Ian Paisley (1926-2014): christenen springen niet de duisternis in

De Noord-Ierse dominee Ian Paisley is vanochtend op 88-jarige leeftijd overleden. Beeld epa

Ian Paisley was met zijn bulderde stem en onbuigzame houding de verpersoonlijking van het conflict in Noord-Ierland. Maar in het besef niet het eeuwige leven te hebben en steeds meer omringd door partijen die met elkaar de dialoog aan gingen, accepteerde hij in het laatste decennium van zijn leven alsnog het vredesproces. 'Nee, nooit' en 'over mijn lijk' lagen lang in zijn mond bestorven, maar ergens in dat enorme lijf school er ook een andere, mildere mens.

Ian Kyle Paisley (1926, Armagh) groeide op in een arbeiderswijk in Ballymena, in de provincie Antrim. Zijn voorgeslacht behoorde tot de eerste protestantse kolonisten in Ulster. Ballymena, waar zijn vader James Kyle Paisley zich vestigde als dominee van de strenge Onafhankelijke Baptisten, was een oord waar het leven niet makkelijk werd opgevat. Roken, drinken, dansen en voetbal waren taboe.

Vader Paisley maakte indruk als prediker. Jongetje Ian zag na zo'n godvrezende preek mannen snikken om genade voor hun ziel. Hij was ook hard voor zijn zoon: Ian moest al jong zware klussen doen op het erf en akker van een buurman. Al ploegend drong op een lentedag tot Ian door dat ook hij zijn leven aan de kerk moest wijden.

Zo geschiedde: na zijn opleiding werd Ian voorganger in de Presbyteriaanse kerk. Daar hield hij het niet lang uit. Net als zijn vader plaatste Ian Paisley de Heilige Schrift boven alles, ook boven de religieuze autoriteiten in Noord- Ierland. De calvinistische Ierse Presbyteriaanse kerk, de dominante geloofsvorm in Ulster, was hem niet streng genoeg in de leer. In 1951 kwam het tot een schisma: Paisley en zijn aanhangers richtten de Free Presbyterian Church op, in eigen woorden 'fundamentalistisch'.

Geen secularisatie
Geloof en politiek zijn één in Noord-Ierland, en zo moet ook deze afsplitsing gezien worden: Paisley keerde zich tegelijk af van het protestants-loyalistische establishment, dat zich volgens hem niet militant genoeg opstelde tegenover katholiek-nationalistische geluiden in Ulster. Hij vond gehoor onder het protestantse proletariaat in Noord-Ierland, die de onvrede over de weinig florissante economische omstandigheden omzette in sektarische haat. In 1970 stichtte de dominee de PUP, voorloper van de huidige Democratic Unionist Party. In zijn kiesdistrict won hij dat jaar de verkiezingen - tot schrik van de gematigde politici in Groot-Brittannië.

Toch had Paisley zich al vaker in de kijker gespeeld. In 1964 kreeg hij drie maanden cel na het lastigvallen van mainstream-Presbyterianen, enkele jaren later moest hij zes weken zitten toen hij een katholieke burgerrechtenmars probeerde te verhinderen. Woedend reageerde hij op het half stok hangen van de Britse vlag op het stadhuis van Belfast, als eerbetoon aan de overleden paus Johannes de 23e in 1963. Later veroorzaakte hij indirect de ergste rellen sinds tijden rondom Falls Road, conflictgebied in de hoofdstad, toen hij protesteerde tegen de Ierse vlag aan de gevel van een republikeins partijbureau.

Toch bleef het in het geval van Paisley bij symbolisch geweld - waar andere radicaal-loyalisten met kogels strooiden, ging de dominee niet verder dan sneeuwballen. Hij nam in het openbaar afstand van de paramilitaire loyalisten, hoewel tegenstanders openlijk twijfelden aan zijn oprechtheid. En het is ook de vraag of zijn aanhangers beseften dat ze zijn woorden op de kansel over de strijd tussen goed (loyalisten) en kwaad (nationalisten) in Noord- Ierland niet letterlijk hoefden op te vatten. Wat deed hij dan in 1981 tussen 500 gewapende mannen in de Noord-Ierse heuvels, vroegen zijn tegenstanders zich af.

Die sneeuwballen gooide hij in 1967 naar toenmalig premier van Ierland Jack Lynch, toen die Noord-Ierland bezocht. Want dat was in die tijd de grondhouding van de dominee: geen gesprek met de Ieren, nooit, en net zomin gesprekken met de katholieke bewegingen in Noord-Ierland zelf. Bij meerdere pogingen tot vredestichting lag de (in de woorden van Conservatief politicus Lord Carrington 'meest onverdraagzame onder de onverdraagzamen') dwars en dat hield hij tientallen jaren vol.

Hoer van Babylon
Op het oog streed Paisley op vele fronten tegelijk: tegen de gevestigde orde in protestants Noord-Ierland; tegen de Hoer van Babylon in Rome, zoals hij dat noemde; tegen de republikeinse dreiging vanuit Ierland; tegen de nationalisten in Ulster die een verenigd Ierland bevochten; vóór de unie van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; tegen legalisering van homoseksualiteit. Voor de Vrije Presbyteriaanse dominee ging het echter om een en dezelfde boodschap: die van de enige God, die geen ander naast zich duldt. Voor Hem stond Paisley pal, en voor Hem zei, riep en schreeuwde hij duizendmaal nee - waarmee hij volgens zijn critici de kampen in Ulster ophitste en geen enkele vredespoging een kans gaf.

Toch waren er gaandeweg tekenen dat Paisley wel degelijk openstond voor samenwerking met nationalisten, zoals in het Europees Parlement waar hij de Ulster arbeiders hem een zetel bezorgden. Zelfs kon hij in een onbewaakt ogenblik betrapt worden op sympathie voor een katholiek leider, John Hume van de nationalistische SDLP ( later met David Trimble winnaar van de Nobelprijs van de Vrede.) Naar buiten toe deed hij echter zijn best om zijn imago als stokebrand hoog te houden.

Na meer dan 3500 doden in dertig jaar had zijn achterban meer dan genoeg van sectarisch (verbaal) geweld. In 1998 stond Paisley alleen toen het Goede Vrijdag Akkoord werd gesloten. Het was een openbaring voor de geestelijke: zelfs protestantse paramilitairen stonden achter het akkoord. Er was een meer gematigde versie van zijn unionisme nodig, besefte hij.

Die koerswending legde Paisley geen windeieren. In 2003 won de DUP de verkiezingen van de Noord-Ierse assemblee. Paisley bleef zich opstellen als de havik tegenover tegenstander Sinn Féin, de republikeinse partij van aartsvijand Gerry Adams. Zodra het vredesproces weer een terugval kreeg door geweld van Sinn Féins paramilitaire broeders van het Ierse Republikeinse Leger (IRA), donderde Paisley's stem opnieuw van de kansel: over zijn lijk zou het tot samenwerking komen met 'Rome'. Inderdaad weigerde hij pertinent om in dezelfde ruimte als Gerry Adams te verkeren.

Vriendschappelijk gesprek
Evengoed wist hij in 2004 Dublin, hoofdstad van de vermaledijde katholieke republiek Ierland, te vinden. Er ontspon zich zowaar een vriendschappelijk gesprek met premier Bertie Ahern. Zelfs had hij 2006 een ontmoeting met een vertegenwoordiger van het vermaledijde Rome, de Ierse rooms-katholieke aartsbisschop Sean Brady.

In de laatste fase van de vredesonderhandelingen bleven zowel de republikeinse als de loyalistische grammofoonplaat steken op 'eerst zij'. Eerst moest Sinn Féin het gezag van de politie en justitie erkennen, zei Paisley keer op keer, en dan zou de DUP concreet nadenken over politieke samenwerking. Toen Adams' partij zich waarachtig uitsprak voor erkenning van de politie in Noord-Ierland, was de stap aan de Unionisten. En daar, de geschiedenis herhaalt zich, waren er inmiddels halsstarriger figuren actief dan de toen 80-jarige leider. Om hen in de kiem te smoren legde hij een boete op aan ieder afwijkend geluid binnen de partij.

De twee partijen kwamen tot ieders verbazing nader tot elkaar en Paisley werd van 2007 tot 2008 minister-president van Noord-Ierland, met de rechterhand van Adams, Martin MacGuinness als zijn vice-premier. Hun relatie bleek onverwacht positief en soepel, 'ik heb een vriend verloren', reageerde McGuinness dan ook vandaag.

Analisten zijn het er niet over eens of Paisley op dat moment daadwerkelijk gewonnen was door het beeld van een vreedzaam Noord-Ierland, of dat de macht was die hem verleidde. Hij kon immers, met een meerderheid aan stemmen achter zich, minister-president van Noord-Ierland worden. Dat Paisley nauw zou moeten samenwerken met een republikeinse vice- premier en altijd de adem van Adams in zijn nek zou hebben, had hij er kennelijk voor over. Sterker: hij kon zich daar overheen zetten, met behulp van die mildere kant die zo weinigen tijdens zijn leven te zien kregen.

Drie jaar geleden, in 2011, predikte Paisley voor het laatst in zijn kerk in Belfast. "We springen niet de duisternis in, wij christenen, niet de schaduw van de dood. We springen veeleer het licht binnen, het brandende schijnsel van het licht dat nooit zal doven."

Paisley laat een vrouw achter en vijf kinderen. Hij wordt in besloten kring begraven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden