Ieder half jaar telt

Door mishandeling, misbruik of andere reden in de knel gekomen: tienduizenden kinderen in Nederland hebben ernstige psychische problemen, maar moeten vaak meer dan een half jaar wachten op deskundige hulp. Oorzaak: het grote tekort aan kinderpsychiaters.

Eveline Brandt

’Wanneer een jongetje heel druk is en soms ook rake tikken uitdeelt; wanneer de school zegt: dat accepteren we niet meer, dan worden zijn ouders door de huisarts verwezen naar de jeugd geestelijke gezondheidszorg of een kinderpsychiatrische instelling. Vervolgens krijgen ze daar te horen dat ze acht maanden moeten wachten. Ik vind dat onacceptabel. Voordat mensen de stap durven zetten om hulp te zoeken, zijn er vaak al jaren verstreken. Dan staat het water hen aan de lippen en moeten ze nóg acht maanden wachten.”

Prof. dr. T. Doreleijers is kinder- en jeugdpsychiater. Hij werkt aan het VU Medisch Centrum en bij De Bascule, centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam. De Bascule heeft twee vacatures voor kinder- en jeugdpsychiaters. „De situatie is soms echt schrijnend – vooral voor de kinderen natuurlijk”, zegt Doreleijers. Kinderen met gedragsstoornissen staan nu twee tot drie maanden op de wachtlijst bij De Bascule. De instelling heeft vorig jaar extra geld gekregen voor het wegwerken van wachtlijsten. Het is nog niet duidelijk hoeveel middelen dit jaar extra beschikbaar komen; de hele sector vreest echter dat die onvoldoende zullen zijn om aan de vraag tegemoet te kunnen komen.

Ook de kinder- en jeugdpsychiatrische instelling RMPI in Barendrecht heeft een wachtlijst én een grote behoefte aan meer kinderpsychiaters. „Wij tellen de vacatures niet eens meer”, zegt K. de Man, kinder- en jeugdpsychiater en manager behandelzaken bij het RMPI. „Iedere kinderpsychiater die we kunnen krijgen, willen we aannemen.”

Het tekort aan kinderpsychiaters in Nederland is groot, blijkt uit het onlangs verschenen rapport ’Jeugd GGZ breed beschikbaar’. De titel van dit rapport is eerder wens dan realiteit, want vorig jaar stonden in totaal zo’n 18.000 kinderen op de wachtlijsten van de jeugd geestelijke gezondheidszorg. Er zijn nu 380 kinderpsychiaters in Nederland; dat zouden er minstens 500 moeten zijn. J. Rietveld, medeopsteller van het rapport en directeur van Accare, een grote instelling voor Jeugd GGZ in het Noorden van Nederland, maakt zich zorgen. „We weten uit onderzoek dat vijf tot zeven procent van de kinderen in Nederland ernstige psychische problemen heeft. Wij hebben als Jeugd GGZ de helft daarvan in behandeling; de andere helft hebben we niet eens in beeld. De capaciteit móet toenemen. Er moet echt wel wat aan de hand zijn voordat kinderen worden doorverwezen naar de psychiatrie. Voor de kinderen en hun ouders is het zeer problematisch als ze dan nog maanden moeten wachten.”

Doreleijers schetst wat het betekent als een gezin acht maanden moet wachten terwijl het water al tot de lippen staat. „In de eerste plaats kunnen de spanningen in het gezin enorm oplopen, ten tweede kunnen de schoolprestaties van het kind sterk achteruitgaan, en bovendien gaan mensen soms zelf op zoek naar alternatieven. In het ergste geval komen ze bij een magnetiseur of aura-reader terecht. Dat kost veel geld en helpt helemaal niks.”

Terwijl er vaak nog veel bij te sturen valt wanneer een kind kampt met een psychische stoornis en daar wél tijdig professionele hulp voor krijgt. „Lang niet alle gevallen zijn te genezen maar we kunnen problemen vaak wel beheersbaar houden of onder controle krijgen”, zegt Rietveld. „We kunnen medicijnen voorschrijven, gedragstherapie aanbieden om kinderen beter met hun stoornis te leren omgaan of sociale vaardigheidstraining waardoor ze beter met anderen kunnen omgaan. Als dat soort hulp te lang uitblijft is dat doodzonde, want veel problemen van kinderen lopen door naar hun volwassenheid. Ben je daar snel bij, dan kun je ernstiger disfunctioneren voorkomen. Voor kinderen geldt dat elk half jaar telt.”

De rol van de kinderpsychiater hierbij is van groot belang. „Psychologen, pedagogen en andere deskundigen hebben ook een belangrijke rol”, zegt De Man, „maar de kinderpsychiater is de enige die is opgeleid om het hele probleem te overzien: de erfelijke aspecten van de stoornis, de interacties in het gezin, de maatschappelijke problemen van het kind. Als de kinderpsychiater een duidelijk beeld heeft van het probleem en vervolgens met zijn team aan de slag gaat, kan een kind vaak goed behandeld worden.”

Het gevaar dat nu echter dreigt, zegt De Man, is dat de kinderpsychiater verwordt tot een dokter die een kind een keer of twee ziet, een diagnose stelt en pillen voorschrijft. „Diagnoses hebben echter weinig zin als je niet vervolgens de behandeling goed volgt en bijstuurt. Management en politiek denken te veel: je ziet een kind, dan weet je wat er aan de hand is, je onderneemt actie en dan is het probleem opgelost. Maar het is hier geen doperwtjesfabriek. Wat nodig is, is continue interactie.”

Als daar onvoldoende capaciteit voor is – en dat moment is volgens de één al gekomen, volgens de ander akelig dichtbij – kan dat gevolgen hebben voor gezinnen én samenleving, zegt Doreleijers. „Een puber van 14 die stevig aan de drugs raakt omdat de hulpverlening niet op gang komt, terwijl een kinderpsychiater had kunnen vaststellen dat het kind eigenlijk een depressie heeft, kan voor de rest van zijn leven achterop raken. Wij weten ook dat kinderen met adhd het risico lopen een gedragstoornis te ontwikkelen of in de criminaliteit te belanden. Dat geldt lang niet voor alle adhd’ers, maar het gaat nu juist om die 20 procent die dat wel overkomt. Als je die een jaar lang geen goede behandeling geeft wanneer ze 10 of 12 zijn, dan mis je de boot. Dat gebeurt soms al.”

De urgente gevallen - kinderen die thuis niet meer te handhaven zijn of in een crisis belanden - krijgen altijd voorrang, benadrukken de betrokkenen. „De korte-termijnproblemen lossen we nog wel op”, zegt De Man. „We laten jongeren niet in de kou staan; we verdelen onze aandacht. Maar dat betekent ook een steeds verdere verdunning van onze kennis en betrokkenheid. Daarmee gaat de kwaliteit achteruit. Voor de langere termijn investeren in kinderen en gezinnen komt er vaak niet meer van. Daardoor wordt ook het risico op een terugval weer groter. Deze jongeren hebben nog heel lang voor de boeg en hebben – ook maatschappelijk gezien - een hoog rendement van goede hulp. Maar hen structureel iets meegeven lukt steeds minder goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden