Identiteit zaterdagclubs sterker dan fusiedrang

HENGELO, OSS - Op de steeds vager wordende scheidslijn tussen voetballen op zaterdag of op zondag is weer een breukvlak zichtbaar. De Landelijke Bond van Amateurvoetbalverenigingen (LBA), vooral spreekbuis van zondagamateurs, heeft de structurele samenwerking met de Belangenorganisatie van Zaterdagvoetbal Verenigingen (BZV) per 1 juli opgezegd.

Daarmee komt een einde aan de Federatie van Belangenverenigingen in het amateurvoetbal, die in het begin van de jaren zeventig van start ging als paraplu voor toen nog drie afzonderlijk opererende organisaties. De zaterdagclubs konden destijds immers nog een keuze maken uit het VCV (Verbond van Christelijke Voetbalverenigingen) en de VZC (Vereniging van Zaterdagclubs) voor de niet-confessionele verenigingen.

Vooral na januari 1995, toen de beide bloedgroepen van het zaterdagvoetbal zich verenigden in de BZV (307 leden), heeft de LBA (1678 leden) aangedrongen op de vorming van één groot blok. Maar met name vertegenwoordigers van het VCV hebben zich altijd tegen zo'n fusie verzet, bevreesd als zij waren het eigen geluid in een groter geheel onvoldoende te kunnen laten horen.

Die vrees was in 1946 ook de basis onder het VCV, toen de CNVB (Christelijke Nederlandse Voetbalbond) besloot tot een fusie met de KNVB. Voor het behoud van de eigen identiteit bedongen de zaterdagvoetballers destijds het recht op een zetel in het bondsbestuur, later vervangen door blijvende vertegenwoordiging in het bestuur Amateurvoetbal. Die bevoorrechte positie van de 'christelijke' minderheid in het amateurvoetbal ging met de fusie tussen VCV en VZC grotendeels verloren.

De laatste garanties op behoud van identiteit liggen sindsdien verankerd in een convenant met de KNVB, waarin naast het recht op een zetel in de hoofdafdeling wedstrijdzaken en het recht op een afgevaardigde in elk districtsbestuur, vastligt dat een zaterdagclub nooit verplicht kan worden op zondag te spelen. De BZV vreest dat een fusie met de LBA het definitieve einde zou betekenen van de regelgeving die het zaterdagvoetbal beschermt.

Jaap Bisschop, voorzitter BZV, verklaart nooit op een breuk te hebben aangestuurd. “De BZV heeft slechts de vragen van de LBA beantwoord.” Toch is hij er van overtuigd dat de zaterdagclubs beter af zijn als zij zich zelfstandig blijven organiseren. “Wij leven liever in federatief verband. We hebben recht van bestaan, want wat het zaterdagvoetbal bereikt heeft, hebben we bereikt zoals we zijn. Ik heb nog aangeboden gezamenlijk de niet-aangesloten clubs te benaderen. Het kan mij niet zo veel schelen als die allemaal lid van de LBA zouden worden.”

Zo lijkt het er op dat de LBA als een afgewezen minnaar nu ook maar de vriendschapsbanden verbreekt. Voorzitter Hennie van Oorschot verdedigt: “Wij hebben in 1995 op hun verzoek de gesprekken over een fusie opgeschort. Daarna hebben we drie jaar geprobeerd naar elkaar toe te groeien. De BZV wil nu niet eens een werkgroep instellen om een fusie te onderzoeken. Dat heeft ons gestoord.”

Toch staan de scheidende partners als kemphanen tegenover. Jaap Bisschop laat niet na de LBA te prijzen: “Zij hebben veel kennis in huis en zijn altijd goed geïnformeerd.” Ook Hennie van Oorschot is mild: “Het is altijd zo geweest dat de LBA voorop liep, zij liepen mee. Ook nu willen we de BZV-leden blijven informeren en zo proberen in belangen elkaar te vinden en elkaar te steunen op onderdelen. Samen actie voeren? Waarom niet?”

Niettemin zal de KNVB binnenkort weer met twee afzonderlijke partijen in gesprek moeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden