'Idealisme ontaardt altijd'

Een beetje idealisme, oké. Maar ideologie kan zomaar uit de hand lopen, vindt Theodor Holman, die als oud-bewonderaar van de RAF uit eigen ervaring spreekt. 'Religieuze ideologieën zijn de ergste.'

Sinds enige tijd kleeft er aan schrijver en columnist Theodor Holman (1953) een lelijke smet. Twee jaar geleden schreef hij het toneelstuk 'Breivik ontmoet Wilders' - over verschillen én overeenkomsten tussen de extreem-rechtse Noorse massamoordenaar en de leider van de Partij voor de Vrijheid. Daags voor de première sprak hij met het digitale orgaan De Dagelijkse Standaard. Kop boven het interview: 'Ik voel me verwant met Breivik'. In meningenland was het oordeel snel geveld: Holman had Breiviks gruweldaden met welgevallen aangezien.

In het hoofdstedelijke etablissement waar we elkaar spreken ontsnapt de schrijver een kleine zucht. "Volstrekt absurd wat daarvan werd gemaakt", zegt hij. "Zelfs door columnisten van naam en faam. Mensen lazen die kop, en concludeerden daaruit dat ik Breiviks daden goedkeurde. Sorry, ik heb me alleen in hem verdiept. Ik zou toch een slecht auteur zijn als ik zou zeggen: ik snap helemaal niks van die man? Nee, ik begreep hem. En het engste was dat ik ook dingen met hem gemeen had."

Zoals?

"Als je Breivik bestudeert, is je eerste reflex: een krankzinnige gek, een lone wolf. Ik vond het juist zo intrigerend dat die man dezelfde bronnen had gebruikt als ik had gedaan. In zijn manifest gaf hij een analyse van de islam waarmee ik het volstrekt eens ben. Hij baseerde zich onder meer op teksten van de Noorse blogger Fjordman. Die vond ik interessant, had ik op een of andere obscure Nederlandse site óók gelezen.

Maar Breivik schoot 77 kinderen dood. Zo'n stap zou ik nooit zetten. Ik vind geweld alleen gerechtvaardigd ter verdediging. Het primaat van het geweld hoort bij de staat te liggen."

Al met al, wil hij maar zeggen, vond hij dit 'een boeiend gegeven' voor een toneelstuk. "Je hebt dus twee mensen die ongeveer hetzelfde denken over de multiculturele samenleving en over de rol van religie daarin, met mij als auteur erbij drie. En toch kiezen ze voor totaal verschillende oplossingen."

De interessante vraag blijft waarom Breivik wél die stap zette naar het gebruik van geweld.

"Daarover ging mijn stuk. Breivik beweert in zijn manifest dat hij tegen ideologie is, maar hij koos voor een heel ideologische oplossing. Dat is het paradoxale. Op een gegeven moment ging hij in zijn eigen ideologie geloven, haalde hij realiteit en fantasie door elkaar. Breivik is natuurlijk een autistische narcist. Bij gebrek aan een God, dacht hij zelf God te zijn. Hij vond dat hij het recht in eigen hand mocht nemen. Dacht dat hij de oplossing moest bieden voor de opmars van de islam door socialistische jongeren dood te schieten. Hij dacht: ik roei die linkse jeugd uit, want dan kan de islamisering niet verdergaan. Dat was buitengewoon naïef, dom en gestoord."

Met dien verstande, zegt Holman, dat hij iederéén met een heftige ideologie' gestoord vindt. "Kijk, huis-tuin-en-keukenidealisme kan geen kwaad: dat je lief bent voor vrouw en kinderen, goed voor de dieren. Dat zijn wat ik deugden noem. Idealisme is iets heel anders. Alle idealisme leidt uiteindelijk tot concentratiekampen. Ik zeg dat zonder enige ironie."

Sinds de moord op zijn hartsvriend Theo van Gogh houdt de schrijver zich nogal bezig met de vraag waarom mensen geweld gebruiken om hun idealen te verwezenlijken. De slachtpartij op 2 november 2004 was per slot een ideologische daad.

Holman: "Ik kan het niet anders interpreteren. De moordenaar was lid van een theologisch clubje dat elkaar de hele tijd zat op te naaien. Hij prikte een brief met religieuze teksten op Theo's lichaam vast, sneed zijn keel ritueel door. En toen hij bezig was, had hij geen leuke muziek van The Beach Boys in zijn oor maar recitaties van een imam over hoe fijn het is om in de tuinen van Allah rond te banjeren. Bovendien verklaarde hij later zelf in de rechtszaal dat hij had gehandeld uit geloof. De moord werd aan zijn geestesgesteldheid gekoppeld, maar die geestesgesteldheid vind ik niet onderdoen voor de geestesgesteldheid van anderen die religieus zijn en geweld plegen."

Na de moord werd hijzelf drie maanden lang beveiligd. "Lage beveiliging, hoor. Ik vond het zelf niet zo erg. Het gaf status, haha! Maar mijn dochter werd er doodsbang van. En de buren kwamen vragen wanneer het afgelopen was, ze wilden hun huis verkopen. Nu, met de herdenking van de moord, merkte je wel dat veel mensen bang zijn. Ze wilden niet meewerken aan documentaires, vonden het onverstandig om in het huidige klimaat op televisie te verschijnen. Hoe vaak ik niet heb gehoord: je moet je een beetje gedeisd houden, zo lok je het zelf uit. Afschuwelijk."

Hoe kijkt u aan tegen de nieuwe generatie moslimextremisten, de jihadgangers?

"Dat zijn jongens die het hier in Nederland onprettig vinden, omdat ze menen dat ze onvoldoende kansen krijgen, dat ze gediscrimineerd worden. Dat klopt wel, denk ik. Met enig wantrouwen bezien wij toch hoe ze niet in de samenleving opgaan. En wat gebeurt er? Ze grijpen naar een how to-boek, de Koran. Daarin vinden ze een rechtvaardiging voor geweld. Vervolgens wordt hun de mogelijkheid geboden om heldenstatus te verwerven, seks en aanzien in het kalifaat. Dat is verrukkelijk. Razend aantrekkelijk. Die jongens zijn hun eigen computerspel binnengelopen. Ze hebben geen enkel contact meer met de realiteit. Jihadisme zie ik als een uiting van puberaal gedrag."

Puberaal gedrag? Jihadgangers zijn doorgaans twintigers, soms hebben ze al gezinnen.

"Ze doen me denken aan de Rote Armee Fraktion. Ik ben zelf ook aanhanger van de RAF geweest. Waarom was ik dat? De RAF-leden zeiden: de rechters van Auschwitz zijn nog steeds de rechters van deze tijd. Ik dacht: ze hebben gelijk! Als de rechtsstaat beschermd wordt door rechters die Auschwitz goedkeurden, dan is dat mijn rechtsstaat niet. Dat de RAF geweld gebruikte vond ik wel eng, maar dat kon niet anders, want er moest een revolutie komen. En revolutie, had ik geleerd, kan alleen gepaard gaan met geweld. Dat had Jean-Paul Sartre, wiens boeken bij ons thuis in de kast stonden, zelf gezegd. Dus wie was ik om geweld af te keuren? Bovendien, mijn ooms en tantes zaten in het verzet, die hadden zich buitengewoon goed gedragen, maar ook weleens een geweer ter hand genomen. Pas veel later viel ik van mijn marxistisch-religieuze geloof en heb ik afstand genomen van dat RAF-geweld. Gewoon door de discussie daarover: geweld is geen oplossing. Maar de RAF-leden hadden goeie intenties. Hetzelfde geldt voor die jihadgangers. Dat maakt het ook zo bloedlink."

Griezelig is vooral, zegt Holman, dat moslimextremisten geen doodsangst kennen. "Dat was ooit in het christendom natuurlijk ook zo. De kruisvaarders streden voor God, voor een plaats in de hemel. Dat is zo'n verschil met hoe wij tegenwoordig in het leven staan. Wij willen het leven vieren, de eeuwigheid is nu. Nou, jihadgangers willen het leven helemaal niet vieren. Hun leiders maken juist de dood aantrekkelijk. Hadden ze maar doodsangst, ze haalden het niet in hun hoofd om naar het kalifaat te verhuizen."

Misschien gaan ze op jihad omdat de integratie in Nederland is mislukt. Of omdat we Wilders geen halt hebben toegeroepen.

"Onzin. Mijn antwoord daarop is altijd: in Amsterdam hebben we heel veel verschillende religies en culturen, en we hebben er maar van eentje last. Of heb jij weleens van Chinezen gehoord die naar China gaan om te vechten tegen de Oeigoeren? Ik zal je vertellen, lang geleden ging ik de eerste generatie gastarbeiders lesgeven. Uit idealisme. Ik dacht: het komt allemaal goed. Ze zouden naar de Nederlandse tv kijken, ze zouden de Beatles horen, de Rolling Stones. Ik dacht: ze zien toch dat wij een aantrekkelijke samenleving hebben, een fantastische verzorgingsstaat? Nergens kun je het beter krijgen. Als ze geen werk vinden, krijgen ze een uitkering, hun kinderen kunnen naar school. Wat heb ik me daarin vergist! Ze keken naar ons en zeiden: wat een verschrikkelijk decadente klerezooi is het hier. Mijn vader, die islamoloog was, had het al voorspeld. Het zijn moslims, zei hij, dit wordt een ramp. Ik zei: hou je mond! We hadden daar enorme ruzies over."

Nu bent u net zo somber?

"Cynisch zelfs. Ik geloof absoluut niet meer dat het vanzelf wel goed komt. Het is toch onvoorstelbaar dat bijna zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog het antisemitisme in deze stad weer opbloeit? Dat in ieder geval het aantal meldingen stijgt? Wat mij zo beangstigt, is de onmogelijkheid om met moslims te debatteren. Volkomen zinloos. Zij roepen meteen: o, is geweld niet toegestaan? Kijk eens wat Israël ons aandoet! Trouwens, in de Koran staat al dat de Joden schuldig zijn!"

De kern is volgens Holman dat islamieten 'heel weinig ruimte' hebben om hun eigen interpretatie te geven aan de Koran. "Ze halen hun moraal uit een boek vol imperatieven waarop geen enkele kritiek mogelijk is. Of ze moeten afvallig worden."

Naar verluidt is er veel stille afvalligheid onder Nederlandse moslims.

"Ja, want als je er openlijk voor uitkomt dat je niet meer naar de letter gelooft, verlies je het contact met je ouders, met je broers, je zusters, je neven en nichten. Het is toch verschrikkelijk als je je opvattingen stil moet houden? In Nederland! Dan is er toch iets grondig mis? En wie zijn het gevaarlijkst? Dat zijn de Tariq Ramadans, de mensen die wij omarmen omdat ze zogenaamd gestudeerd zijn en een vlotte babbel hebben, maar die hun intellect alleen inzetten ten eigen bate."

En dan te bedenken, zegt Holman, dat wij er zelf nog lang niet zijn. "We hebben toch nog heel veel te doen? De vrouwenemancipatie is nog niet af, dat zul jij vast beamen. We kennen nu het homohuwelijk, maar de werkelijke acceptatie van homo's is nog ver weg. Zitten we in deze samenleving met zo'n idiote, zeg maar gerust achterlijke religie die daar helemáál niks van moet hebben. Ik word uitgelachen en niemand gelooft mij, maar mijn grote angst is dat we teruggaan naar de Middeleeuwen. Zeker omdat we ook nog in een economische neergang zitten."

U bent belijdend atheïst. Waar haalt u uw moraal vandaan?

"Uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, natuurlijk. En ik geloof in de parlementaire democratie, ook al staat die onder druk, simpelweg omdat die ons het beste beschermt. Voor mij is het grootste kwaad nog altijd de Holocaust, de industriële vernietiging van het Joodse volk. Daaruit kan ik heel goed morele handelingen afleiden. Gelovigen hebben een heilig boek waarin ze opzoeken wat goed en wat slecht gedrag is. Zij moeten voortdurend schipperen. Dat vind ik eng."

De meeste christenen hebben daar een oplossing voor gevonden. Ongemakkelijke teksten plaatsen ze in context en tijd.

"Dat klopt. Over het christendom is de Verlichting heen gegaan. Bij moslims ligt het anders. Zij hebben de waarden en normen die wij aanhangen in essentie niet omarmd. Daarom heb ik ook een zeker wantrouwen tegenover de liberale islam. Ik geloof best dat Ahmed Aboutaleb een heel aardige man is. Ik geloof ook dat Ahmed Marcouch een keurige sociaal-democraat is die niks heeft tegen homo's of Joden, en die oprecht gelooft in de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.

Maar als je echt niks tegen Joden en homoseksuelen hebt, en je hebt echt niks tegen de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, wat geloof je dan wel van die Koran? Hoe verhouden jouw opvattingen zich tot het feit dat Allah en Mohammed het niet met je eens zijn? Hoe deal je daarmee? En als je daarmee dealt, waarom is dan het ene niet waar, en het andere wel? Dat wil ik weten. Mij lijkt dat toch een keiharde dobber."

Vindt u het christendom nog eng?

"Welnee. Dat is een interessante cultuur geworden. Voor mij zit er geen verschil tussen de teksten van Vladimir Nabokov, Shakespeare, Multatuli, Gerard Reve en de Bijbel.

Maar ik verzet me wel tegen christelijke politiek. In een democratie vind ik dat een raar vlekje. Hoe kan dat? Waarin geloof je dan echt? In die zin ben ik een atheïst van de oude school. In religie schuilt per definitie gevaar."

Wie is Theodor Holman?

Theodorus Cornelis Holman (Amsterdam, 1953) studeerde Nederlands en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft een dagelijkse column in Het Parool en een wekelijkse rubriek ('Opheffer') in De Groene Amsterdammer. Ook presenteert hij twee keer per week het radioprogramma 'OBA live' van omroep Human. Daarnaast publiceert hij romans, non-fictieboeken, toneelstukken en filmscenario's. Recentelijk verscheen van hem 'Het gestolen leven', een satirische sleutelroman over de moord op zijn vriend Theo van Gogh.

In 1995 stond hij voor de rechter vanwege de uitspraak: "Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger." Uiteindelijk werd hij niet veroordeeld.

Theodor Holman woont in Amsterdam en heeft een dochter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden