’Humor is juist serieus’

Componist Mauricio Kagel viert 24 december zijn vijfenzeventigste verjaardag. Niet in zijn woonplaats Keulen of zijn geboorteland Argentinië, maar in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ.

Wat maakt Mauricio Kagel (1931) tot een belangrijk componist? Een moeilijk te beantwoorden vraag. En toch komt zijn naam in elke componisten-toptien voor. Kagels biografieën roemen de componist om zijn veelzijdigheid, zijn absurdisme dat vergeleken wordt met de toneelstukken van Eugène Ionesco, zijn theatraliteit, zijn humoristische reflectie op de hedendaagse muziekpraktijk.

Dat laatste lijkt voor iedereen het belangrijkste kenmerk van Kagels muziek. Ook de componist zelf zegt over zijn composities: „Het grote thema in mijn werken is het muziekleven zelf. Ik hou me bezig met wat er in het muziekleven gebeurt of had kunnen gebeuren.”

Waarom Mauricio Kagel de muziekpraktijk al vijftig jaar becommentarieert? Misschien omdat hij zakte voor het toelatingsexamen compositie aan het conservatorium in Buenos Aires en zichzelf dus moest ontwikkelen als componist. Misschien ook omdat hij in het midden van de jaren vijftig van Argentinië naar Duitsland verhuisde, waar hij in eerste instantie op zijn hoede was, als Argentijnse jood.

Net zoals collega-emigrant en componist György Ligeti kwam Kagel terecht in Keulen, zo vertelt hij: „Ik kon hier in Keulen in de studio voor elektronische muziek aan het werk. Dat was belangrijk voor mij. En ik ben sindsdien gebleven.

„Ik had natuurlijk zo mijn gedachten bij Duitsland. Maar je kunt niet blijven leven met kwade gevoelens, daar verbeter je de situatie niet mee. Ik was in die beginjaren wel erg oplettend, maar ik heb hier in Duitsland net zoveel vrienden gemaakt als dat ik onaangename mensen ben tegengekomen. Zoals dat overal ter wereld gebeurt.”

Behalve als componist en uitvoerend musicus ontwikkelde Kagel zich tot filmmaker en tekstschrijver. Hij mengt die verschillende kunstvormen in zijn werken: zijn muziek krijgt theatrale kanten, zijn films bevatten veel muziek. Door die verknoping ontstaat een vaak absurde werkelijkheid die de toeschouwer op het verkeerde been zet.

Kagel lijkt ons in zijn werk een boodschap mee te willen geven, zoals in zijn film ’Ludwig van’ uit 1969. De camera is het oog van Beethoven: „In die film laat ik zien hoe Beethoven tegenwoordig misbruikt wordt: als pauzemuziek tussen radioprogramma’s bijvoorbeeld. Dat is gewoon obsceen!”

Het is de verbaasde blik van de vreemdeling die Kagels werk kenmerkt. Onder componisten is hij een soort antropoloog die de muziekwereld presenteert als een verre, denkbeeldige cultuur, waarvan de zeden en gewoontes ons als absurd voorkomen. In een idioom dat altijd doet denken aan muziek van anderen. „Ik ben niet alleen heel nieuwsgierig, maar ik reflectéér ook over het verleden. Maar altijd on-sentimenteel. Ik wil niet opnieuw barokmuziek schrijven en ik zou ook niet willen dat we nu zoals Schubert zouden componeren. Nee, mijn vraag is wat verschillende figuren uit het verleden ons hebben gegeven aan kracht en onafhankelijkheid van geest. Dát is het.”

Kagel hamert erop dat hij niks ziet in het citeren van andere componisten: „Je kunt ook de essentie of het absolute extraheren zonder dat je citeert. Neem mijn muziektheaterwerk ’Aus Deutschland’ over de Duitse liedkunst. Daarin vindt een dialoog plaats met het verleden. Dat ik de figuren uit de liederen van Schubert en Schumann als acterende personages opvoer, dat is een volledig nieuwe reflectie. Dat heeft niks meer met citaten te maken.”

En daar dan nog Kagels humor bij: theatrale handelingen op het podium, rare geluiden en vreemde teksten. Kagels recente werken lijken overigens in contrast te staan met de bijtend-humoristische, soms zelfs kwaadaardige composities die hij in het begin van zijn carrière schreef.

Keerde hij zich vroeger tegen het muziek-establishment, tegenwoordig maakt hij er deel van uit en ontvangt hij internationale prijzen. Nog zo’n contrast: als het over hemzelf gaat, is Kagel niet echt om te lachen. „Destijds schreef ik muziek waar het establishment niet van hield, maar ik heb nooit tegen het establishment geschreven. Dat interesseerde me niet. Dat ik een klassieker zou worden, wist ik al op mijn achttiende.”

Met Nederland heeft Kagel sinds zijn emigratie naar Duitsland al snel een nauwe band gekregen. Vooral over het Schönberg Ensemble, dat hij sinds de oprichting 25 jaar geleden kent, is Kagel vol lof. Logisch, want het Schönberg Ensemble ging nog niet zo lang geleden met het Duitse label Winter & Winter in zee om een heuse Mauricio Kagel Edition in te spelen. Jongste telg is een genummerde verjaardagsuitgave met belangrijke werken als ’Hörspiel’ en ’Ludwig von’.

Ondanks alle reflectie en vervreemding in Kagels werk, verschilt zijn doel niet zo veel van dat andere componisten: „Ik schrijf in de eerste plaats muziek en laat die inwerken op de luisteraar. Als die muziek je ontroert – dát is het.”

Maar waarom dan toch altijd die humor? „Waarom geen humor? Is het soms verboden? Veel mensen denken dat humor niet ernstig is. Ik ben juist van mening dat humor het énige is wat ernstig is. Humoristen zijn eigenlijk moralisten. Of je nou Charlie Chaplin of Buster Keaton neemt: je moet bij hen altijd een bittere pil slikken. Het is niet mijn rol om steeds met mijn wijsvinger omhoog te lopen. Mijn muziek is ambivalent. Wie zich verdiept in mijn muziek, zal ontdekken dat mijn muziek zeer diep gaat en diep kan ontroeren. Hebt u eigenlijk wel zo veel plek in uw krant? Ik vraag het maar, omdat ik zo meteen weg moet.” Grapjas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden