'Ieder mens heeft een basisidentiteit'

In zijn nieuwe dichtbundel verplaatst Ingmar Heytze zich in anderen: de kern van ieder mens is onveranderlijk.

Als stadsdichter van Utrecht is hij inmiddels afgezwaaid, maar stil zit Heytze nooit. Zijn jongste bundel Ademhalen onder de maan is nog vers van de pers, en de dichter zit alweer tot zijn nek toe in het muzikale project Asfaltfeeën, waarin Heytze samenwerkt met stadgenoten Cor van Ingen en Ellen Deckwitz. Het huidige culturele klimaat in het Utrechtse lijkt zich ook goed te lenen voor uitstapjes. Bovendien is Ingmar Heytze gewoon een harde werker. Als we elkaar in een Utrechts café treffen, komt hij net bij zijn accountant vandaan.

Hoe gaan de zaken?
"Ik verkoop gemiddeld dik 3.000 bundels per titel. Die zijn 15 piek per stuk en daarvan is 1,50 voor mij. Dat is nog geen dertiende maand. Een bundel schrijven kost me ongeveer drie jaar, maar die bundel zorgt dan wel voor opdrachten. Een kwart van mijn omzet verkrijg ik uit dichten in opdracht en optredens, nog eens een kwart haal ik uit mijn column in het AD/Utrechts Nieuwsblad en de rest komt uit onverwachte hoek. De helft van mijn inkomen zou er ook niet kunnen zijn. Over het algemeen zou je kunnen stellen dat ik een gezond bedrijf heb, maar het vermagert. Geen zorg: Ik heb mijn leven zo ingericht dat ik geen blokken aan mijn been heb en ik heb drie vette jaren gehad."

Ziet u dichten eigenlijk als een baan?
"Schrijven is gewoon heel erg leuk, dus je moet voor dat schrijven zelf wel een enthousiasme hebben, natuurlijk. Ik neem mezelf ook altijd voor - anders komt het er niet van - om me open te stellen voor de dingen die eventueel in mij opkomen. Daar moet je jezelf de gelegenheid toe geven.

"Maar die romantische bevlogenheid waar we allemaal van dromen is niet automatisch een garantie voor een goed product. Ik werk veel in opdracht, dus ik kan het me ook niet veroorloven om te wachten op die ene ingeving waarbij ik alles uit mijn handen laat vallen. En ik word er steeds beter in. Zo heb ik nu met de Asfaltfeeën geleerd om aan te voelen welke teksten geschikt zijn voor muziek."

U bent begonnen als podiumdichter. Levert dat een ander soort poëzie op?
"Dat is een oud strijdpunt. Ik vind nog steeds van niet. Tegen dichters die er wel onderscheid in maken zeg ik altijd: 'Ik maak gedichten en die lees ik vaak voor. Doe jij dat niet dan?' Maar ja, eind jaren tachtig moest dat voordragen allemaal zuchtend en klagend. Ook in de poëziewereld gaat het allemaal in golfbewegingen. Als geheel is die wereld denk ik niet groter geworden en alle dichtvormen zullen naast elkaar blijven bestaan - maar bepaalde takken, zoals slam- en podiumdichten, zijn populair geworden."

Vooral uw eigen stad Utrecht speelt in de landelijke poëzie een voorname rol. Hoe komt dat?
"Utrecht heeft altijd een soort Joop Zoetemelk-positie gehad ten op zichte van Amsterdam. Ik heb het idee dat kunstenaars daar nu juist een voordeel in zien: in Amsterdam zit immers iedereen al. De hoge dichtersdichtheid komt ook doordat Utrecht een studentenstad is met een grote letterenfaculteit. Dat levert kennelijk dichters op die ook nog eens in the picture staan omdat ze veel optreden. Tenslotte is daar de bekende geografische kwestie. Utrecht ligt centraal. Mede daardoor zijn hier festivals als De Nacht van de Poëzie. Al die dingen helpen elkaar. Deze stad heeft een lekker kleinschalig cultureel wereldje. Dichters hebben ook niet per se de infrastructuur van theaters of productiehuizen nodig. Je moet ermee oppassen om ze allemaal over één kam te scheren, maar er is volgens mij wel een soort van 'Klare Lijn' hier in Utrecht."

In 'Ademhalen onder de maan' leeft u levens van anderen. Waarom is één leven u te weinig?
"Het heeft met levenslust te maken. Ik weet niet hoe het is om jou te zijn en ook niet hoe het is om conducteur te zijn op de lijn Utrecht - Driebergen - Arnhem. Ik bedoel: ik heb geen heilsboodschap, maar ik weet bijna zeker dat ieder conflict in de wereld is op te lossen als we van elkaar wisten wie we waren. Het verleden is daarbij belangrijk. Als je dat van elkaar kent krijg je ook meer respect voor de gestelde pogingen van mensen zoals jij en ik om met hun leven te doen wat ze denken dat ze moeten doen. Ik zou graag een redelijke gitarist worden en ook een redelijke motorrijder - ik ben daar nu matig in. Maar het kost me een half leven om dat doel te bewerkstelligen. We zullen dus een list moeten verzinnen."

Dus dat thema leunt op pure levensvreugde?
"Het idee van mijn bundel komt uiteindelijk voort uit een ongelooflijke interesse in alles wat leeft. Ik erger me vaak kapot aan de rest van de wereld - wat in essentie natuurlijk ergernis aan mezelf is - maar uiteindelijk trekt alles intussen wél mijn aandacht. Bij de gedichten in 'Ademhalen onder de maan' ben ik bewust niet bezig geweest met vragen als: wat is de zin van het leven, of hoe moet je leven. Nee, waar het mij om ging was een andere vraag, namelijk: hoe geef je weer wat het betekent om te leven?"

Door je in een ander te verplaatsen, dus. Maar is dat op den duur niet beknellend?
"Daarom ben ik ook gestopt met het maken van gedichten over het nieuws. Bij sommige gebeurtenissen, zoals die gijzeling destijds in Beslan, greep me dat zo bij de keel, dat ik dacht: 'Verdomme, nu ga ik me tóch weer verplaatsen in die ander.' Ik zat toen voor mijn gevoel gewoon zélf 2,5 uur als radeloze gijzelaar in die gymzaal. Ik heb het niet meer nodig om me het leven van een ander voor te stellen. Op een gegeven moment ontdek je dat je iets bent, dat je een kern hebt. Wij zijn allebei zoons en allebei man, maar we hebben allebei, net als iedereen, een unieke basisidentiteit. Daar ben ik in de loop van mijn leven steeds meer van overtuigd geraakt. Ja, ik begin nu toch echt te geloven dat ik een dichter ben."

Dus wie je bent zit er nu eenmaal al van het begin af aan in?
"Laatst zag ik een interview met Willem Holleeder. Als je zijn levensloop bekijkt, en je hoort hem praten, dan denk ik: zijn kern is blijkbaar een harde crimineel zijn. Misschien komt hij daarom ook zo rustig over, omdat hij toch al weet hoe het waarschijnlijk met hem af gaat lopen. Natuurlijk, er zijn mensen die kunnen alles. Die lijken wel meerdere basisidentiteiten te hebben. Maar zelfs zij hebben volgens mij één unieke kern. Ik zal nooit een dichtende gitarist worden, ik blijf een gitaarspelende dichter."

Is er een oplossing voor de beperking van maar één leven kunnen leiden?
"Er is maar één remedie voor: mensen om je heen verzamelen die iets heel erg goed kunnen, en van ze leren wat het betekent om hen te zijn. Als zo'n leven je past. Want het moet niet, natuurlijk. Het enige wat je van je moeder moet is gelukkig worden. En daarom zijn we ook op aarde: om onze moeders te laten zien dat we gelukkig zijn."

Ademhalen onder de maan

Ingmar Heytze Uitgeverij Podium, Amsterdam

ISBN 9789057594649 45 blz., 15 euro

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden