’Ieder boek is een worsteling’

Sandro Veronesi in november vorig jaar in Den Haag. (FOTO JÿRGEN CARIS TROUW)

Sandro Veronesi schreef zeven romans. Met ’In de ban van mijn vader’ brak hij door naar een groot publiek. ’Kalme chaos’ werd een wereldsucces. Veronesi werkt nu aan een nieuw boek. „Als een boek af is, kan ik sterven, nu niet. Het is net zoiets als zwanger zijn. Dan mag je ook niet doodgaan. Eerst de geboorte.”

Aan tafel met een Italiaan komt onvermijdelijk Sylvio Berlusconi ter sprake. Hoewel politiek helemaal zijn onderwerp niet is, ontkomt ook Sandro Veronesi daar niet aan. De macht van de ondernemer-premier is te groot, zijn grip op media en rechtsstaat gevaarlijk, vindt de schrijver. „Het risico van nieuw fascisme is niet zo ver weg.”

Veronesi vindt dat Europa zijn land onder druk moet blijven zetten. „De leider van een klein land als Nederland is vereerd als Berlusconi hem op het landgoed verwelkomt. Hij ontvangt hem in prachtige omstandigheden en verwent hem. Zijn staf zorgt overal voor, zo pakt hij je in. Het is moeilijk dan kritisch te zijn.”

„Maar dat is wel nodig. Italië is geen sterke democratie. Na de Tweede Wereldoorlog was ons land er beroerd aan toe, alleen Duitsland was erger. De politieke leiders voeren doorlopend strijd. Niemand is zomaar te vertrouwen. Precies dat was ook de situatie aan het begin van het fascisme. Natuurlijk gaat het nooit hetzelfde, maar Berlusconi heeft al een voorsprong op Mussolini.”

Wat bedoelt u?

„Ik zou in november in Den Haag met twee andere Italiaanse schrijvers debatteren over freedom of speech: mijn van oorsprong Siberische collega Nicolai Lilin en Roberto Saviano. Maar Saviano kon het land niet uit vanwege zijn veiligheid. Hij is pas 30, maar sinds zijn boek ’Gomorra’ twee jaar geleden uitkwam heeft hij geen leven meer, doordat een zeer gewelddadige maffiaclan hem wil vermoorden. Saviano is niet de enige. Er zijn journalisten die dagelijks over de maffia berichten, ook zij worden bedreigd, maar als een van hen wordt doodgeschoten kent niemand hem.

In Italië mag je zeggen en schrijven wat je wilt, maar dat is niet genoeg. Je moet het ook in veiligheid kunnen doen. En dat is momenteel in Italië niet mogelijk, zowel om criminele als om politieke redenen. Als iemand Berlusconi bekritiseert, proberen de kranten uit Berlusconi’s imperium hem monddood te maken door leugens te verspreiden of oude feiten op te rakelen; ze graven in je verleden tot ze iets vinden om je zwart te maken.”

Toch hebben de Italiaanse kiezers meermalen massaal op Berlusconi gestemd.

„Veel kiezers informeren zich via de media van Berlusconi. Hij bezit hun hoofd, hun zakken en hun stem. Ze vertrouwden hem. Velen willen nog niet toegeven dat hij zijn beloften niet nakomt. Maar ik ben optimistisch. Toen Berlusconi in 1992 voor het eerst de verkiezingen won, was de leus ’bescherm je geld, stem Berlusconi’. Inmiddels weten we dat hij niet jouw, maar zijn geld beschermt. De Italianen zijn armer dan toen, terwijl zijn bedrijf Fininvest er beter van is geworden.”

U kunt nog in vrijheid schrijven en hebt daar veel succes mee. Gaat dat u makkelijk af?

„Helemaal niet. Ik heb hooguit 25 procent controle over wat ik schrijf. Ik kan alleen richting aangeven. Er gebeurt zoveel in mijn hoofd. Wat ik zie. Herinneringen. Als ik schrijf gaan die zaken verbindingen aan en als ik ermee stop, stopt ook dat proces. Over het schrijven van een roman doe ik zeker vier jaar, het vergt geduld. Ik wil de lezer laten voelen wat er in de hoofdpersoon omgaat, alsof hij of zij het zelf beleeft.”

„Mijn persoonlijke omstandigheden, bijvoorbeeld tragische gebeurtenissen in mijn leven, maar ook de drukte in huis met vier opgroeiende kinderen, mogen geen invloed hebben op het boek waaraan ik werk. Daardoor kost het veel tijd.”

„Ik kan me niet voorstellen hoe het is om in één adem te schrijven. Als je geniaal bent, zoals Kafka, dan lukt je dat, maar zo ben ik niet. Mijn eerste versie is altijd vreselijk, daar moet ik aan sleutelen, pagina voor pagina, vaak per halve pagina of dialoog. Pas als die af is kan ik verder. Het is houtsnijden, langzaam en zorgvuldig.”

Dat inleven in personages komt goed tot uiting in uw bekroonde romans ’In de ban van mijn vader’ en ’Kalme chaos’. Toch is uw laatste boek, ’Troje brandt’, heel anders. Waarom?

„De eerste versie van ’Troje brandt’ is geweigerd. Terecht. Ik schreef het toen ik 25 was. Ik wilde de grote verandering in Italië en de rest van Europa beschrijven, waarvan ik als kind getuige was. Ik had een proefschrift geschreven over Victor Hugo, waarvoor ik veel van zijn boeken had gelezen. Ik was helemaal beïnvloed door zijn stijl, de positie van de verteller in het verhaal. Ik woonde destijds in het huis van een neef van Pier Paolo Pasolini, die alles van de filmer en dichter had bewaard: ik schreef mijn boek op zijn oude Olivetti schrijfmachine. Inspirerende invloeden.”

„Maar het was geen goed boek. Ik wilde het al lang herschrijven, maar daar kwam telkens wat tussen. En ik raakte de papieren kwijt. Maar na het grote succes van ’Kalme chaos’ wilde ik terug naar mijn begin. Zo schreef ik met ’Troje brandt’ tegelijk mijn laatste en mijn eerste boek.”

Smaakte de roem na ’Kalme chaos’ naar meer?

„Zo’n succes zal ik nooit meer hebben. Ik ben geen Dan Brown, die de ene bestseller na de andere schrijft. Die druk wil ik ook niet voelen. De toekomst is niet briljant, ik bereid me voor op tegenslag. Die ken ik uit het verleden. Vijftien jaar geleden schreef ik ’Venite venite B-52’, misschien wel mijn beste boek. Maar het had weinig succes. Soms moet je afscheid nemen van een project. Nu is het einde van een nieuw boek in zicht. Een worsteling. Als een boek af is kan ik sterven, nu niet. Het net als zwanger zijn. Dan mag je ook niet doodgaan, eerst de geboorte.”

Uw hoofdpersonen zijn meestal mannen. Bent u een mannenschrijver?

„Mannen worden meestal gegrepen door schrijvers als Dan Brown. Maar de meeste lezers zijn vrouwen. Die geef ik een aardig inkijkje in de gevoelswereld van mannen. Maar dat is niet mijn hoofddoel. Ik schrijf in de Europese traditie van familieromans, over relaties. Tolstoj, Flaubert, Dostojevski, Dickens schreven allemaal over de familie en ik sta in die traditie. Ik ben niet typisch Italiaans, was altijd deel van een minderheid – behalve als supporter van voetbalclub Juventus – maar ik sta wel in de Italiaanse traditie van Moravia, Calvino, de cinema uit de jaren zestig en zeventig, Pasolini, Fellini. Fellini leerde Italië zijn fantasie te gebruiken. Hij is meer dan alleen een filmmaker, gaat verder dan alleen verhalen vertellen. Dat wil ik ook.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden