Column

Idee voor een nieuw bordspel: antisemiet, wie was het niet?

Voltaire Beeld anp

Ik ben het met geen woord dat u zegt eens, maar ik zal me doodvechten voor uw recht het te zeggen." Nu er in de media zoveel lelijke dingen worden gezegd, wordt deze aan Voltaire toegeschreven uitspraak vaak aangehaald, vooral door de meer pathetisch aangelegden onder ons.

Vermoedelijk is de uitspraak in feite afkomstig van Voltaire's biograaf Evelyn Beatrice Hall, maar wie daarop let is een kniesoor.

Andere teksten van Voltaire, die wel met zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven, worden zelden tot nooit aangehaald. Zoals: "U vindt in hen niets anders dan een dom en barbaars volk, dat van oudsher de smerigste gierigheid en het weerzinwekkendste bijgeloof verenigt en dat de onbedwingbaarste haat koestert jegens alle volken die het tolereren en verrijken." De verlichte Franse vrijdenker heeft het hier over Joden. Hij voegt er gelukkig aan toe: "Men moet ze nochtans niet verbranden."

Ik moest aan Voltaire's talrijke antisemitische uitlatingen denken naar aanleiding van het antisemitisme binnen de Britse Labourpartij. Onlangs werd Labour-prominent Ken Livingstone na enige feitelijk onjuiste en onsmakelijke uitspraken door de partij geschorst. Het antisemitisme binnen Labour leeft met name onder kiezers en partijleden uit de allochtone, islamitische gemeenschappen, maar wordt geëxploiteerd door autochtone, niet-islamitische partijfiguren als Livingstone en George Galloway, die met hun anti-Israëlische en anti-zionistische retoriek stemmen konden winnen bij het arme, laagopgeleide moslimelectoraat. Beweren dat Hitler het zionisme steunde, zoals Livingstone deed, heeft echter weinig te maken met kritiek op Israël.

Heere Heeresma jr. Beeld Maartje Geels

Het socialisme van de domme man
Dat ik aan Voltaire's uitlatingen moest denken, kwam omdat hij in zijn tijd eerder 'links' dan 'rechts' genoemd kon worden. De linkse beweging heeft altijd anti-Joodse tendensen gekend. Je kon goed scoren bij het proletariaat door de schuld van hun ellende bij de 'Joodse bankiers' en het 'Joodse kapitaal' te leggen, daarmee handig aanhakend bij het traditionele christelijke antisemitisme. Stalin maakte bij zijn zuiveringen bekwaam gebruik van het endemische Russische antisemitisme. De Duitse sociaal-democraat August Bebel noemde, in navolging van de Oostenrijkse links-liberaal Ferdinand Kronawetter, antisemitisme het socialisme van de domme man.

Intussen zit men in Frankrijk met een flink probleem. Wat te doen met al die straten die zijn vernoemd naar Jean Jaurès? Geen gehucht zo klein of het heeft een rue Jean Jaurès. De socialistische voorman heeft in Frankrijk de status van een heilige. Die dankt hij voor een groot deel aan zijn verdediging van de ten onrechte van verraad beschuldigde - Joodse - legerkapitein Alfred Dreyfus. Helaas schreef hij ook dingen als: "In Frankrijk is de politieke invloed der Joden enorm, maar indirect. Zij komt niet voort uit de kracht van het getal, maar uit de kracht van het geld."

Je gaat je zo langzamerhand afvragen welke grootheden uit de geschiedenis niet antisemitisch zijn geweest. Zo kwam ik op het idee voor een nieuw bordspel: Antisemiet, wie was het niet? Het lijkt op Monopoly, maar de straatnamen zijn vervangen door de namen van figuren als Luther, Shakespeare, Churchill, F.D. Roosevelt, Céline, Dostojevski, Napoleon... De spelers krijgen een pion die een Jood voorstelt en moeten dobbelstenen werpen om hem op het bord te mogen verplaatsen. Wie op Voltaire gooit, raakt zijn pion kwijt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden