Ich bin ein Haarlemmer

Rob Schouten

Ik ben in mijn leven heel wat keren verhuisd. Met een dominee als vader bleef je nooit lang op dezelfde plek. Van Hilversum naar Hoogeveen naar Haarlem naar Groningen naar Rotterdam naar Amsterdam. Zo heeft het weinig zin om te beweren dat ik een Hilversummer ben omdat ik er geboren ben want na twee jaar werd ik er al afgevoerd en ik herinner me er helemaal niks van. Groninger dan, ja, daar heb ik maar liefst zeven jaar gewoond en ik weet er van alles van, maar toch ben ik geen Groninger want daarvoor moet je er geboren zijn, vind ik. Amsterdammer? Ik woon er al zo’n dikke dertig jaar. Maar vrienden van mij wonen er al vijftig jaar, die hebben er ook op school gezeten, dat zijn pas echte Amsterdammers, de rest is import. Omdat ik ook nog in Amerika en Duitsland gewoond heb zou ik mijzelf misschien een wereldburger kunnen noemen, maar dat zegt ook eigenlijk niks, iedere baby wordt een nieuwe wereldburger genoemd. En een volwassen wereldburger is nu juist weer iemand die helemaal niet zo vast ergens woont maar veel reist en overal om zich heen kijkt. Misschien moet ik maar gewoon uit al mijn woonplaatsen kiezen welke me het best bevalt. Dan doe ik Haarlem. ‘De klokken van Haarlem, die klinken zoet van toon.’ En ook scheen de zon er altijd, op vredige zondagmiddagen hoorde je er het circuit van Zandvoort, we kregen van mijn vader een dubbeltje om bij ijssalon Veld op de Zijlweg een ijsje te halen en de fietsenmaker heette Viets. Nu nog, als ik door Haarlem rijd kan ik aan niets anders dan mijn jeugdjaren daar denken. Straten die er toen bijvoorbeeld nog niet waren, tellen wat mij betreft niet mee. Dat NV Haarlemsche Melkinrichting de Sierkan, waar ik iedere dag langsfietste, niet meer bestaat is een jammerlijk gemis! Die maakte onverbiddelijk deel uit van de gelukzalige toestand waarin ik in Haarlem woonde, ver van alle puberteit en volwassen tekorten. Het fijnst in Haarlem was mijn slaapkamer. Als ik daar in bed lag kon ik de stralenbundels van auto’s die langskwamen langs de muur en over het plafond zien kruipen. Enige tijd geleden opperde de dichter Frank Koenegracht op een bijeenkomst waar ik ook was dat hij hoopte dat het niet steeds dezelfde auto was die zo’n bundel produceerde, met een almaar rondjes rijdende gek. Een onaangename gedachte inderdaad, alsof er een wolf rond je huis sluipt en zo nu en dan zie je z’n gele ogen in het struikgewas. Ook een volwassen gedachte, of die van een dichter. In mij kwam-ie niet op, ik lag in bed en dacht aan de buitenwereld die op mij wachtte en waar ik over een paar jaar mijn intrede zou doen. Ik nam mij voor nooit te vergeten dat ik daar in bed lag, nog maar tien was, en ’s avonds auto’s langs zag komen. Ooit zou ik er zelf misschien in eentje rijden en zonder het te weten bij volgende tienjarige jongetjes de slaapkamer binnen schijnen. Het vooruitdenken is me gelukt, Groningen, Rotterdam, Amsterdam zijn voorbijgetrokken maar ik ben nog steeds een Haarlems jongetje, starend naar de stralenbundels op de muur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden