Humor is overwonnen verdriet

Ooit was Godfried Bomans (1913-1971) razend populair, nu is hij vrijwel vergeten. Verdient hij een revival?

Wie schrijft om te blijven komt vaak tijdens zijn leven al bedrogen uit. De meeste boeken vallen vanaf de drukpers rechtstreeks de vergetelheid in. Zelfs van de grootste recente auteurs kunnen veel mensen hooguit één werk noemen. Wie weet bijvoorbeeld nog dat Multatuli meer heeft geschreven dan alleen de Max Havelaar? En toch, als één boek de tijd doorstaat, heeft de auteur al meer bereikt dan het overgrote deel van zijn collega's.

Ook het lot van Godfried Bomans begint zich langzaam af te tekenen. De populaire schrijver, die op deze maand honderd jaar geleden werd geboren, stierf op 22 december 1971 op 58-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij liet een geschokt en ontredderd Nederland achter, want hoewel Gerard Reve zichzelf tot volksschrijver had gekroond, was Godfried Bomans het werkelijk. Op het moment van zijn dood had hij 2,2 miljoen boeken verkocht, een krankzinnig aantal, en in het Hilversumse archief lagen kilometers audio- en videotape opgeslagen waarop Bomans' markante beeltenis en karakteristieke stem waren vereeuwigd.

Bomans was de eerste moderne schrijver in Nederland die wist dat de televisie en radio vrienden waren die aandacht voor boek en auteur konden genereren - iets wat nu als vanzelfsprekend wordt gezien. Wellicht was dat gelukkige huwelijk met de media wel de grootste reden van zijn succes. Hij was een on-geëvenaard panellid in spelprogramma's, maakte talloze reportages van over de hele wereld, maar interviewde ook op indringende wijze zijn broer en zuster, die al vroeg het klooster in waren gegaan.

Wie nu de uitgebrachte dvd's met archiefmateriaal bekijkt, snapt direct waardoor Bomans zo populair was. De auteur verbond, net als in zijn geschreven teksten, toegankelijke diepzinnigheid met onweerstaanbare humor. Ja, met Bomans op televisie was het lachen geblazen, wisten de kijkers, maar vaak was de lach een middel om iets gewichtigers te kunnen zeggen. "Humor is overwonnen droefheid", luidde een van zijn aforismen. Bomans was de vleesgeworden tragikomedie, en ging daardoor ook nooit vervelen.

Nu, ruim veertig jaar na zijn dood, heeft de ooit zo populaire volksschrijver een lustrum nodig om aandacht te krijgen. Hoewel er weinig vijftigplussers zijn die hem niet kennen, lijkt de jongere generatie hem te zijn vergeten. Dat is erg jammer, maar tegelijkertijd niet heel gek. Want het grootste probleem van Bomans is misschien ook niet dat hij na zijn dood geen boeken meer heeft kunnen schrijven, maar het feit dat geen televisieprogramma hem meer kon uitnodigen.

Zodra een auteur is gestorven moet diens oeuvre het verder alleen opknappen, vaak steunend op één onbetwist meesterwerk. Het lijkt Bomans' oeuvre te ontbreken aan zo'n unaniem belangrijk geacht boek. Zijn gepubliceerde werk bestaat voor het grootste gedeelte uit bundelingen columns, verhalen en essays die hij in de loop der jaren schreef voor hoofdzakelijk Elsevier en de Volkskrant. De meeste van die stukken zijn door de superieure stijl en roestvrijstalen (hoewel soms ook wat oubollige) humor nog altijd meer dan lezenswaardig. maar waarschijnlijk te gefragmenteerd om in het collectief geheugen te blijven hangen.

Toch is er één boek van Bomans dat altijd weer wordt genoemd: 'Erik of het klein insectenboek' (1940), een fantasieroman over een negenjarig jongetje dat op een nacht in de insectenwereld belandt. Het is ook dit boek dat de CPNB dit jaar heeft verkozen tot middelpunt van de campagne 'Nederland Leest', waardoor Erik aankomende november gratis verspreid zal worden onder bibliotheekleden.

Goed nieuws voor iedereen die de Haarlemse schrijver een warm hart toedraagt. Toch kun je je afvragen of de CPNB met deze keuze een Bomansrevival zal veroorzaken. De kans is klein dat een leek na deze literaire ontmaagding bijvoorbeeld ook Bomans' 'Mijmeringen' zal gaan lezen. 'Erik' is vooral een humoristisch boek, en juist daardoor niet representatief voor Bomans' rijke nalatenschap.

Wie Bomans op z'n best wil zien moet zijn sprookjes lezen. Daaraan ontbreekt de humor niet, maar die gaat samen met een besef van tragiek en vooral van de dood, waardoor ze oproepen wat 'Erik' niet goed lukt: ontroering.

Een prachtig voorbeeld is het sprookje 'De koning die niet dood wilde', waarvan de openingszin direct de tragische essentie van het bestaan weergeeft: "Er was eens een koning en die ging dood, maar hij wilde het niet." Zijn dood zal aanbreken wanneer de eerste bladeren vallen en de klokken half tien slaan. De koning laat elke loofboom verwijderen en iedere klok vernietigen. Behalve de treurwilg op het graf van zijn moeder, en het horloge dat van haar is geweest. Die vernietigen kan hij niet, want van niemand heeft hij meer gehouden. "Zou je haar graag terug willen zien?", vraagt de Dood uiteindelijk. Plaag me niet, antwoordt de koning, het is mijn liefste wens. Op dat moment grijpt hij naar zijn hart en ziet hij zijn moeder staan. "'Moeder', zei de koning, 'ik wil niet.' 'Je bent het al', antwoordde ze, 'en je hebt het zelf gewild.'"

Een goed sprookje veroudert nooit en houdt geen rekening met de leeftijd van de lezer. Wat dat betreft kan Bomans zich meten met een van zijn grote voorbeelden, de Deense schrijver Hans Christian Andersen. Net als de sprookjes van Andersen zijn die van Bomans zowel toegankelijk als tijdloos. Maar bovenal zijn ze in staat troost te bieden, zoals grote kunst dat kan. Als er één boek van Bomans moet overblijven, laat het dan zijn sprookjesboek zijn. Dat is een metgezel voor het leven.

Coen van Beelen (1987) is onlangs cum laude afgestudeerd in de moderne Nederlandse letterkunde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden