, dus ik houd m'n hart vast”, zegt Vera Mann.

Margriet de Groot is al komen kijken naar de nieuwe voorstelling. “Ik ben bang dat jij het beter doet dan ik”, bekende ze na afloop. Zal ze wel als een opsteker bedoeld hebben, zegt Vera Mann. Maar wel grappig dat haar voorgangster tijdens de beroemde spraakles - 'Het Spaanse graan heeft de orkaan doorstaan' - alle oo's en aa's meedeed. De tekst zat er nog zo in, dat ze haar mond niet kon stilhouden.

Vorige week hoorde Vera Mann voor het eerst op een cassettebandje hoe de vorige Nederlandse versie klonk. “Het was leuk om Wim Sonneveld te horen praten: een beetje bekakt en afstandelijk. Paul van Vliet probeert dat cabaret-maniertje meer los te laten. Hij had in het begin wel moeite om onopvallend op te komen. Logisch, na dertig jaar eigen shows ben je tromgeroffel gewend: papapapáááh, hier is Paul van Vliet!”

De makers van de nieuwe My Fair Lady hebben een grotere vrijheid dan hun voorgangers: ze hoeven zich niet meer te houden aan de regie-aanwijzingen en mogen andere decors en kostuums gebruiken dan in de oorspronkelijke versie. De musical is zelfs een half uur ingekort. “De nadruk ligt nu meer op het kat-en-muis-spel tussen Higgins en Eliza. De manier waarop zij elkaar aantrekken en afstoten, is uitvergroot. In de film uit 1961 zit dat temperament er veel minder in.”

Eigentijdser is ook de taal waarmee het grofgebekte bloemenmeisje en de onbehouwen fonoloog elkaar te lijf gaan. Eliza brult: 'Me reet!' en professor Higgins gebiedt: 'Niet lullen, maar poetsen!' Een hele vooruitgang, vindt Vera Mann.

Ondanks die aanpassingen blijft de boodschap van 'My Fair Lady': als je maar keurig praat en je netjes gedraagt, kom je wel verder in de wereld. Is die typisch Britse opvatting uit het begin van deze eeuw niet wat uit de tijd?

“Ik zie het wat ruimer”, zegt Mann. “Het stuk gaat ook over het gebrek aan respect voor een andere leefwijze dan je gewend bent. Over een botsing tussen culturen, dus. Eliza zegt aan het eind tegen de moeder van Higgins: 'Het verschil tussen een bloemenmeisje en een dame is niet hoe zij zich gedraagt, maar hoe men haar behandelt'. Dat is volgens mij de clou van het stuk.”

De actrice omschrijft Higgins als een grote baby die Eliza als zijn speeltje ziet: hij zal haar wel eens even omtoveren in een prinses. “Maar in feite leert zij hém een lesje. Dat blijkt ook uit de laatste scène die anders is dan de oorspronkelijke.”

Dat einde had van haar nog wel wat actueler gemogen. Nu is de beroemde zin 'Waar, verdomme, zijn mijn pantoffels?' nog steeds voor Higgins. Maar waarom kan Eliza die niet uitspreken? Als zij nu toch een sterke vrouw mag zijn, is dat wel zo consequent.

“Ik heb Paul van Vliet gevraagd of hij een 'My Fair Lady deel II' wil schrijven. Net als in 'Pygmalion' trouwt Eliza dan met haar aanbidder Freddy Eynsford. Ze krijgt een geheime verhouding met Higgins, bij wie ze in huis woont. Freddy wordt homoseksueel en vertrekt met huisvriend kolonel Pickering. En dan leven Eliza en Higgins toch nog lang en gelukkig.”

Even is overwogen om Eliza Antwerps te laten praten - ook heel revolutionair. Maar dan zou de hele cast mee moeten doen, en dat leek onmogelijk. Dus kreeg Vera Mann drie weken spraaklessen van de acteur Frits Lambrechts. Die leerde haar nog nasaler praten dan ze al vindt dat ze doet.

“Ik heb het accent nu redelijk onder de knie, al blijft het natuurlijk toneel-Amsterdams. Zo echt als Piet Bambergen - in de rol van Doolittle - zal ik wel nooit klinken. Vooral bij de spannende scènes met Higgins moet ik oppassen. Als er emoties aan te pas komen, ben ik geneigd om toch weer Vlaams te gaan praten.”

Absoluut verboden, vindt ze zelf. Op het toneel moet iedereen één taal spreken, tenzij anders voorgeschreven. Dat is er bij haar ingehamerd op de Toneelacademie in Antwerpen. Dankzij die strenge leerschool lukte het haar om twee jaar geleden een Hollandse Eponine neer te zetten in 'Les Misérables' en een Rotterdamse schreeuwlelijk in het muzikale toneelstuk 'Little Voice' (vorig seizoen).

“Gek genoeg heb ik Eliza te danken aan die laatste rol. Op mijn uitnodiging was Joop van den Ende komen kijken en hij dacht meteen: als een Vlaamse zo Rotterdams kan praten, moet ze ook een bloemenmeisje kunnen neerzetten die verandert in een dame.”

Uitgerekend in deze musical maakte Vera Mann in 1987 haar debuut op het toneel. Ze speelde toen een straatmeid - alweer! - en een dienstmeisje. “Ik kon toen nog lekker dollen in de kleedkamer en met de slappe lach op het toneel staan zonder dat iemand het merkte. Nu duik ik steeds zo geconcentreerd de coulissen in dat de pruikenjongen steeds informeert of er iets met me is. Maar ik ben te druk bezig om een praatje over het weer te maken.”

Terug naar een ensemblerol kan ze nu niet meer. “Ik denk dat ik me dan doodverveel.” Maar wat dan wel? “Oh, ik zie wel”, zegt Vera Mann luchtig. Eerst maar eens 177 voorstellingen Eliza spelen, de laatste twee maanden in afwisseling met 'Little Voice'. Ryan van den Akker (Roxane in 'Cyrano') neemt dan gedeeltelijk haar rol over.

“Joop van den Ende heeft me gevraagd of ik in zijn stal wil komen. Maar ik heb hem onomwonden gezegd dat ik mijn eigen stukken blijf kiezen. Ik wil ook niet zeshonderd voorstellingen achter elkaar doorspelen. Ik ben geen machine! Iedere avond moet ik emoties laten zien. Dat kan gewoon niet op de automatische piloot.”

“Trouwens, als ik achter elkaar doorspeel, maak ik een puinhoop van mijn sociale leven. Dat heb ik er gewoon niet voor over. Dan maar wat minder ambitieus. Tot volgend jaar juni zit ik vol, vol, vol. Misschien wil ik daarna wel drie maanden naar Madagascar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden