ideeën over de grens

Wie te veel deelt, houdt geen intimiteit meer over

"Er was een tijd dat we informatie verstrekten, ervaringen uitwisselden, elkaar vakantiefoto's toonden." Nu gebruiken we in al die gevallen hetzelfde werkwoord: we 'delen' het. Het van oorsprong Engelse modewoord sharing klinkt zo fijn en positief, schrijft publiciste Joana Bonet op het Argentijnse clarin.com. Door veel te 'delen', toon je bereid te zijn tot samenwerken, en dat is noodzakelijk als je netwerken om je heen wil hebben.

Toch voelt Bonet zich ook ongemakkelijk bij deze mode om van alles te delen met wie maar wil. De 'gretige gulheid' waarmee mensen dingen, maar ook bekentenissen met elkaar delen, komt haar geforceerd over. Soms moet je iets juist niet 'delen', adviseert deze Spaanse schrijfster, als je de intimiteit wil behouden.

Respecteer ons, zegt Vadim Avva, lid van de Russische minderheid in Letland. In dit land aan de Oostzee stamt ruim een kwart van de bevolking af van Russen die zich hier vestigden na de Sovjet-invasie in 1940. Nu de Russische minderheid in Oekraïne voor onrust zorgt, nemen ook in Letland de spanningen rond de Russische minderheid toe. Velen van hen leven hier als vreemdeling met een permanente verblijfsvergunning, want alleen Russen die ook Lets spreken, kunnen een Lets paspoort krijgen.

Vadim Avva zoekt op rus.delfi.lv het gesprek met zijn Letse landgenoten, met een klein dreigement voor het geval ze niet luisteren.

"Wij weten dat Stalin veel Letten heeft vermoord. Maar hij heeft nog meer Russen vermoord", schrijft Avva verzoenend. Letland is voor de Russen die er wonen een vaderland, betoogt hij, maar ze blijven Russen en willen geen Letten worden.

Dan dreigt Avva: "Als jullie niet naar ons willen luisteren, betekent dat dat we zullen spreken met wie ons wel nodig hebben." President Poetin heeft tijdens de Krimcrisis al gezegd zich te zullen bekommeren om alle Russen, ook in de buurlanden.

De wereld keert terug naar de toestand die Europeanen kennen uit de negentiende eeuw, met een kleine groep rijke renteniers aan de top en daaronder een brede massa van mensen die net rondkomen. Dat voorziet Thomas Piketty, een Frans econoom. Zijn boek uit november waarin hij de toenemende ongelijkheid onderzoekt, is zojuist vertaald uit het Frans ('Le capital au XXI siècle') in het Engels ('Capital in the Twenty First Century') en daarom staat hij weer volop in de belangstelling, bijvoorbeeld op newyorker.com.

De verklaring van de groeiende kloof tussen arm en rijk zoekt Piketty in de rol van het kapitaal, dat zich sneller vermeerdert dan de economie als geheel. Wie kapitaal heeft, ziet dat toenemen in een tempo waar anderen in de samenleving, hoe hard zij ook werken, niet tegenop kunnen.

Ach, leefden we nog maar in de 'Trente glorieuses', denkt Piketty, de dertig jaar van voorspoed na 1945 waar heel Frankrijk met weemoed aan terugdenkt. Toen was de ongelijkheid heel beperkt en voorzover ze bestond, was ze een gevolg van hiërarchie op het werk: wie een hogere functie bekleedde, verdiende meer. Tegenwoordig is de ongelijkheid weer een gevolg van groeiende vermogens, die mensen vaak niet meer zelf hebben verdiend maar hebben geërfd.

De terugkeer naar de ongelijkheid zoals Europa die kende in de negentiende eeuw is vooral voor Amerikanen triest. Hun ideaal was juist om, anders dan Europa met zijn aangeboren ongelijkheid, een republiek van gelijken te creëren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden