Hun mannen en zoons zijn dood, of verdwenen

Het regime van Guatemala ontvoerde en vermoorde begin jaren tachtig honderden mensen uit Santa Lucía die zich verzetten tegen de mensonterende omstandigheden op de suikerrietplantages. Voor nabestaanden was er nooit een graf, wel is er nu een boek. Om de doden hun naam en waardigheid terug te geven.

Alicia Juárez wijst gedecideerd naar de foto met haar familie. "Deze foto is heel belangrijk voor mij. Het was de eerste keer sinds dertig jaar dat we elkaar weer zagen, bij mij thuis." Alicia benoemt de elf mensen op de foto: "Dat is mijn vader René Juárez, dat is mijn broer, dat is mijn zusje Aida..."

In 'Porque Queríamos Salir de Tanta Probeza. La memorable historia de Santa Lucía Cotzumalguapa contada por sus protagonistas' (Omdat we weg wilden uit de armoede. De gedenkwaardige geschiedenis van Santa Lucia Cotzumalguapa verteld door haar hoofdrolspelers') bracht de Nederlandse fotograaf Piet den Blanken de nabestaanden van ontvoerde en vermoorde mensen uit Santa Lucía, Guatemala, in beeld. Het Spaanstalige boek is vorige week in Haarlem gepresenteerd bij de tentoonstelling 'Guatemala: terug in beeld', en zal op 2 november de Guatemalteekse presentatie beleven. Alicia (43) en Ester Back (47), afkomstig uit Santa Lucia in het zuiden van Guatemala, namen in Haarlem het boek in ontvangst.

Op 24 september 1980 werd er bij de familie van de toen 12-jarige Alicia op de deur geklopt. Moeder Marcelina deed open, werd tegen de muur gekwakt, geschopt en geslagen. Gewapende mannen schreeuwden tegen de kinderen, trokken Marcelina overeind en namen haar mee. "Mijn moeder draaide zich nog om en zei: 'Alicia, zorg goed voor de kinderen'." Toen gooiden de mannen haar moeder als een zak, bij handen en voeten, de auto in. De kinderen, die huilend achter haar aan waren gelopen, bleven achter, in stilte. De mannen van het regeringsleger namen Marcelina mee, "omdat ze mij niet konden vinden", zou Alicia's vader René Juárez later vertellen.

Zijn verhaal staat in het boek, evenals dat van Alicia, haar zusje Aída, van Alejandro Bautista, Marcela Bautista Escobar, Carlos Enrique González Godoy, Maura Godoy, Juan Gordón, Luisa en Ester Back en nog vele andere: ontvoerde en vermoorde landarbeiders en hun pleitbezorgers, en hun nabestaanden. Ze hebben geen graf - maar er is nu wel een boek, om de doden hun naam en waardigheid terug te geven, zeggen Alicia en Ester.

In de jaren zeventig ontbrandde in de regio van Santa Lucía Cotzumalguapa een heftige strijd tussen arbeiders in de suikerrietindustrie en de plantage-eigenaren. Veel arbeiders waren hun vaste baan, huis, school en kerk kwijtgeraakt door onteigening van de grond, waar vervolgens suikerriet op werd geplant. Zij vormden vakbonden, en daaruit ontstond het nationale Comité voor Boereneenheid CUC dat met stakingen loonsverhoging en verbetering van de arbeidsomstandigheden eiste.

Begin 1980 leek de CUC succes te boeken. Toen sloeg de terreur toe. CUC-leider Pablo Bautista werd ontvoerd en verdween, net als zijn vrouw en nog zes andere gezinsleden. De Belgische pastoor Walter Voordeckers, die het CUC steunde, werd doodgeschoten. Zo'n honderd actieve leden van het Comité en van de kerk in Santa Lucía verdwenen in die tijd. Waarschijnlijk zijn velen van hen gefolterd in de kazerne in de stad. Niemand zag ze ooit terug.

Het was de tijd waarin er in Guatemala, Nicaragua en El Salvador keihard werd afgerekend met opstanden en protesten door de zittende regimes, niet zelden gesteund door de VS. In hetzelfde jaar dat mensen in Santa Lucía in Guatemala van hun bed werden gelicht werd aartsbisschop Oscar Romero in El Salvador door een doodseskader tijdens de mis doodgeschoten. In Guatemala, waar pas in 1996 een einde zou komen aan het gewapend conflict, zijn naar schatting zo'n 200.000 mensen vermoord. Volgens de VN was de staat verantwoordelijk voor ruim negentig procent van de mensenrechtenschendingen in deze perode.

Veel familieleden van de ontvoerde en/of vermoorde activisten, waren hun leven niet zeker, vluchtten Santa Lucia uit, sommigen vertrokken naar het buitenland. Van de familie van Alicia Juárez woont alleen haar jongste zus Aida nog in de geboortestad. De kinderen trokken na de ontvoering van hun moeder in bij hun straatarme grootouders. Na vijftien jaar werd vader René teruggevonden: hij was gevlucht en na omzwervingen op Cuba terecht gekomen. Alicia: "Ik kan het hem moeilijk vergeven dat hij zo lang weg was. En mijn jongste zusje Aida zit nog steeds vol vragen en verwijten."

De kleine stevige Guatemalteekse, met vest en trui gewapend tegen de Nederlandse herfst, doet haar verhaal in het Utrechtse kantoor van Solidaridad, de organisatie die hen samen met mensenrechtenorganisatie Impunity Watch steunde in de zoektocht naar vermisten. Alicia is inmiddels gewend om haar relaas te doen. Na jaren van stilte, waarbij de kinderen zonder ouders werden uitgejauwd door hun leeftijdgenoten en aan niet veel meer toekwamen dan overleven, begonnen ze te praten.

Een foto achterin het boek toont zes vrouwen op een rijtje, in blauwe plastic stoeltjes, luisterend naar een gebarend iemand met een stift in de hand: groepstherapie. Een team van psychotherapeuten begon in 2010 in Santa Lucia met gezamenlijke en individuele sessies. Het zijn vooral de vrouwen die meedoen: hun mannen en zoons zijn weg, dood, verdwenen of vertrokken. Alicia, inmiddels zelf moeder: "We waren dagen achtereen aan het praten. Het was niet makkelijk om die getuigenissen te doen." Ook logistiek was het lastig voor de moeder van drie kinderen: "Ik moest steeds organiseren dat ik weg kon bij de kinderen, maar het moest, ik had er al zolang over gezwegen. In het begin hebben we meer gehuild dan verteld." Vader René, inmiddels opgespoord, was de eerste van het gezin die zijn verhaal deed. Steeds meer gaten in de geschiedenis van de familie Catalán Yoché werden opgevuld. Alicia: "Jarenlang had ik alleen die scéne van mijn moeder die de auto wordt ingesmeten in het hoofd."

De jonge kinderen luisterden mee. Ze stelden vragen, als mama weer naar een bijeenkomst vertrok. Sommigen slopen stiekem de gespreksruimte binnen, en zagen hoe de vrouwen huilden. Ester: "Ze vroegen: Wat doen jullie daar, wat gaan tante en oma daar doen? Ze hadden een enorme behoefte om te begrijpen wat er was gebeurd. Op school hoorden ze er niets over: de vervolgingen zijn geen officiële geschiedenis." Bij het eten en tijdens de afwas vroegen ze Alicia waarom ze zo vaak moest huilen, waarom er zo weinig contact was met andere familieleden, en waar hun grootouders waren. En waarom was hun moeder nooit naar school gegaan, waardoor ze hen niet kon helpen met huiswerk?

Sommigen is het niet gelukt om de gebeurtenissen uit 1980 te verwerken. Gelaten beschrijft Alicia haar jongste zus Aida, intelligent, maar te arm om naar school te kunnen, aan lager wal beland en permanent depressief. "Ik zit in de put en ik kom er nooit meer uit", citeert Alicia haar. "Zoveel gevolgen heeft het", zegt Ester. Ook zij spreekt bijna zakelijk, over het lot van haar vader Julián Back, seizoensarbeider op de plantages en catechist in de kerk van Santa Lucía. Uit het boek: "Ik herinner me dat we elke zaterdag naar de kerk gingen. Vaak gingen we dan pas laat weer naar huis, en ik herinner me hoe ik mijn hand op de arm van mijn vader legde en hij me meevoerde terwijl ik doodop van de slaap mijn ogen dicht deed." Op 14 september 1983 werd Julián Back op klaarlichte dag tegelijk met de priester die hij vergezelde, uit de auto gerukt door vijf gewapende mannen. Hij werd in een wit busje gestopt, en weg. Zoektocht, foto's, navraag bij politie en leger, niets hielp.

Een jaar of vijf geleden, vertelt Ester, kwamen de eerste vrouwen bij elkaar om te praten. Nu zijn het er zo'n 150, die hun verhaal te boek hebben gesteld, hun foto's lieten afdrukken en een lap met namen hebben geborduurd om overal mee naartoe te kunnen nemen en te laten zien: dat zijn we, dat waren zij. Voor een blijvend monument in Santa Lucia is het mogelijk nog te vroeg: alleen al de presentatie op 2 november is niet zonder risico. De daders van toen lopen nog steeds rond.

Maar, zegt Alicia op ferme toon: "Ik heb één ding afgelegd: de angst." Door de gespreksgroepen en de psychosociale steun is 'wat binnenin zat naar buiten gekomen', zoals ze zegt. En dat heeft een ongekende kracht in haar los gemaakt.

Ester: "Doordat we met zijn allen zijn, durven we het te vertellen. Die angst ben ik ook kwijtgeraakt doordat we de waarheid hoorden, doordat we begrepen dat wat onze ouders deden niet verkeerd was." Dat was wat zij als kind al hoorden: hun ouders waren oproerkraaiers, en hadden zelf de ellende over zich afgeroepen. Ester: "Ik was geen kind van een crimineel, maar van een held."

Nog steeds gaat het om meer dan roddel en laster. Op oudere foto's in het boek zijn teksten te zien, gekladderd op een muur: 'Walter comunista Go Home' - een dag later werd priester Walter Voordecker vermoord. Destijds was generaal Lucas García president van Guatemala. In november, enkele dagen na de presentatie van 'Porque Queríamos', wordt waarschijnlijk oud-generaal Otto Pérez Molina als nieuwe president gekozen - een oud-generaal met twijfelachtige staat van dienst in de periode van het conflict. Frustrerend, zucht Alicia. "Sí, sí, sí", zegt Ester op de vraag of ze zelf gaan stemmen - op het linkse blok waarvan ze weet dat het kansloos is in de gelijktijdige parlementaire verkiezingen van 6 november.

Hoe houden de vrouwen het vol in een land dat zo lijdt aan armoede en geweld? "We hebben evengoed zin om te leven", legt Alicia eerst nog geduldig uit, "geweld of geen geweld." Dan, fel en een tikje beledigd: "Het is een puinhoop, Guatemala, maar het is wel mijn land."

"Dat wij hier zitten komt door de Nederlandse ontwikkelingshulp", zegt Ester Back zelfverzekerd. Maar de Nederlandse steun aan slachtoffers van de staatsterreur loopt waarschijnlijk binnenkort ten einde, als de ambassade in Guatemala-Stad wordt gesloten, bij wijze van bezuiniging.

De tentoonstelling Guatemala: terug in beeld, Leven met een verdwenen generatie is tot en met 22 oktober te bezoeken in fotogalerie De Gang, Grote Houtstraat 43, Haarlem.

De reis van het boek 'Porque Queríamos Salir de Tanta Probeza' is te volgen op de site www.dewegvanSantaLucia.com.

Nederland staakt steun
Dat betekent volgens Marlies Stappers van Impunity Watch dat er een einde komt aan de Nederlandse financiële steun aan initiatieven en organisaties op het gebied van mensenrechten en aanpak van de straffeloosheid. Erger nog, aldus Stappers, is het wegvallen van de fysieke aanwezigheid van Nederlandse vertegenwoordigers bij bijvoorbeeld opgravingen van stoffelijke resten in massagraven en rechtszaken, of de bezoekjes aan bedreigde mensenrechtenorganisaties. Ook de steun aan onderzoek in politie-archieven, waarin mogelijk gegevens staan over het lot van ontvoerde burgers uit onder meer Santa Lucía, dreigt de komende jaren te stoppen. "Onverantwoordelijk", zegt Stappers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden