Icoon van schone energie

De gehele bevolking van het Indonesische Sumba moet binnen tien jaar kunnen beschikken over zonne-energie, waterkracht, biovergisters en windmolens. Het wordt daarmee het eerste compleet duurzame eiland. Trouw volgt de overgang.

Er schijnen nog koppensnellers rond te lopen, en af en toe staat het eiland in het teken van een heuse stammenstrijd. Maar het bergachtige Sumba kent ook luxe hotels en er is mijnbouw. Met een oppervlak dat een kwart van Nederland beslaat, proberen de 650.000 bewoners vooral in de landbouw een bestaan op te bouwen. Op de schaarse vlakke akkertjes telen ze rijst en cassave, en soms wat zoete aardappelen.

De meeste dorpen hebben stroom, die centraal wordt opgewekt door het energiebedrijf met dieselmotoren, maar de bevolking in de afgelegen gemeenschappen moet het veelal van een eigen aggregaatje hebben, of een enkel zonnepaneel. En dan gaat het nog om de huishoudens die net wat meer geld hebben. Zeventig procent van de bevolking heeft helemaal geen stroom. Een houtvuur in de hut is de plek waar gekookt wordt, en als de avond valt, ligt het leven stil. Er zijn duizenden eilanden als Sumba, de Indische en Grote Oceaan liggen er vol mee. Geïsoleerd, daardoor een hechte gemeenschap, maar met weinig economische groei, mede veroorzaakt door energie-armoede. Voor de productie van stroom moeten fossiele brandstoffen van buiten worden aangeleverd.

De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos probeert met lokale partners in Latijns-Amerika, Afrika en Azië boeren toegang te geven tot duurzame energie. Er worden in verschillende landen kleine waterkrachtcentrales aangelegd en de bevolking krijgt hulp bij de bouw van vergisters op eigen erf, zodat de boeren uit de uitwerpselen van hun vee biogas kunnen halen. Drie koeien kunnen een heel huishouden laten draaien. In Afrika wordt op dit moment een economische sector opgezet die de komende jaren 70.000 vergisters moet opleveren.

Een prachtig resultaat, zegt Eco Matser van Hivos. Maar te weinig zichtbaar om grootschalig opgevolgd te worden. Zou het niet mogelijk zijn die ontwikkeling naar duurzame energie op één plek te concentreren, zodat dit een voorbeeld kan zijn? Een icoon van duurzaamheid, dat door anderen kan worden gevolgd? "We dachten direct aan een eiland, omdat dit duidelijk afgebakende gemeenschappen zijn", zegt Matser. "De eilandgemeenschappen hebben door hun isolatie vaak een tekort aan energie, waardoor hun ontwikkeling stagneert. En eilanden spreken tot de verbeelding."

Waarop de volgende vraag moest worden beantwoord: welk eiland zou het icoon van duurzaamheid moeten worden? Hivos ging in haar selectie van een eiland uit van een aantal criteria. Het moest een gebied zijn met armoede, waar toegang tot energie bijdraagt aan ontwikkeling.

De overgang naar duurzame energie zou ook moeten passen in economische ontwikkeling en armoedebestrijding. Het eiland zou een 'behapbare omvang' moeten hebben, en beschikken over geografische en klimatologische eigenschappen die meerdere vormen van duurzame energie mogelijk maken. En het zou ook goed zijn als in die regio al een partner van Hivos werkzaam is, die het gebied kent. Verder mag het gebied niet gebukt gaan onder spanningen of maatschappelijke thema's die de energiediscussie in de weg staan, en er zou vanuit de gemeenschap ook vraag naar nieuwe energie moeten zijn. En tot slot zou het eiland goed bereikbaar moeten zijn, of beter gezegd: te bezoeken. Een icoon dat niemand ziet, is immers geen icoon.

Sumba leek geschikt als 'voorbeeld-eiland', zegt Matser. "Daarom hebben we twee jaar geleden voor het eerst contact gezocht met de Indonesische autoriteiten en later met de lokale gemeenschappen op Sumba, het bestuur en het plaatselijke energie-bedrijf. Die bleken zeer geïnteresseerd in onze ideeën. Ook hebben we het Nederlandse onderzoeksinstituut KEMA een studie laten doen naar de vraag wat de mogelijkheden zijn van waterkracht en windenergie op het eiland. Wat blijkt: door de toepassing van deze technieken op gemeenschapsniveau kan de dieselgenerator tien maanden van het jaar uit. De overgebleven periode kan energie opgewekt worden door aggregaten op biodiesel, en dit allemaal terwijl de energie niet duurder wordt, maar goedkoper."

De grootste uitdaging, zegt Matser, is energie te brengen naar de zeventig procent van de bevolking die nu geen voorziening heeft en zeer afgelegen woont. "Naast het stimuleren van duurzame energie en het terugdringen van armoede, heeft het gezondheidsprobleem hier prioriteit nummer één. De vrouwen leven op deze plekken de gehele dag in een verder gesloten ruimte in de rook van het vuurtje dat zij beheren. Voortdurend ademen zij verontreinigde lucht in, en dat leidt tot enorme gezondheidsklachten." Per huishouden wil Hivos daarom het gebruik van biovergisters stimuleren. "Het probleem is echter dat maar tien procent van de boeren vee aan huis heeft. De rest heeft de koeien gewoon in het veld lopen. Een biovergister vraagt dus een andere vorm van veehouderij, en dat is een hele omschakeling."

Op dorpsniveau wordt al op diverse locaties gekeken naar mogelijkheden voor het gebruik van waterkracht. Sumba kent diverse watervallen en snel stromende riviertjes. Buizenstelsels die evenwijdig aan de rivier lopen en een deel van de stroom overnemen, kunnen energie leveren aan enige honderden huishoudens.
Zonne-energie is de derde mogelijkheid, die kleinschalig kan worden toegepast, maar ook op dorpsniveau. "Op dit moment zie je dat een enkele hut een paneeltje heeft, waarop een peertje brandt. De panelen worden doorgaans slecht onderhouden en hebben weinig capaciteit. Hier zijn investeringen nodig. Maar zonne-energie is wel duurder dan opwekking door water of wind."

Windmolens kunnen een uitkomst zijn, maar niet op particulier niveau. Bij overcapaciteit moet de energie worden opgeslagen in accu's, die weer bij windstilte kan worden aangewend. "Dat is voor de plaatselijke bevolking te technisch. Sumba kent wel veel open gebieden met veel wind. We onderzoeken daarom de mogelijkheden voor een windmolenveld dat stroom aan het net levert."

En tot slot is er nog het gebruik van biomassa. Op Sumba is tien jaar geleden al begonnen met de teelt van jatrofa, een giftige struik waarvan olie uit zaden als biobrandstof kan worden gebruikt. Hivos wil kijken of de olie te gebruiken is voor brommertjes of generatoren.

"Ik wil niet zeggen dat energie ontwikkeling betekent", zegt Matser. "Maar voor ontwikkeling heb je wel energie nodig. Energie is voorwaarde voor een verhoging van de levensstandaard. Ik heb in Guatamala goed het verschil gezien tussen dorpen die duurzame stroom hadden, en de dorpen die daarvan verstoken bleven. In het ene dorp brandde het licht 's avonds, werkten mensen door, ze studeerden en maakten muziek. Terwijl in het andere dorp 'uit armoede' iedereen al op bed lag. Energie zorgt voor extra productie, de ontwikkeling naar kleine nijverheid met eenvoudige machines, en trekt ook bedrijfjes aan van buiten."

Hivos boorde twee jaar geleden de contacten in Indonesië aan, maar komt nu pas met het plan voor een compleet duurzaam Sumba naar buiten. "Ons is nu duidelijk: Sumba wil het, en het eiland is van de inwoners, het is hún energie."Hivos neemt nu vooral de kosten van voorbereiding en ontwikkeling voor haar rekening, maar gaat er vanuit dat de omschakeling naar duurzame energie kan worden bekostigd uit private financiering in de vorm van klimaat- en micro-financieringen en investeringen van bedrijven. "Maar uiteindelijk gaat de bevolking van Sumba zelf voor de duurzame energie betalen. Geen cent meer als ze nu doet, al zullen veel gezinnen voor het eerst aangesloten zijn en dus nieuwe kosten krijgen. Dat kunnen ze opbrengen, door toegenomen welvaart door de stroomleveranties."

Sumba moet een voorbeeld worden voor andere eilanden, maar ook een spiegel voor het Westen, zegt Matser. "Want zeg nou zelf: als ze daar kunnen overstappen op duurzame energie, dan kunnen we het hier toch ook?"

Trouw volgt de ontwikkeling van duurzame energie op Sumba op de voet en doet hiervan regelmatig verslag.

Sumba: droog klimaat en bergachtig
Sumba ligt in het oostelijke deel van de Indonesische archipel, westelijk van Timor. Het is 11.052 vierkante kilometer groot en heeft een bevolkingsdichtheid van 58 inwoners per vierkante kilometer. Ter vergelijking: op Java is dit cijfer 968. Sumba heeft een droog klimaat, en is bergachtig met smalle stroken vlak land. De toplaag is relatief dun met daardoor geringe begroeiing en dus kwetsbaar voor erosie. Omdat een groot deel van de bevolking nog op hout stookt, draagt ook de ontbossing daartoe bij. In 2008 was het gemiddelde maandinkomen op Sumba 153 euro, in heel Indonesië ligt dit op 644 euro.
Een dodelijk vuurtje
Bijna 1,5 miljard mensen wereldwijd hebben geen toegang tot energie, vooral in de niet-stedelijke gebieden rond de Sahara in Afrika en Zuid-Azië. Zo’n 2,4 miljard mensen gebruiken lokale biomassa: ze koken en verwarmen bijvoorbeeld met hout. De vuile rook die hierbij vrijkomt, zorgt voor gezondheidsproblemen en de dood van jaarlijks 1,9 miljoen mensen. Het gaat hier vooral om vrouwen en kinderen, die in de hut rond het vuur verblijven. Deze rook is een van de vier belangrijkste doodsoorzaken in ontwikkelingslanden. Daarnaast worden door de houtkap de tropische wouden aangetast en zorgt het verbranden voor luchtverontreiniging.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden