Hunkerennaar een eigen bisschop

reportage | De Nederlandse bisschop van Paramaribo wordt morgen 75 en mag met pensioen. Wordt het geen tijd voor een Surinaamse opvolger?

PARAMARIBO - De middagspits raast voorbij de monumentale Sint Petrus en Pauluskathedraal, over een van de belangrijkste verkeersassen in het historische hart van de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. De ministeries, scholen en overheidsgebouwen in de buurt stromen leeg, ambtenaren snellen naar huis of naar een van hun bijbaantjes. Toch heerst in het laat negentiende-eeuwse kerkgebouw, volgens sommigen de hoogste houten kerk van Zuid-Amerika, een indringende stilte. Een handvol toeristen kuiert rond, enkele gelovigen bidden met neergeslagen ogen op de houten banken. Van ontkerkelijking is geen sprake. Evangelische kerken mogen in opmars zijn, tijdens de laatste volkstelling vorig jaar zei nog steeds een op de vijf Surinamers rooms-katholiek te zijn - waarmee het met afstand de grootste religie van het land is.

"In tien jaar tijd is deze buurt enorm opgewaardeerd", zegt Wim de Bekker. "Toen ik bisschop werd, leek het hier nog op een achterbuurt. De kathedraal en het bisschopshuis waren zo goed als helemaal vervallen. Niet alleen zijn onze gebouwen nu prachtig gerestaureerd, begin deze maand heeft paus Franciscus besloten onze kathedraal te verheffen tot basiliek. Ik beëindig dus mijn loopbaan met een hoogtepunt."

De Bekker (Helmond, 1939) glimlacht tevreden vanachter het bureau waaraan hij sinds januari 2005 zijn bisdom heeft bestuurd. Aan de muur van zijn kantoor hangt een groot portret van de Tilburgse missionaris Peerke Donders, die honderd meter verderop in de linkervleugel van de kathedraal begraven ligt.

De Bekker wordt zondag 75 jaar, de pensioengerechtigde leeftijd voor bisschoppen. Hij woont al bijna veertig jaar in de voormalige Nederlandse kolonie, waar hij in 1985 tot priester werd gewijd. Hij leerde er al snel Sranantongo (Surinaams, red.) om tot diep in het binnenland te kunnen preken. Nederland noemt hij intussen zelfs zijn 'voormalige vaderland'.

Koloniale erfenis

Ondanks de De Bekkers inspanningen wordt de rooms-katholieke kerk in Suriname door sommigen nog steeds gezien als een koloniale erfenis. Geheel verwonderlijk is dat niet. Het katholieke geloof is door kolonisten naar Suriname is gebracht en Paramaribo heeft in de afgelopen 188 jaar slechts één Surinaamse bisschop gehad.

Dat laatste steekt sommige Surinamers. Toen in 1971 de in Paramaribo geboren Aloysius Zichem tot bisschop werd gewijd, zat Claudett de Bruin als lid van het kerkkoor op de eerste rij van de kathedraal. Nu komt ze er niet zo vaak meer. Enkele jaren geleden koos ze voor een evangelische kerk. "Ik herinner me nog goed hoe fantastisch we het allemaal vonden toen eindelijk iemand van ons tot bisschop werd benoemd. De kathedraal was prachtig versierd, nooit eerder was dat gebeurd. Dat er in 2005 weer een blanke Hollander werd benoemd, vond ik heel jammer. Het leek alsof er weer een stap terug werd gedaan, terwijl veel mensen hadden gehoopt op een trend."

De Bruin noemt het katholicisme in haar land 'on-Surinaams'. "Ik voel me thuis in de kerk wanneer er opgewekte muziek wordt gespeeld. Het zit in ons lijf om te swingen, terwijl ik van Latijnse gezangen en orgelmuziek verdrietig word. Ik snap heus wel dat er niet voluit op de drums kan worden gespeeld, maar met conga's of sambaballen is toch niets verkeerd? Ze lijken bang van elk instrument dat niet klassiek Europees is. Er wordt daarnaast te weinig Sranantongo gesproken, bijna alle diensten zijn volledig in het Nederlands. Het komt allemaal erg koloniaal over. Jezus sprak toch ook met de mensen in een taal die zij het best konden begrijpen?"

Bisschop De Bekker geeft toe dat ook hij die kritiek wel eens hoort, maar hij ligt er niet wakker van. Toch verontschuldigde hij zich vlak voor zijn aantreden zelfs bij de president van het land. "Ik dacht dat de keuze voor opnieuw een witte Nederlander moeilijk geaccepteerd zou worden. Dus de ochtend waarop mijn aantreden bekend werd gemaakt, belde ik (toenmalig, red.) president Ronald Venetiaan. Ik zei hem dat hij het misschien vervelend zou vinden, maar dat er toch weer een Nederlandse bisschop kwam. Hij wuifde mijn opmerking weg, wat me ontzettend goed deed. Door de jaren heen heb ik eigenlijk nog amper opmerkingen over mijn afkomst te horen gekregen. Ik word gezien als 'één van hen'."

Complexe samenleving

De bisschop benadrukt dat de invloed van Nederland op zijn bisdom nihil is. "We behoren tot het aartsbisdom van Port of Spain in Trinidad, en hebben dus veel meer te maken met het Caraïbische gebied dan met het voormalige moederland. Er worden hier weliswaar opleidingen verzorgd door het hoofd van Bovendonk, de priesteropleiding van Breda, en in de kerkelijke rechtbank van Paramaribo zitten ook enkele Nederlandse en Vlaamse juristen. Maar voor de rest zijn we helemaal op onze eigen regio georiënteerd. Met onze buurlanden en Trinidad is die uitwisseling best intensief, daarnaast doen we ieder jaar mee aan een conferentie met alle bisschoppen van het Caraïbische gebied. Het klopt dat in Suriname naast mij nog twee Nederlandse priesters actief zijn, maar er zijn er net zo goed uit Argentinië, België, Brazilië en zelfs Nigeria."

Desondanks hunkeren ook de Surinaamse geestelijken zelf naar een landgenoot als bisschop. Vicaris-generaal Karel Choennie, de rechterhand van de bisschop, wordt in de wandelgangen genoemd als één van de kanshebbers, maar zelf acht hij de tijd daarvoor nog niet rijp. Hij lacht: "Stel dat het me toch gevraagd wordt, dan zal ik antwoorden dat ik een betere kandidaat ken."

"Ik hoop vurig dat het een Surinamer wordt", zegt Choennie. "Onze samenleving is zo complex, met alle bevolkingsgroepen, het koloniale verleden en het politieke heden. Om die redenen wordt het liefst gekozen voor een landgenoot. Of voor iemand die een énorme affiniteit heeft met Suriname, zoals bisschop De Bekker." Als het aan Choennie ligt, komen er meer eucharistievieringen in het Sranantongo. "Het Sranan is de drager van onze cultuur, en je bereikt er meer mensen mee, ook lager opgeleiden. Sinds onze onafhankelijkheid hebben we de volkstaal verwaarloosd, waardoor we het volk ook minder aanspreken. Heel wat mensen zijn aansluiting gaan zoeken bij kerken die prediken in een taal die ze wel verstaan."

Ook De Bekker zélf hoopt op een Surinaamse opvolger. Aan het Vaticaan heeft hij alvast enkele namen genoemd van in zijn ogen geschikte kandidaten, maar een daadwerkelijke benoeming kan makkelijk nog jaren duren. De Bekker: "Wie mij ook opvolgt, we zijn een wereldkerk met een vastgelegde orde van dienst. Daaraan kan je weinig veranderen. De liederen zouden eventueel wat Caraïbischer kunnen. De pauselijke nuntius verbaasde zich er tijdens zijn laatste bezoek zelfs om dat we nog Latijnse gezangen brengen, terwijl het er in de rest van de regio doorgaans wat charismatischer aan toe. Aan de liturgie moeten we ons echter gewoon blijven houden. Met een weigering om Surinaams te zijn heeft dat niks te maken."

Katholieken in Suriname

De rooms-katholieke kerk is de grootste christelijke denominatie van Suriname. Sinds 1817 is de kerk officieel in het land gevestigd. Het boegbeeld is de geheel uit hout opgetrokken Sint Petrus en Paulus-kathedraal in Paramaribo, die tussen 1883 en 1887 werd gebouwd.

Alois Zichem (1933) is tot dusver de enige geboren Surinamer die aan het hoofd van de rooms-katholieke kerk in Suriname heeft gestaan. Al zijn voorgangers en zijn opvolger waren Nederlandse missionarissen. Zichem was bisschop van 1971 tot 2003. In dat jaar werd hij getroffen door een beroerte, waarna hij zich genoodzaakt zag zijn ontslag aan te bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden