IBS Dat is nou precies dat fabeltje van de Vrolikstraat

Kees is 'manisch', Manon hoort stemmen die haar opdrachten geven, en Mieke bedreigt de kinderen van de buren. Op last van de burgemeester zijn zij van het ene op het andere moment gedwongen opgenomen. Vervolgens is het aan de rechter om binnen drie dagen te beslissen of Kees, Manon en Mieke terecht onder psychiatrische behandeling zijn gesteld. “Soms spreek ik vijf mensen op een dag die dood willen”, zegt de Alkmaarse rechter Boris O. Dittrich. “Dan is dit werk wel zwaar.”

“Zien jullie die zwanen? ”, vraagt Kees. “Dat zijn mijn grootste vrienden. Letterlijk, figuurlijk, en lijfelijk staan zij achter mij. Alleen daarom blijven ze daar zo staan.”

Vorsend kijkt Kees de kring rond. Waag het niet mij te betwisten, zeggen zijn felle ogen, die van de groep mensen om de tafel - een psychiater, advocaat, rechter, en griffier - naar de zwanen heen en weer springen. Ook zij kijken nu naar de grote vogels, waarvan er een aan de klink van het raam begint te knabbelen.

“Leuk he”, zegt Dittrich, “heb je ook de pauwen al gezien?”

Vijf jaar geleden begon Dittrich als rechter bij de arrondissementsrechtbank te Alkmaar. In die functie is hij sinds twee jaar belast met de juridische beslissingen rond de gedwongen opname van psychiatrische patienten. Daartoe rijdt hij minstens drie dagen per week langs psychiatrische voorzieningen, onder andere langs de Meerberg, waar hij inmiddels met de meeste huisdieren al lang de beste vriendjes is. Maar Kees, die pas een paar dagen tevoren op last van de burgemeester met een in-bewaring-stelling (ibs) opgenomen is, kent vooralsnog alleen de zwanen. “Mijn zus is ooit aangevallen door een zwaan. Ze was bijna dood, maar na een week was ze helemaal hersteld. Niet eens een trauma heeft ze er aan over gehouden; zie je wel dat die zwanen mijn vrienden zijn?.”

Aan het gezicht van de rechter is niets te zien. Nog geen optrekkende wenkbrauw of oogopslag verraadt zijn gedachten. Onverstoorbaar bladert hij in het voor hem liggende dossier, en begint rustig een al aangestreepte passage uit de geneeskundige verklaring, het rapport van de psychiater op grond waarvan de burgemeester geoordeeld heeft dat Kees een acuut gevaarlijk psychiatrische patient is, te citeren: “Ik lees hier dat je wel eens hallucineert Kees?”

“De d-d-d-duivel heeft nooit gewild dat ik er zelfs maar aan ging denken dat ik Je-Je-Je-Jezus was”, antwoordt Kees, “Vroeger stotterde ik erg. En als het stotteren wat minder werd, en ik vervolgens aan de duivel dacht, werd het altijd weer erger.”

Kees hallucineert niet, zegt hij. Gevaarlijk is hij hooguit “geweest”, zegt hij, en de rechter is gek als hij hem nog langer onder dwang in de Meerberg wil houden. Kees weet dat de rechter aan het eind van het gesprek zal beslissen of hij de ibs terecht gekregen heeft. In het informatieboekje over de rechten van patienten heeft hij dat gelezen, het personeel van het psychiatrisch ziekenhuis heeft hem dat verteld, en ook Dittrich begint deze samenkomst met tekst en uitleg over zijn bezoek. “Nadat ik jou, de psychiater en je advocaat gehoord heb, neem ik de beslissing. De burgemeester heeft je een paar dagen geleden een ibs opgelegd: als ik nu besluit die te verlengen, doe ik dat voor maximaal drie weken.”

Vlak voor Dittrich's komst, heeft Kees al 'voorgepraat' met zijn advocaat. Zijn strategie zit duidelijk in zijn hoofd, en voor het geval hij die mocht vergeten, kan hij altijd nog teruggrijpen op zijn aantekeningen in het informatieboekje.

Dittrich: “Ik lees hier in het rapport van de RIAGG dat je ontremd en verward was. Klopt dat?”

“Nee!” .. Kees: “Ik weet dat heel veel psychiatrische patienten voor mij al hetzelfde beweerd hebben, maar in mijn geval is het waar: ik ben Jezus.”

Hij slaakt een diepe zucht, neemt vervolgens weer razendsnel het woord. Dat hij Jezus is, zegt hij, daarvoor heeft hij ettelijke bewijzen, die hij nu maar al te graag met Dittrich wil gaan turven. Turfstreepje een - hij trekt netjes een kort lijntje - staat voor al die keren dat hij bijna dood was, maar op een of andere wijze toch nog gered is. Turfstreepje twee - Kees kerft de pen diep in het papier - hoort bij de datum van de zevende november, de dag dat hij zelf de hulp van zijn familie inriep: “Het getal der volheid.”. De cijfers van diezelfde datum (7-11-1993) bij elkaar opgeteld - en dat is dan meteen streepje numero drie - brengt ons op het getal 2010, volgens Kees de dag waarop de aarde in het paradijs zal veranderen. Op zoek naar het vierde bewijs werpt hij even een blik op zijn aantekeningen, om vervolgens met schrik te constateren dat hij zich een jaartje verrekend heeft: “7+11+1993=2011. Ik heb een foutje gemaakt.”

“Geeft niks hoor”, zegt Dittrich, “dat kan iedereen overeenkomen. Ook Jezus.”

De geruststellend bedoelde opmerking werkt averechts. Nog vuriger en heftiger stapelt Kees bewijs op bewijs. De behandelend psychiater maant Dittrich zachtjes, zonder het Kees te laten merken, hem het woord te ontnemen. “Probeer hem maar te stoppen”, fluistert de psychiater. Dittrich verandert het gespreksonderwerp, en vraagt aan Kees of hij inderdaad, zoals het geneeskundig rapport vermeldt, zo slecht slaapt. Dit keer luidt het antwoord bevestigend, maar Kees vindt dat eerder in zijn voordeel pleiten. “Ik ben knetter hoogbegaafd en knetterhyper-actief. Ik ben net als David Bowie en Andre van Duin. Die slapen ook niet.”

Dittrich voelt dat hij niet veel verder meer zal komen, en wendt zich nu tot de psychiater. Deze vertelt - Kees luistert schijnbaar onbewogen toe - dat hij lijdt aan een manisch syndroom, en voor zichzelf gevaarlijk is omdat hij hallucinaties heeft en stemmen hoort. “Plus dat hij agressief tegen anderen kan worden. Je moet Jezus immers niets in de weg leggen. Ook voor zijn omgeving is hij dus gevaarlijk.”

“Ge-gevaarlijk geweest. Ggggeeeweest. GE-GE-WEEEESTT!”, protesteert Kees nu. Hij werpt een bijna hopeloze blik op zijn advocaat, de volgende die van Dittrich het woord krijgt. Maar ook deze vindt dat hij niet naar huis kan, waarbij zij zich baseert op de beschikbare informatie uit het dossier, aangevuld met een gesprek dat zij eerder met hem had. “Zelf heeft hij ook gezegd in huis levensgevaarlijk voor zichzelf te kunnen zijn.”

“Nou Kees, dan zal ik je nu vertellen wat ik ervan vind”, maakt Dittrich zijn besluit bekend, “naar mijn mening is het noodzakelijk dat je hier nog blijft, zodat de dokter je kan behandelen. Maar mocht de dokter vinden dat je eerder weg kan dan de maximale termijn van drie weken, dan kan dat.”

Met zijn griffier bezoekt Dittrich gemiddeld zo'n negen 'clienten' per week in psychiatrische ziekenhuizen, gewone ziekenhuizen of gewoon thuis. Als het gaat om een beslissing over een ibs - geldend voor patienten die acuut opgenomen zijn omdat ze een gevaar voor zichelf, anderen, of de openbare orde vormen - beslist hij ter plekke. “Behalve als ik het echt niet meteen weet, dan ga ik eerst nog wel eens terug naar de rechtbank om er tijdens de lunch over te denken. Of als ik, maar dat gebeurt maar hoogst zelden, bang ben dat mijn beslissing veel agressie zal oproepen.”

Degene die voor zichzelf of anderen gevaarlijk is, krijgt van de burgemeester een ibs. Vervolgens moet de rechter binnen drie (werk-)dagen beslissen of hij deze al dan niet 'verlengd', tot maximaal drie weken. Daarna kan eventueel een rechterlijke machtiging (rm) worden afgegeven: een gedwongen opname van een half jaar, met de mogelijkheid op steeds een jaar verlenging.

Voor rechter en griffier verloopt zo'n dag met bezoekjes volgens een strak schema. De gesprekken duren gemiddeld een half uur: “Soms langer, bijvoorbeeld als de meningen erg uiteenlopen. Maar korter kan ook: als iemand zelf al zegt dat ie dood wil, of het zelf met de gedwongen opname eens is.” Daar bovenop komt dan de reistijd, die behoorlijk kan oplopen. “Bijvoorbeeld als we op een ochtend in Hoorn, Purmerend en Den Helder moeten zijn.”

Maar liefst 321 keer moest de rechter van het arrondissement Alkmaar in 1992 over het lot van psychiatrische patienten beslissen. Ten opzichte van de voorgaande jaren, waarin het aantal rond de 250 schommelde, een toename met zo'n 28 procent. “We weten nauwelijks hoe dit komt. Een factor is het toegenomen cannabis-gebruik, waardoor meer psychosen optreden. Opvallend is verder dat het relatief veel jonge mensen betreft. Maar echte verklaringen weten ook de psychiaters niet. Het is misschien gewoon een onrustige tijd.”

Dittrich noemt zijn werk boeiend, maar ook zwaar. Na “vijf mensen die dood willen op een ochtend” is hij blij als hij 's middags een 'gewone' strafrechtzaak mag doen. Vorige week was hij echt aangedaan door de opname van een erkend politiek vluchteling uit Iran, die de herinneringen aan de martelingen van zijn familie niet meer aankon. “Dat was net in die week dat de discussie over 'Nederland is vol' de media zo beheerstte. Na de aanblik en getuigenissen van zo'n man, zie je ineens, heel duidelijk, de andere kant van de medaille.”

Zwaar drukt ook (de verantwoordelijkheid voor) de afweging: de vrijheidsberoving van degene die opgenomen is, tegenover het gevaar dat kan ontstaan als deze vrij rondloopt. In de praktijk stemt de rechter veelal in met de ibs-verklaring van de burgemeester, en meestal volgt hij ook het advies van de behandelend psychiater. “Maar het blijft ook een kwestie van gevoel. Een keer vond de psychiater dat de patient na drie dagen wel naar huis kon, maar mij leek dat, waarom weet ik zelf nog steeds niet, niet verantwoord. Ik heb toen de ibs verlengd, en hoorde achteraf dat deze man zich daags daarna om het leven heeft gebracht. Had ik toen anders beslist, dan was ik met een groot schuldgevoel blijven zitten.”

VERVOLG OP PAGINA ZZ 2

Dat is nou precies dat fabeltje van de Vrolikstraat

VERVOLG VAN ZZ 1

Natuurlijk had het evengoed andersom kunnen zijn, erkent Dittrich. Toch is het nadrukkelijk niet zo dat steeds meer gevaarlijke gekken ongehinderd kunnen blijven rondlopen, zoals begin dit jaar na de afschuwelijke dood van het Turkse meisje in de Amsterdamse Vrolikstraat alom gesuggereerd werd. Serieus gevaarlijke mensen kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, een ibs opgelegd krijgen, ook zonder dat er een klap gevallen is, met messen gestoken, of met hakbijlen gezwaaid. Dittrich toont zich dan ook ronduit boos als hij tijdens zijn tweede gesprek van die dag, toevallig in hetzelfde paviljoen Meerberg, in het politierapport het tegenovergestelde leest. Het gaat nu om Mieke Meijer, een vrouw van rond de 50, die al meermalen heeft gedreigd de kinderen van de buren iets te zullen aandoen. Zowel bij de politie als bij de plaatselijke hulpverleners is zij al jarenlang 'bekend'.

“Hier staat dat mevrouw Meijer pas kan worden opgenomen als er geweld is gebruikt”, citeert Dittrich het dossier, “Ongelooflijk dat de politie zoiets schrijft! Dat is nou precies dat fabeltje van de Vrolikstraat.”

De politie, analyseert Dittrich, redeneert hier ten onrechte vanuit het strafrecht, met als gevolg dat een hele buurt of familie soms jarenlang in angst moet leven. Maar ook de psychiaters interpreteren de regels niet altijd even eenduidig, zo blijkt uit het relaas van de psychiater die mevrouw Meijer nu in Meerhof behandelt. “De dochter van mevrouw Meijer snapt er eerlijk gezegd niets van. In het verleden is zij ooit zelf door haar moeder met een mes bedreigd, en zij dringt al jarenlang op opname aan. Nooit vond zij gehoor, maar nu er ineens een nieuwe psychiater bij het RIAGG is komen werken, blijkt haar moeder plotseling toch een ibs te kunnen krijgen.”

Net als bij Kees, verlengt Dittrich ook bij mevrouw Meijer, zeer tegen haar zin, de ibs. Terwijl ook zij zowel de verslagen uit het politie-rapport als de psychiatrische diagnose volledig ontkent. “Ik vind u heel onrechtvaardig”, voegt zij Dittrich toe. “Ik heb nooit iemand iets aangedaan. Als ik opgepakt word, dan kan u heel Nederland wel in een inrichting stoppen.”

Hetzelfde verweer heeft Manon Noordvliet, de laatste patient die Dittrich deze dag bezoekt. In de polikliniek van het ziekenhuis wacht ze hem al op, met enorme tijgersloffen aan haar voeten, de vuisten gebald. Haar dossier vermeldt al zo'n 14 ibs-en en rm-en, dus ze weet precies wat haar te wachten staat. “U gaat me veroordelen he”, snauwt ze tegen Dittrich, “en ik mag me zogenaamd verdedigen.”

Met haar vuisten slaat ze op een stevige pilaar in de gang van het ziekenhuis, totdat de psychiater arriveert. Terwijl deze het gezelschap voorgaat naar de kamer waar de zitting plaatsvindt, maakt Manon, zonder dat hij het merkt, met haar sloffen schopbewegingen tegen zijn achterste. Samen met haar veel te zware lichaam en korte stekelkop maken de slaan- en schopbewegingen haar tot een brok agressie, zodat Dittrich maar gauw begint.

“Volgens de RIAGG-verklaring wilde u zich voor de trein gooien he. Is dat nog steeds zo?”

Nee, dat is nu niet meer zo, antwoordt Manon. Ze bevestigt wel dat ze het “toen” over zo'n zelfmoordpoging had, maar dat was “toen”. En “toen” hoorde ze “wel eens” stemmen, maar ook dat was “toen”. Die stemmen gaven haar verschillende opdrachten, zoals zichzelf krassen of voor de trein gooien, maar inmiddels gaat het goed, en is ze niet meer suicidaal, noch depressief. “Dus wil ik van mijn ibs af, en wil ik me best in een psychiatrisch ziekenhuis laten behandelen”, is het aanbod van Manon.

Haar psychiater toont echter weinig vertrouwen (“jij bent net als het weer, Manon, over een uur kan het weer anders zijn”), en ook haar advocaat “ziet niet voldoende reden tot het voordeel van de twijfel”.

“Dan doe ik drie weken lang mijn best, en kunnen jullie me daarna niet langer meer vasthouden”, dreigt Manon, die haar negatieve beeld over de macht van artsen en rechters weer ruimschoots bevestigd ziet. “Zie je wel dat je me veroordeelt”, roept ze Dittrich na. .. Het is toch geen veroordeling?”, pareert deze.

“Natuurlijk wel. Voor mij is dit een straf. Dat zou het voor jou toch ook zijn? Stel nou dat ik de rechter was, en jij de client?”

De namen van patienten in het voorgaande artikel zijn gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden