Identiteit/Liever een echte kleur dan slap gezwets

Het zusje van een kind in de klas overlijdt en in de klas gaat het er over. De kinderen komen met vragen, over dood en over leven. Maar zitten er verschillende religieuze visies op 'dood' in de klas, dan hapert dat gesprek soms. Toch moet de leerkracht ook dan adequaat helpen. “Want een kind dat stuk zit, moet worden getroost - of het nu protestants, katholiek, moslim, hindoe of 'niks' is.”

De praktijk op de scholen in Nederland is zo anders dan de formele werkelijkheid, betoogde dr. Cok Bakker, theoloog en onderwijskundige, gisteren tijdens de Trouw-lezing ('De school tussen Kerst en Ramadan'). Op papier heeft Nederland een waaier van scholen met een verschillende levensbeschouwing: openbaar, protestants, katholiek, islamitisch. In werkelijkheid zitten de culturen vaak bij elkaar in de klas, ongeacht het officiële bord op de pui.

Soms is dat een probleem. Bijvoorbeeld als het gaat om de religieuze feesten: welke vier je wel, en welke vier je niet? Daar hebben scholen in de praktijk minstens vijf 'oplossingen' voor. 'We zijn hier een christelijke school, dus we vieren de christelijke feesten', is de eerste. Scholen waar weinig allochtone leerlingen zijn, zitten vaak op die lijn. Zijn die er wel, dan noopt de praktijk tot een andere opstelling. Soms is dat: Kerst wordt 'gewoon' gevierd, maar in het kringgesprek krijgt het Suikerfeest - het islamitische feest waarmee de vastenmaand ramadan eindigt - ook aandacht. Of: alleen Kerst wordt gevierd, maar alleen voor wie wil komen. Of: Kerst en Suikerfeest worden allebei gevierd, maar elk alleen voor de 'eigen' kinderen. Of: beide feesten worden gevierd, voor iedereen.

“Het volstaat dus niet meer om te zeggen: 'ik werk op een protestantse school', want ze verschillen onderling sterk”, zei Bakker. Kijken naar de officiële 'kleur' van de school is daarmee niet langer zinvol: Nederland is de verzuiling voorbij. Bij een christelijke of katholieke school moet je je tegenwoordig afvragen, wat voor christelijkheid of katholicisme er heerst. De tijd is voorbij dat het christendom bestond, en volgens Bakker bestaat ook de islam niet.

Maar ook dan heeft elke bijzondere (is: niet-openbare) school een identiteit. Alleen, wie bepaalt dan eigenlijk hoe die identiteit eruitziet? Het is uit de tijd om dat nog van bovenaf op te leggen, vindt Bakker. De docenten van een school zullen het samen moeten bepraten en bepalen. Van een professionele leerkracht mag je, vindt Bakker, verwachten dat hij daar toe in staat is: zich afvragen waar hij zelf staat, wat zijn eigen levensbeschouwing eigenlijk is, en wat voor consequenties dat heeft voor het onderwijs dat je verzorgt.

Alleen blijkt in de praktijk vaak dat leerkrachten dat moeilijk vinden. “Ze zitten vol met praktische voorbeelden over levensbeschouwing, maar ze denken er niet in abstracties over. Dan wordt het de dood in de pot. Ik denk aan de leerkracht die met de kinderen over de dood moet praten. Of die zich afvraagt of je de problemen die een leerling thuis heeft, in de kring kunt bespreken. Of die een leerling tegen zich hoort zeggen: 'Juf, jij gaat dood omdat je geen hoofddoekje draagt'. Dat zijn stuk voor stuk praktische levenbeschouwelijke vraagstukken waarin je je plaats bepaalt. Maar vraag diezelfde leerkracht 'wat is de identiteit van jouw school?', dan zegt hij: 'Daar hebben we het op school eigenlijk nooit over'. Of: 'Daar hebben we het weleens over gehad, maar daar kwamen we toen niet verder mee'.”

Die koudwatervrees voor abstract gepraat is niet erg, vindt Bakker: “Het werkt ook met concrete onderwijsverhalen. Wat wel erg is: als men binnen de school eigenlijk niet weet waarom men het doet zoals men het doet.”

“Weet u wat zo merkwaardig is?”, zei co-referent David Pinto, bijzonder hoogleraar interculturele conflicten aan de Universiteit van Amsterdam. Pinto is Marokkaans-Berbers van herkomst en jood van geloof. “Ik hoor Bakkers verhaal en ik kan het er niet mee oneens zijn. Tenminste, tot aan z'n conclusie, dat leerkrachten de identiteit van een school moeten bepalen. Want cultureel pluralisme is wel leuk hoor. Maar het gaat alleen goed zolang het contact tussen de culturen oppervlakkig blijft. Bij folkloristische dingen zoals eten en kleding is contact tussen de culturen allemaal reuze leuk. Maar gaat het dieper, gaat het over religie, dan wordt contact ontzettend moeilijk.”

Pinto ziet 'een cultuur' als een raamwerk van regels en wetten, dat meer of minder fijnmazig kan zijn. De Westerse cultuur in Nederland is een grofmazig raamwerk: er zijn wel regels, maar daarbinnen kan een individu ongestraft afwijken. De culturen van de minderheden in Nederland zijn juist fijnmazig: daar telt 'de groep', niet 'het individu'.

“Wat Bakker zegt over religieuze identiteit, dat je die zelf moet uitdenken, dat is héél erg gedacht vanuit zo'n grofmazige cultuur. Dat werkt niet als je praat met iemand uit een fijnmazige cultuur. Het is bovendien fnuikend voor iemands geestelijke gezondheid om heen en weer te slingeren tussen een grof- en fijnmazige cultuur. Als Mustafa thuis te horen krijgt: 'kijk me niet zo brutaal aan' en op school 'kijk me aan als je tegen me praat', dan is dat slecht voor hem.” Voorlopig is het volgens Pinto beter als er meer islamitische- en hindoescholen ontstaan, waar kinderen goed geworteld raken in de cultuur waaruit ze stammen.

Culturen zijn veel minder statisch dan Pinto beweert, vindt Bakker. “Als culturen elkaar ontmoeten, leren ze van elkaar. Pratend met de ander ontwikkel je ook je eigen identiteit”. Maar dat gaat veel minder snel dan Bakker denkt, meent Pinto. “Als cultureel mens kan je je nog wel aanpassen, maar je religie schuift voor geen meter op. Als je weggelopen Marokkaanse meisjes vraagt of ze liever met een Nederlander of met een Marokkaan trouwen, dan zeggen zelfs zij: met een Marokkaan.”

Een docente levensbeschouwing van een vbo/mavo in Eindhoven waar 45 procent van de leerlingen allochtoon is, leek Bakkers pleidooi ook niet zo te bevallen. Laatst hield ze een enquête onder de jongeren die vijf jaar geleden eindexamen deden: wat vonden ze nu van de lessen levensbeschouwing die ze toen van hun scholen meekregen?

“We moesten zo zwemmen, zeiden ze. Het was allemaal zulk slap gezwets geweest. Had de school maar een echte kleur gehad, in plaats van dat slappe gezever. Hadden die leraren maar echt ergens voor gestaan. Ik heb tegenwoordig dertig Bijbels in m'n lokaal. Ik probéér wel om zulke dingen te zeggen als: 'Wat we hier lezen staat ook in de Koran'. Maar de kinderen willen eigenlijk vooral weten: 'Juf, waar staat u nou zelf voor?'. D t vragen ze.”

Maar Bakker liet zich niet in de schoenen schuiven dat hij gezever propageert. “Ik hoop niet dat u denkt dat het volgens mij maar een slap zootje moet zijn. U moet samen met uw collega's standpunten ontwikkelen. Soms zal dat hard tegen hard gaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden