ideeën over de grens

Nieuwe IT-bedrijven doen het allemaal met elkaar. Dat levert een explosie van nieuwe bedrijfjes op.

We verkeren in een periode van evolutie die lijkt op de Cambrische explosie, meent de toch immer behoudende The Economist in een bijlage over de explosie van start-upbedrijven. Die Cambrische explosie, 540 miljoen jaar geleden, was de abrupte toename van levensvormen waaruit wij - en andere diersoorten - zouden voortkomen.

Wat dat met start-ups te maken heeft? The Economist beschrijft een proces van de laatste twintig, dertig jaar waarin het opzetten van een bedrijf is veranderd van een moeizaam, kostbaar proces in een fluitje van een cent (nou ja, bijna dan). Die start-ups vormen nu de bouwstenen voor digitale producten en dienstverleningen die onze samenleving omvormen. In de woorden van een Silicon Valley-ondernemer: "Software eet de wereld op." De bedrijfjes verspreiden zich niet alleen in razend tempo over de hele wereld, maar zijn ook nauw met elkaar verweven. Net zoals 540 miljoen jaar geleden de complexere vormen van leven rijp waren voor verdere ontwikkeling, zo kunnen nu die nieuwe bouwstenen als legoblokjes gecombineerd en gehercombineerd worden, met elkaar en met platforms (bijvoorbeeld Amazon's Cloud, Apple's App Store, Facebook en Twitter) die zorgen voor de huisvesting, distributie en verkoop.

Tal van start-upondernemers hopen de nieuwe Steve Jobs of Mark Zuckerberg te worden, maar in feite zijn ze de nieuwe werkkrachten, meent Venkatesh Rao, een IT-consultant. Hij ziet een overeenkomst met de victoriaanse staalwerkers uit de late negentiende eeuw. "Met het ontwikkelen van de markt werd hun kennis algemeen goed en vormden zij de kern van de nieuwe arbeidersklasse." Het plaatst de start-ups in een ander daglicht, meent Rao. "Het gaat er niet om te ontdekken wie de volgende Zuckerberg of Jobs wordt, maar om een nieuw systeem te creëren om werkers op te leiden voor de kennisindustrie."

Waarom zijn mensen die genoeg hebben, nog altijd hongerig naar meer? Die vraag stelt columnist Paul Sullivan in The New York Times. Aanleiding voor zijn column vormen de gevallen van fraude aan de top, maar ook een memo van de Bank of America aan de jongere werknemers om ten minste vier weekeinddagen per maand vrij te nemen. Andere banken zijn intussen gevolgd in een poging de slopende arbeidscultuur te doorbreken. De vraag stellen is hem al zo goed als beantwoorden, ontdekt ook Sullivan, die er wel psychologen en economen voor raadpleegt. Geld is nog altijd de maatstaf voor maatschappelijk succes, en al sinds eeuwen zijn mensen er moeilijk van te overtuigen dat ze genoeg hebben als hun buurman meer heeft.

John M. Keynes, de meest geciteerde econoom in deze tijden van crisis, voorspelde (in de jaren dertig) dat over twee à drie generaties - nu dus - de technologische mogelijkheden tot zo'n welvaart zouden leiden, dat we veel minder zouden hoeven werken en veel meer tijd zouden overhouden voor onze hobby's. In plaats daarvan hebben we nu een leger aan werklozen, mensen die hard ploeteren om rond te komen en rijke mensen die niet van ophouden weten. Keynes' biograaf Robert Skidelsky noemt die laatsten de 'werkverslaafde rijken' in plaats van de luierende rijken, zoals Keynes voorzag (www.econtalk.org). Skidelsky vraagt waarom we onze vrije tijd uitstellen: waarom werken we dertig of veertig jaar hard om in de laatste twintig jaar niks te doen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden