Ieder verbergt een duister geheim

Knap weet Palliser in deze roman het melodrama te omzeilen -ondanks alle intriges rond liefde, roddel en dood

Voor iedereen die victoriaanse romans of gothic novels verslindt: de nieuwe Charles Palliser is uit. De auteur zette zichzelf in 1989 stevig op de kaart met zijn debuut, 'De Quincunx', dat dikker was dan 'In ballingschap' en bevolkt was met meer personages. Maar ook deze nieuwe roman bevat gelukkig alle ingrediënten om het spannend en duister te maken: een groot vervallen huis naast een dreigend uitziend moeras, geheimzinnige nachtelijke voorvallen, vunzige anonieme brieven, gebroken harten, hebzucht en moord.

Het verhaal wordt verteld in dagboekvorm. De zeventienjarige Richard Shenstone heeft in de winter van 1863 de universiteit van Cambridge om onduidelijke redenen moeten verlaten en keert terug naar zijn familie, die na de dood van zijn vader nog slechts bestaat uit zijn moeder en zus Euphemia.

Hij treft de vrouwen in veel slechtere omstandigheden aan dan hij verwachtte: het familiebezit is geveild en de dorpsbewoners hebben moeder en dochter verstoten. Iedereen blijkt geheimen met zich mee te dragen: moeder weigert te vertellen onder welke omstandigheden vader zijn baan heeft verloren en is gestorven, en zijn zus lijkt er een seksuele verhouding met een mysterieuze man op na te houden. Zelf houdt hij angstvallig de redenen verborgen waarom hij de universiteit moest verlaten.

Beetje bij beetje worden de geheimen onthuld en merkt Richard dat hij beschuldigd dreigt te worden van diverse misdaden die hem regelrecht naar de galg kunnen leiden. Overtuigend en beklemmend beschrijft Palliser hoe het net rond Richard zich sluit. Te laat beseft de jongen, die met een opiumverslaving kampt en daardoor af en toe wat merkwaardig gedrag vertoont, dat hij als buitenstaander en als familielid van twee vrouwen die met de nek worden aangekeken de ideale zondebok is. Verraden door zelfs zijn naasten rest hem niets anders dan een vluchtpoging te ondernemen door het dodelijk moeras.

De taal die Palliser Richard in het dagboek laat gebruiken is mooi: in het begin naïef en optimistisch, daarna, als de opium zijn intrede doet, zwaar aangezet en beeldend, om uit te monden in de taal van een volwassen man die de dood in de ogen kijkt. Neem de wijze waarop Richard een nachtelijke wandeling onder invloed van drank en opium beschrijft: "De sterren waren als ontelbare felle ogen die neerblikten op de aarde waar niets zich roerde. Vleermuizen fladderden in het melkwitte licht als vlokken as die boven een haardvuur opwervelen. Een vleermuis vloog op mijn hoofd af - een monstertje met een gemene kleine kop - en ik meende wangkwabben te zien en een rond brilletje en hoorde het schril zijn giftige fatsoensregels spuien."

Niet alleen Richard maakt een ontwikkeling door, ook de andere personages veranderen gaandeweg. De moeder blijkt dommer en kortzichtiger naarmate het verhaal vordert, en Euphemia blijkt meer door gefrustreerde hebzucht en maatschappelijk aanzien gedreven te worden dan Richard aanvankelijk vermoedde, wat tot doodenge situaties leidt.

De anonieme brieven die vrijwel iedereen in de roman ontvangt zijn een sterke zet: alleen zo komen de personages erachter hoe de buitenwereld hen ziet en welke roddels er over hen de ronde doen. Alleen zijzelf weten of het waar is wat er staat, maar de brieven zorgen voor veel reuring in de gemeenschap. Richard probeert uit de stijl en inhoud een afzender te herleiden, waardoor 'In ballingschap' ook tot de misdaadromans gerekend kan worden.

Vermoeiend is wel dat de huisgenoten alsmaar geen open kaart met elkaar spelen. Steeds weer onthult iemand een stukje van zijn of haar geheim, en op een gegeven moment heb je daar als lezer geen geduld meer mee. Het principe wordt te voorspelbaar, temeer daar de onthullingen ook niet voor scherpe plotwendingen zorgen. Wel weet Palliser knap het melodrama te omzeilen dat met al deze intriges rond liefde, roddel en dood op de loer ligt. Richard is zich bewust van de krankzinnige situatie en weet er boven uit te stijgen: "De gebeurtenissen ontvouwen zich met de vreemde logica van een droom waarin het verbazingwekkende zich voordoet als onontkoombaar en normaal."

Charles Palliser: In ballingschap (Rustication). Vertaald door Marijke Versluys. Prometheus, Amsterdam; 349 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden