Hupsakee, zo gaat dopen

dooples | Zo makkelijk is het dopen van een baby niet. Kerkelijk werkers moeten sinds kort op cursus.

Ziezo, de les kan beginnen. De met water gevulde kan staat op de rand van het doopvont. De speelgoedpop om mee te oefenen heeft zijn witte gewaad al aan. Docerend loopt Peter Hoogstrate, specialist in de protestantse liturgie, door de kapel. Voor de gelegenheid heeft hij zijn witte albe aangetrokken. De mantel komt helemaal tot de grond.

Aan weerszijden van Hoogstrate zitten twaalf deeltijdstudenten theologie. De mannen en vrouwen luisteren aandachtig. Vandaag staat dopen op het lesmenu. Het is een vaardigheid waarbij meer komt kijken dan je zou denken, zegt Hoogstrate. Besprenkel je de baby met water? Begiet je het hoofdje? Of dompel je de kleine dopeling helemaal kopje-onder? De wijde mouwen zwiepen heen en weer op het ritme van zijn stem.

Sinds kort maken praktijklessen met preken, dopen, avondmaal, huwelijk en belijdenis deel uit van de cursus die kerkelijk werkers moeten volgen om een kerkdienst te mogen leiden. Inmiddels hebben zo'n vijftig studenten het leerprogramma gevolgd. De practica zijn een gevolg van de gestage opmars van kerkelijk werkers in de Protestantse Kerk in Nederland (zie kader). Ook sluit het nieuwe vak aan bij de tendens dat aandacht voor symboliek en een verzorgde vormgeving steeds belangrijker worden in de protestantse kerkdienst.

De meeste studenten hebben voor de oefening hun eigen liturgisch gewaad meegenomen. Wit overheerst. Een vrouw loopt in een toga met een zijdeachtige sjaal. Een ander draagt een blauwig tenue. Een van de cursisten heeft zijn donkerblauwe kostuum aangehouden. Niet zo'n goed idee, meent de docent. "Een ambtsgewaad zorgt voor focus bij de toehoorders. Ze worden zo niet afgeleid." Hij houdt zijn handen zegenend omhoog. Soepel beweegt de witte stof om het lichaam van de docent. Hij gebaart naar zijn flanken: "Kijk, als je een jasje draagt, zou het daar gaan trekken. Dat ziet er niet mooi uit."

Niet te plechtig

Klaterend giet een student de waterkan in het doopvont leeg. Het dopen begint. Zelf geeft Hoogstrate er de voorkeur aan om flinke hoeveelheden water over het babyhoofd uit te storten. Als gepensioneerde predikant heeft hij het ritueel gedurende zijn loopbaan talloze keren uitgevoerd. "Het is heel belangrijk dat je rust en aandacht uitstraalt", doceert Hoogstrate. Met beide handen schept hij water uit het doopvont en druppelt het beheerst over het poppenhoofd. "Let op, wees niet te plechtstatig."

Hoogstrate is zichtbaar in zijn element als hij het rituele water plengt. Glimmend van plezier vertelt hij over het belang van goed uitgevoerde rituelen tijdens een kerkdienst. "Liturgie is vaak nog een ondergeschoven kindje in de protestantse eredienst. Terwijl het allemaal zo'n rijke symboliek heeft", zegt hij. Elke beweging en elke kaars, elk gebaar en elk woord verwijst naar de christelijke traditie, houdt hij zijn studenten voor. Hij heft zijn armen: "Liturgie is als theater. Het is schilderen! Het is alles! Dit is de visuele bediening van het Woord."

Hij wijst naar de pop om zijn betoog met voorbeelden duidelijk te maken. Het roze stuk speelgoed draagt een lang wit gewaad, zoals dat vaak ook gebruikelijk is bij een echt doopritueel. "Let op: noem dit geen doopjurk!", roept Hoogstrate. "Het is een doopklééd. Het is immers ook voor jongetjes." De onderkant van het 'kleed' zwiert onder het poppenlijfje heen en weer. Hoogstrate: "Dat is bewust veel te groot. Waarom? Het symboliseert dat een dopeling in het geloof moet groeien."

Onwennig

Dan mag een cursist het ook proberen. Twee studenten worden aangewezen als doopouder. Nadat de student een stukje heeft voorgelezen uit een van de protestantse doopformulieren doopt hij de pop: "In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." Uiterst voorzichtig druppelt hij driemaal wat water op het hoofdje. Het gaat nog wat onwennig.

Na het ritueel kijkt Hoogstrate wat bedenkelijk. "Dat is wel héél weinig water. Kan dat niet wat royaler?" Nog een keer legt Hoogstrate zijn aanpak uit: veel water, zodat de mensen ook wat kunnen zien. "Hupsakee, zo dat water over het hoofd."

300 kerkelijk werkers

De zogeheten 'kerkelijk werker' beleeft een snelle opmars in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Sommige plaatselijke gemeenten zijn zo klein geworden dat het te duur is geworden om een 'gewone' predikant fulltime te kunnen bekostigen. Predikanten zijn academisch geschoold en krijgen een dito salaris. Een kerkelijk werker, die de hbo-opleiding Godsdienst en Pastoraal Werk (GPW) volgde, kan een financieel aantrekkelijk alternatief zijn. Ook worden deze 'hbo-theologen' ingezet in het jeugd- en ouderenwerk en bij missionair werk.

In 2011 kregen de kerkelijk werkers voor het eerst een ambtelijke status in de kerken. Belangrijk, want daardoor mogen ze officieel meepraten in de kerkeraad. Toen bepaalde de generale synode (de landelijke kerkvergadering met afvaardigingen uit de plaatselijke kerken) ook dat kerkelijk werkers in bijzondere gevallen alle taken mogen doen van een predikant, zoals preken, dopen en het avondmaal bedienen. Een speciale cursus is daarvoor wel nodig, net als toestemming van de classis (regionale kerkvergadering). Er zijn ruim 300 kerkelijk werkers actief in de PKN.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden