Idealisten en pragmatici naar Mozambique

MAPUTO - Overal kom je ze tegen, de Nederlanders in Mozambique. De meesten, waarnemers en officieren, zijn er slechts tijdelijk, in verband met de onlangs gehouden verkiezingen. Maar sommige Nederlandse ontwikkelingswerkers lopen hier al tijden rond - enkele illusies armer, maar toch van plan te blijven.

Nederland heeft een speciale band met Mozambique. Adriaan van Dis schreef er jaren geleden een boek over. Die Nederlandse betrokkenheid dateert van 1969, toen de Eduardo Mondlane Stichting (genoemd naar de eerste leider van Frelimo - toen de Mozambikaanse bevrijdingsbeweging, nu de regeringspartij) werd gesticht als linkse solidariteitsbeweging met Portugees Afrika.

Maar het ideële karakter van de Eduardo Mondlane Stichting (EMS) is inmiddels danig veranderd. De stichting presenteert zich nu vooral als professionele ontwikkelingsorganisatie. En de idealisten van weleer zijn vervangen door pragmatici wier werk veel lof oogst in Mozambique, dat mede dankzij die Nederlanders de allereerste democratische verkiezingen achter de rug heeft. “Vroeger moest je bij EMS bij wijze van spreken de werken van Marx en Lenin kunnen citeren”, glimlacht Bert Sonnenschein (34) in het EMS-huis in Maputo. “Die politieke kleur is er goed af.”

Sonnenschein, ongekamd haar en stoppelbaard, kwam in 1989 voor het eerst naar Mozambique. Hij was afgestudeerd in civiele techniek en aan de filmacademie en zou zo'n 50 km buiten Maputo een waterproject opzetten. Hij had geen idee van het land waar hij zou komen. “Toen ik die baan kreeg, ben ik me pas gaan inlezen. Eenmaal hier bleek al snel dat de informatie in Nederland heel gekleurd was, voornamelijk Frelimo-propaganda, afkomstig van Nederlandse idealisten die allerlei misstanden vergoeilijkten. Er bleek een enorm repressief staatsapparaat te zijn met een uitgebreide geheime dienst.”

Na het uitdienen van zijn contract van twee jaar vond Sonnenschein het welletjes en ging terug naar Nederland. Vooral de samenwerking met de Mozambikaanse overheid liep stroef. “Er was grootschalige corruptie. En als je daar tegenin gaat, ben je persona non grata. Ja, en dat gaat hier gepaard met serieuze bedreigingen.”

Eind september 1993 kwam Sonnenschein toch weer in Mozambique terecht. Zijn vriendin wilde graag terug en werkt nu via EMS als landbouwvoorlichter. Sonnenschein zelf is inmiddels freelance-filmer. Zijn eerste grote project is de productie van een zevendelige Mozambikaanse soap opera 'Nao e preciso emurrar' ('Het is niet nodig zo te duwen').

In het huis van de hoofdrolspeelster Anna in een zwarte buitenwijk van Maputo kijken we naar aflevering vier, 'Premio de Loteria'. De hele familie zit rond de televisie en geeft uitgebreid commentaar op het verhaal rond een loterij en de problemen en ruzies rond de besteding van het gewonnen geld. Ook de andere afleveringen zijn moralistisch. “De serie is bedoeld om de kijkers ideeën over verkiezingen en democratie te geven”, vertelt Sonnenschein later.

Ja, erkent hij, eigenlijk is hij best een idealist. “Geld is niet mijn drijfveer. Ik doe alleen dingen waar ik achter kan staan. Mijn geweten is belangrijker dan mijn beurs.”

Even anders ligt het bij die andere ex-EMS'er die razendsnel faam heeft gemaakt in Mozambique, Ton Pardoel. Strak in het pak, het haar netjes achterover gegeld, beweegt Pardoel zich vlot tussen de VN-top in Maputo. Pardoel is belast met de technische ondersteuning van de demobilisatie van de soldaten van Frelimo en de rebellenbeweging Renamo, een project waarmee 60 miljoen dollar is gemoeid. Met zijn 32 jaar is Pardoel de jongste directeur van een afdeling van Unomoz, de VN-operatie in Mozambique, die het vredesproces coördineert en financiert. “Alle anderen zijn in de vijftig”, zegt hij, om daar nog even aan toe te voegen dat hij nu zo'n 300 mensen onder zich heeft werken.

Pardoel studeerde bedrijfskunde aan Nijenrode en culturele antropologie in Utrecht. Onder het mom 'ik wil er wel eens uit' schreef hij een een open sollicitatie naar ongeveer 100 ontwikkelingsorganisaties. EMS hapte en bood hem een baan aan bij het opzetten van kleinschalige industrie. Net als Sonnenschein had Pardoel geen enkel idee van wat hem te wachten stond. “Ik was zeker niet een van die ideële ontwikkelingswerkers”, zegt hij. “Maar de zon scheen en de mensen waren vriendelijk. En ondanks de moeilijke situatie, vaak geen water, licht en benzine, was er was een hoop ruimte voor initiatief.”

Pardoel kreeg mot op zijn werk met een externe adiviseur die hem als 'maar' een EMS'er behandelde, en nam ontslag. Via een adviseurschap voor de Zwitserse ambassade over inkrimping van het Mozambikaanse leger belandde hij uiteindelijk in de Unomoz-burelen, om het VN-hoofd in Mozambique zijn voorstel voor de gehele demobilisatie en ontwapening van de 100 000 soldaten en rebellen voor te leggen. De VN-baas stemde in.

Het werd geen gemakkelijke opgave, wist Pardoel. Met name de politieke verantwoordelijkheid was enorm. “Demobilisatie is de belangrijkste stap in het hele vredesproces. In Angola ging het op dat punt fout. Ik heb aangedrongen op het belang van een eenheid die zich zou bezighouden met de registratie van de soldaten, hun transport en dat van hun familie en goederen naar huis en een sociaal programma om hun verblijf in de kampen wat gemakkelijker te maken. Dat miste Angola bijvoorbeeld.”

In eerste instantie werkte Pardoel onder een Zwitser. Maar in maart 1993 kreeg hij alleen de eindverantwoordelijkheid. Faalangst? “Je doet het gewoon”, zegt Pardoel, die zich niet laat verleiden tot het uiten van twijfel. “Ik heb van het begin af het idee gehad dat het hele concept goed was. Wij hebben geen bestaande formule gekopieerd, maar ons plan helemaal vanuit de lokale situatie opgebouwd.”

Een enorm improvisatievermogen was vereist. Renamo was veelal ongeletterd en daarom moeilijk om mee te onderhandelen. In de kampen onstonden opstanden. Duizenden wezen, vrouwen en gehandicapten kwamen als onverwachte surprise ook nog eens uit de bush. Het kon Pardoel niet klein krijgen. Met een zweem van trots zegt hij: “We hebben de capaciteit vergroot en het is allemaal gelukt.”

De Brabander heeft de demobilisatiekoorts nu goed te pakken. “Ik zou hetzelfde willen doen in Angola. Ik ben bezig met het opzetten van een bedrijf om dat voorstel aan de VN te doen, omdat onze formule heel succesvol bleek.”

Het idealisme, dat bij Sonnenschein nog voornaamste drijfveer is, heeft dat overigens minder te maken. “Nee, ik zou het niet voor 2000 dollar per maand doen. Ik zie het als mijn beroep. En ik moet goed betaald worden voor het werk dat ik doe.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden