Idealen kun je ook in stapjes najagen

De samenleving heeft behoefte aan positieve idealen. De angstige fixatie op risicovermijding en veiligheid moet doorbroken worden.

Kunnen we nog wel omgaan met risico’s? Eén incident met ouders die hun kinderen ernstig geweld aandoen terwijl ze onder behandeling van Jeugdzorg zijn, en meteen worden bijna alle kinderen in risicosituaties preventief uit huis geplaatst. Eén misstap van een tbs’er op proefverlof en meteen eisen politici het blokkeren van bijkans alle proefverloven. Angst, paniekvoetbal, ’keiharde’ maatregelen, en symboolpolitiek alom.

Dat burgers angstig zijn geworden is begrijpelijk. De laatste decennia zijn we systematisch bang gemaakt, terwijl ons tegelijkertijd de boodschap is meegegeven dat alles onze eigen schuld is en dat we er alleen voor staan.

Een kwart eeuw lang heeft het neoliberalisme ons ingepeperd dat de burger op zichzelf moet vertrouwen, want de staat is niet te vertrouwen. Dat de markt superieur is; let wel: omdat iedereen elkaar daar wantrouwt en aldus dwingt efficiënt en goedkoop te werken. En dat de burger zijn eigen verantwoordelijkheid nu eens moet accepteren.

Met het neoliberalisme zijn grote idealen en verhalen verdacht geworden: het individu telde nog als enige. De enige resterende, bindende doelen waren negatieve doelen. Politiek gaat niet over wat we willen bereiken, maar over wat we willen vermijden.

Zo kon het gebeuren dat veiligheid vanaf het begin van de jaren negentig het belangrijkste doel werd, en angst de voornaamste muntsoort. Angst dat we de aarde opconsumeren en oorlogen gaan voeren om de laatste schaarse grondstoffen. Angst dat de opkomende – Aziatische – economieën ons voorbij streven. Angst voor vreemdelingen.

Schuilen kan niet meer, al helemaal niet bij de overheid. De overheid heeft in steeds meer opzichten de bal bij de burger gelegd. Die werd ’s avonds dronken gevoerd met het nectar van de eigen keuzevrijheid, om ’s ochtends wakker te worden met de kater van de eigen verantwoordelijkheid. Burgers moeten in toenemende mate hun eigen welzijn, gezondheid, zorg en sociale zekerheid kiezen en managen. De overheid was immers niet te vertrouwen.

De markt werd ondertussen de hemel in geprezen. En daarmee ook het wantrouwen. De burger werd zo vaak aangesproken als calculerende consument dat die zich inmiddels ook vaak zo gedraagt en dus ook niet meer te vertrouwen is.

Ook het vertrouwen in de wetenschap is aan ernstige erosie onderhevig, getuige de ophef rond rapporten over de klimaatopwarming en de geringe opkomst bij de vaccinaties tegen baarmoederhalskanker en de Mexicaanse griep. Dit laatste is natuurlijk ook een gevolg van de schimmige manier waarop de farmaceutische industrie met wetenschappelijke onderzoeksresultaten omgaat.

Hoe deze angstige fixatie op risicovermijding en veiligheid te doorbreken? Ten eerste is een herstel van onderling vertrouwen nodig. Vertrouwen is niet alleen een gevoel, het is ook een daad van overgave, van je lot in de hand van anderen leggen.

De neoliberale wijsheid dat met ieders najagen van eigenbelang het algemene belang het beste wordt gediend, is aan revisie toe. Welke domeinen kunnen we inderdaad via de logica van het eigenbelang organiseren, welke niet?

Ten tweede moet er meer afstand genomen worden van de sterk individualiserende benadering van risico-omgang. Collectieve organisatie, verzekeringen en solidariteit zijn vaak efficiënter en dus goedkoper, maar bovendien ook geruststellender. Ze maken het gemakkelijker om onzekerheid te accepteren: als het misgaat zitten we tenminste nog samen in het schuitje. En wordt er misschien ook iets collectiefs bedacht om het leed te verhelpen en herhaling te voorkomen.

Ook collectieve vangnetten helpen om risico’s te verdragen. In Scandinavië gaan werknemers veel gemakkelijker het risico van werkloosheid aan dan in Nederland, omdat het vangnet van sociale zekerheid en hulp bij reïntegratie op de arbeidsmarkt er ook veel beter geregeld is. En mensen accepteren gemakkelijker de risico’s van verslaafden of ex-tbs’ers in hun buurt, wanneer ze er zeker van kunnen zijn dat een aanspreekbare instantie goed bereikbaar en zo nodig snel ter plekke is als er problemen zijn.

In een klimaat van gedeelde verantwoordelijkheid wordt het, ten derde, ook gemakkelijker om risico’s te bespreken en tegen elkaar af te wegen, in plaats van slechts een risicovrij bestaan te beloven of te eisen. Er zullen altijd risico’s blijven. Korte- en langetermijnrisico’s staan vaak op gespannen voet.

Het risico dat een zedendelinquente tbs’er op proefverlof in herhaling valt, is reëel. Maar met drastisch beperken of afschaffen van proefverloven vergroot je het risico op recidive. De bereidheid om tbs te ondergaan neemt erdoor af, terwijl ex-tbs’ers aanzienlijk minder recidiveren dan ex-gevangenen.

Opgezweept door media en politiek tellen direct tastbare kortetermijnrisico’s doorgaans zwaarder dan langetermijnrisico’s, ook als de laatste ingrijpender zijn.

Ten vierde zijn positieve idealen nodig. Wat willen burgers bereiken, in het licht waarvan ze risico’s zouden willen lopen? Met negatieve idealen zoals veiligheid blijft de blik beperkt tot risico’s die veiligheid bedreigen.

De kunst is om grote idealen te koesteren maar deze na te jagen in kleine stapjes, blootgesteld aan permanente kritiek, in de geest van Karl Poppers’ piecemeal engineering.

Vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn, zeker op mondiale schaal, nog steeds verre van gerealiseerd en kunnen nog decennialang politieke programma’s inspireren in het licht waarvan we risico’s signaleren en afwegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden