Review

Ideeën als stukken inwisselbaar gereedschap

De Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) werd uitgevochten met nieuwe wapens en oude tactieken. Moderne repeteergeweren werden ingezet tegen achterhaalde infanteriecharges in gesloten gelid. Het was een gruwelijke oorlog. In 1864 vocht generaal Grant van de Noordelijken zich door de wildernis van Virginia en verloor daarbij in veertig dagen zestigduizend man. Op één bepaalde plek, de zogenaamde 'Bloody Angle of Spotsylvania', werd zo lang en zo zwaar gevochten dat het universum zich verkleinde tot een bloedvlek waarin doden en gedood worden het enige was wat zin had.

Een van de hoofdpersonen van 'The Metaphysical Club', Oliver Wendell Holmes, vocht aan de kant van de Noordelijken en maakte het bloedbad van Spotsylvania mee. Drie keer is hij ernstig gewond geraakt. De les die hij uit de Burgeroorlog trok, was dat zekerheid naar geweld voert.

In eenvoudige termen betekent dit dat dogma's en ideologieën even gevaarlijk zijn als geweren en kanonnen. Het ligt echter genuanceerder want Holmes wijst het niet af als mensen ergens in geloven. Alleen realiseerde hij zich dat waar mensen in geloven afhankelijk is van de omstandigheden waarin ze verkeren, net zoals een organisme zich aanpast aan zijn omgeving. En dat is uitdrukking van een groeiend gevoel van onzekerheid.

Louis Menand, hoogleraar Engels in New York, betoogt in 'The Metaphysical Club' dat er na de Burgeroorlog een nieuw intellectueel landschap ontstond in Amerika, waarin filosofen en intellectuelen overtuigd waren geraakt van het gevaar van overtuigingen, waarin zij een toenemend gevoel van onzekerheid onderkenden, en waarin zij van die onzekerheid een methode van denken maakten die zou uitmonden in pragmatisme en pluralisme.

Pragmatisme was/is een idee over ideeën, namelijk dat ideeën niet in meerdere of mindere mate de werkelijkheid weergeven, maar dat ideeën instrumenten of werktuigen zijn waarmee men zich in de werkelijkheid oriënteert. In het eerste geval is een idee waar of onwaar; in het tweede geval is een idee praktisch of onpraktisch. Al onze gedachten zijn mentale manieren van aanpassing aan de wer ke lijkheid, schreef William James, een van de grondleggers van het pragmatisme.

En die werkelijkheid veranderde snel na de Burgeroorlog. Het industriële Noorden won het van 'King Cotton', het agrarische Zuiden. De samenleving werd dynamischer en heterogener, met spanningen tussen arbeid en kapitaal, tussen Anglo-Amerikanen en (andere) immigranten. De pragmatisten begrepen dat dit niet alleen vroeg om nieuwe ideeën, beter gereedschap om zich de nieuwe werkelijkheid als het ware toe te eigenen, maar ook om de bereidheid een idee te zien als een werktuig dat niet meer waard is dan zijn praktische toepasbaarheid.

Louis Menand bespreekt de nieuwe opvattingen aan de hand van een viertal grote Amerikanen, Oliver Wendell Holmes, William James, Charles Peirce en John Dewey (de laatste drie zijn bekend als de grondleggers van het pragmatisme), die korte tijd een discussieclub vormden: de 'Metaphysical Club'. Die naam moet wel uit balorigheid zijn geboren, want met metafysica (laten we dat maar even begrijpen als het uitgaan van onveranderlijke waarheden) hadden genoemde denkers weinig op.

De leden van de 'Metaphysical Club' hadden van Darwin begrepen dat de biologische werkelijkheid het samenstel is van die organismen die toevallig over de juiste eigenschappen beschikken om te kunnen overleven en die zich vervolgens voortplanten en nieuwe soorten vormen. En dat inzicht, dat het toeval bepaalt welke organismen over de juiste eigenschappen ('gereedschappen') beschikken, hebben zij toegepast op hun idee over hoe ideeën werken. Ideeën moeten hun nut bewijzen, toepasbaar zijn. In de evolutie van het denken hebben zich een aantal ideeën uitgeselecteerd die bruikbaar blijken om de werkelijkheid mee te begrijpen. Maar als die werkelijkheid verandert, dan leg je oude gereedschappen aan de kant en ontwikkel je nieuwe als je daarmee beter kunt werken.

Iemands ideeën zijn dus niet een spiegel van de werkelijkheid. Eerder is kennis een instrument of werktuig om succesvol te kunnen handelen, meende John Dewey. Als je, bijvoorbeeld, ontdekt dat je met een vork geen soep kunt eten, heeft het, meldt Dewey, weinig zin om de oplossing van dat probleem te zoeken in het filosoferen over de essentie van een vork of het wezen van de soep; je pakt dan gewoon een lepel. Een pragmatische aanpak die veel problemen oplost maar ook triviaal en oppervlakkig aandoet.

De Britse schrijver G.K. Chesterton heeft ooit opgemerkt dat pragmatisme betrekking heeft op menselijke behoeften (de bruikbaarheid van ideeën) en dat het een van de eerste behoeften van de mens is om meer te zijn dan pragmatist. Louis Menand sluit zich min of meer aan bij dit standpunt als hij aan het einde van zijn boek opmerkt dat het pragmatisme veel kan verklaren over onze ideeën behalve waarom we bereid zijn voor zo'n idee te sterven. Daar hadden William James en John Dewey wel een antwoord op: als een idee, bijvoorbeeld dat God bestaat, voor iemand bruikbaar is, als hij daarmee zijn leven beter kan inrichten, dan heeft dat idee een pragmatische waarde. Daarmee is God (in dit voorbeeld) nog niet waar maar wel werkelijk. Het idee van God was voor hen een van die ideeën die zich in de loop van onze geestelijke evolutie hadden uitgeselecteerd. James en Dewey waren religieuze pragmatisten; zij hadden hun kwadratuur van de cirkel gevonden.

Louis Menand heeft het intellectuele landschap van negentiende-eeuws Amerika op fascinerende, erudiete, en intelligente wijze beschreven. De pragmatisten vergeleken kennis wel met een landkaart: hoe kan ik me daarmee het beste oriënteren in de werkelijkheid? Menands boek meandert nogal, slingert zich als een bochtige rivier door het landschap. Hij haalt er veel bij, maakt veel omwegen. Maar achteraf blijken alle zijpaden te voeren naar zijn hoofdthema: het pragmatisme. Voor wie niet opziet tegen een lange wandeling en onderweg kan genieten van de omgeving, is zijn boek een bloei van boeiende bladzijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden