Idealist trekt zich lot van straatkinderen aan

In zijn jeugd wist Oscar Oliva wel wat hij wilde worden. Om zich heen zag hij rijke Amerikanen. Ze bezaten grote villa's met privezwembaden. “Ik wilde landbouwingenieur worden en dan later ook zo'n plantage bezitten. Ik zag het wel zitten: een eigen auto, een huis met een mooie tuin.”

Het is echter anders verlopen voor Oliva. Zijn dromen heeft hij verruild voor maatschappelijke idealen. Dag en nacht kloppen jonge zwervers aan zijn deur. Hij woont en werkt in een sloppenwijk van Guatemalastad. Voor de Guatemalteek is het onderscheid tussen priveleven en zijn werk met straatkinderen ver te zoeken.

“Natuurlijk was het wennen om ineens in een krottewijk te wonen. De meeste straten zijn onbegaanbaar. De riolering is slecht, water is vaak slechts vier uur per dag te krijgen en wordt soms plotseling afgesloten. Lullig als je net onder de douche staat. Het komt zelfs voor dat het pas na twaalf uur 's nachts weer begint te stromen”, zegt Oliva lachend.

Vanuit het tropische Guatemala is hij, op uitnodiging van de organisatie Kinderen in de Knel die zijn organisatie financieel ondersteunt, naar Nederland gekomen. Hij heeft een trui aangetrokken om de Nederlandse kou van zich af te houden. Oliva en zijn collega's behoren tot de groep idealisten die - hoewel het vechten tegen de bierkaai is - de omstandigheden willen verbeteren van de vele dakloze weeskinderen die Guatemala rijk is. De vijf jaar geleden opgerichte organisatie CEDIC heeft inmiddels al vier opvanghuizen, en houdt zich ook bezig met de bestrijding van analfabetisme onder werkende zwerfkinderen.

Net als in Brazilie zijn er in Guatemala ook talloze dakloze straatkinderen. Hoewel de toestanden van de zwerfkinderen in Guatamala-stad minder prominent in de pers aan bod komen, is een vergelijking met Rio de Janeiro niet misplaatst. Zwerfkinderen in Guatemala's hoofdstad zijn soms ook het slachtoffer van moordaanslagen, en worden eveneens hard aangepakt door de politie. Volgens Oliva leven er in de stad met zijn 2,3 miljoen inwoners meer dan 5 000 kinderen op straat.

“Guatemala-stad biedt met zijn vele stegen, portieken en parken, genoeg mogelijkheden voor kinderen om 's nachts een plaats te vinden om te slapen. Wordt het hen te heet onder de voeten, vanwege de politie bij voorbeeld, dan kunnen ze zonder problemen verkassen naar een andere buurt. Een uitstekende plek voor straatkinderen om rond te zwerven”, licht Oliva toe.

Uit onvrede met het beleid van de hulporganisatie waar hij eerst werkte, besloot Oliva in 1988 zijn eigen organisatie op te richten. “De grootste moeilijkheid was een ingang te vinden in de sloppenwijk waar we wilden werken. Daarom besloten mijn vrouw en ik om naar die buurt te verhuizen, om zo het vertrouwen van de mensen te winnen. Voor ons werk kwam het besluit om daar te gaan wonen goed van pas. Voor contacten met onze vrienden is het minder gunstig. Het openbaar vervoer rijdt vanaf acht uur 's avonds niet meer. Wil je hier langskomen dan heb je een jeep nodig met vier-wiel-aandrijving, anders kom je vast te zitten in de modder.”

Hoewel Guatamela drie keer zo groot is als Nederland, wonen er maar iets meer dan negen miljoen mensen. De meerderheid bestaat uit indianen. Guatemala is vooral een arm land. Geschat wordt dat 80 procent van de inwoners onder de armoedegrens leeft. De binnenlandse verhoudingen doen sterk denken aan de feodale stelsels uit de Middeleeuwen. De kleine minderheid van Landino's, die van Spaanse en gemengde afkomst is, heeft de touwtjes in handen. Gesteund door het leger, bezit deze minderheid de beste gronden (van levensbelang in een land dat het vooral van de landbouw moet hebben) en is daarmee de economische macht. De indianen moeten het doen met zo'n vijf procent van de grond.

In 1976, toen Guatemala werd getroffen door een grote aardbeving, kwam Oliva via vrijwilligerswerk voor het eerst in aanraking met straatkinderen. De meesten van de kinderen die waren getroffen door de aardbeving, waren van indiaanse afkomst en weeskinderen. Oliva: “Tijdens dit werk drong het tot me door hoe in Guatamala de verhoudingen werkelijk lagen. De indianen leven al jarenlang aan de onderkant van de Guatamalteekse samenleving. Het is dan ook niet vreemd dat de meeste straatkinderen van indiaanse afkomst zijn.”

Vaak zijn de straatkinderen mishandeld door hun ouders, die van ellende en armoede aan de drank zijn gegaan en hun frustratie afreageren op de kinderen. Het platteland heeft altijd geleden onder de terreur van de militairen. Met name doordat Guatemala al drie decennia min of meer in een burgeroorlog verkeert. Vaak intimideerden de militairen de plattelandsbevolking, om te voorkomen dat ze zich zouden aansluiten bij guerrilla's. De combinatie van terreur en uitzichtloosheid, leidde in vele gevallen tot ontspoorde families.

Het belangrijkste deel van Oliva's jeugd speelde af op de plantages van het Amerikaanse bedrijf, United Fruit company. Zijn vader werkte daar als onderhoudsmonteur van waterpompen. Gevraagd naar herinneringen aan zijn jeugd, schieten Oliva in de eerste plaats voornamelijk prettige herinneringen te binnen. Later bedenkt hij zich: “Rond de plantage stonden militaire wachtposten. De soldaten moesten de orde handhaven op de betaaldag van de landarbeiders. Soms pakten de militairen gewoon jonge jongens uit het dorp van de straat om ze op hardhandige wijze te dwingen dienst te nemen in het leger. Sommigen zagen we nooit meer terug. Zelf ben ik een keer opgepakt, waarbij de soldaten mijn kop kaal schoren en mij bovendien een pak slaag gaven. Mijn vrienden en ik hadden nog de mazzel, dat onze ouders op de plantage werkten. Uiteindelijk kwamen we gewoon weer thuis terecht.”

Zijn werk is niet zonder gevaren. Politie en de middenstand zien straatkinderen, die vaak leven van diefstal en prostitutie, liever gaan dan komen. Een club idealisten die juist voor deze kinderen opkomt, komt dan helemaal ongelegen. Oliva: “Vlak nadat ik vertrokken was zijn twee van onze staathoekwerkers opgepakt, vrijwilligers die de kinderen op straat benaderen, om ze te motiveren deel te nemen aan onze programma's. De politie deinst er niet voor terug om mensen erin te luizen, en ze op te sluiten wegens drugsbezit. Onlangs is er een wet aangenomen, die bepaalt dat je voor het bezit van een gram marihuana al snel zes jaar de bak indraait. Bewijs maar eens dat de politie die drugs je heeft toegestopt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden