Ideaal stokkenhout

In het boek ’Vormgeving in hout’ praten vijftig houtbewerkers over hun passie.

Arend Evenhuis

Jaarlijks komen in Fort bij Vechten, onderdeel van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, meubelmakers, beeldhouwers, houtdraaiers en muziekinstrumentenmakers bijeen. Om daar elkaars werk te bekijken en te bekloppen en naar elkaars houtverhalen te luisteren.

Naast een jaarlijkse houtmarkt moest er allicht ook een allesomvattend houtboek komen. Dat is er nu, ’Vormgeving in hout’ getiteld. Marije Verbeeck sprak met ruim vijftig houtbewerkers/vormgevers over hun passie die uiteen waaiert van schalen, meubels, ornamenten, paviljoens, springende lammetjes, grafkistgondels, speelgoed, diskant gamba’s, bestelauto’s, ranke sculpturen en geplooide papaverbloemen of didgeridoo blaasstammen.

Supervisor Otto Koedijk gaat in zijn essay ’Waarom bomen tot in de hemel groeien en hoe hout in topvorm komt’ meeslepend en met strakke hand op zijn doel af: „Houtbewerkers hebben geluk. Aan hout is vreselijk veel te beleven bij het waarnemen van groepering van vaten, jaarringen of takaanzetten. Hout heeft de prachtigste kleurcontrasten. Er zit wonderbaarlijk veel punt- en lijnsymmetrie in een boom. De binnenkant van een boom heeft een overstelpende ordening. Het aanzicht van een doorsnede van een boom kan heel verrassende associaties opleveren. De vormgever hoeft het alleen nog maar aan de oppervlakte te brengen.”

Dat doet de juttende houtbewerker Johan van Assem in organische ruimschotelijkheid. Hij vindt niet elk aangespoeld stuk hout mooi, en wil allereerst kunnen zien dat het in zee heeft gelegen.

„Het harde winterhout maakt prachtige, slingerende bewegingen. Met juthout maak ik eenvoudige lijsten voor spiegels, foto’s of tekeningen, maar leeg zijn ze ook bruikbaar.”

Niet organisch maar juist uiterst geometrisch zijn de houten tassen en attachékoffers (met ook houten scharnieren en sluitingen) van Ferdi Wouters.

„Behalve berkentriplex verwerk ik ook elzen- en populierentriplex in mijn tassen. Soms kom ik bij restanten stukken triplex tegen die mij vanwege de tekening aanspreken. Zo had ik eens een plaat waarvan ik niet wist wat het was. Bij navraag bleek het Japanse esdoorn te zijn.”

Koen van Rossum legt zich op wandelstokken toe. Hij wil daar zelf niet veel meer aan ’bijontwerpen’, aangezien de natuur zelf al de wandelstokvorm levert. Nu alleen nog even de juiste stok gevonden.

„Ik bewerk ze alleen voor doelmatig gebruik, de bast laat ik zitten en de aanzet van zijtakken schuur ik niet weg. De handgreep is door de natuur gevormd, alles verwijst naar de herkomst. Dat kan een houtwal of een boomsingel zijn, een bosje met geriefhout, waar de boeren vroeger hun stelen, paaltjes en hekhout vandaan haalden. Ideaal stokkenhout leveren hazelaar, es, sleedoorn, vogelkers, lijsterbes, vlier en esdoorn. Niet alleen vertonen deze houtsoorten een mooie en kenmerkende bast, maar ze leveren ook zo goed als rechte schachten en garanderen stevigheid.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden