Opinie

Humanitaire hulp is een morele plicht - ook als die misbruikt wordt

De sterk ondervode Aleo Tong (1) in het voedingscentrum van Artsen Zonder Grenzen in Aweil, Zuid-Soedan.Beeld AFP

Het is een dilemma: lokale machthebbers die humanitaire hulp gebruiken voor eigen gewin. Toch is er geen alternatief, benadrukt Arjan Hehenkamp, voorzitter van KUNO, platform voor kennisuitwisseling over noodhulp.

De Zuid-Soedanese academicus Jok ­Madut Jok heeft stevige kritiek op de noodhulp in zijn land (Trouw, 13 februari). Madut Jok was op uitnodiging van Kuno en Humanity House in Nederland, waar hij als onderdeel van onze debatserie ‘Hete humanitaire hangijzers’ in gesprek ging met mensen uit de noodhulpsector en het publiek. Zijn verhaal verdient het gehoord te worden, anders hadden we hem niet uitgenodigd.

De (lokale) machthebbers trachten noodhulp te gebruiken om hun eigen positie te versterken; Madut Jok bracht dit argument tijdens de bijeenkomst met verve naar voren. 

Dit risico bestaat, en is van alle tijden. Feit is ook dat de humanitaire gemeenschap dit risico erkent en het zo verstandig mogelijk tracht te minimaliseren, zonder de bevolking om wie het ­allemaal draait, in de steek te laten. 

In zijn gezaghebbende boek ‘Humanitarian Ethics’ benadrukt Hugo Slim dat de verantwoordelijkheid van de humanitaire gemeenschap niet overschat mag worden, omdat conflictsituaties geheel gecontroleerd worden door strijdende partijen. Hij betoogt dat op grond van hun beperkte capaciteit de verantwoordelijkheid van humanitaire organisaties niet verder kan reiken dan het beperken van de effecten van misbruik van hulp, bijvoorbeeld diefstal of buitensporige belastingen. Intussen, benadrukt Slim, hebben hulporganisaties de voortdurende plicht te zorgen dat ­levens worden gered en mensen worden beschermd tegen de gevolgen van oorlog.

Leiders buiten schot

Een tweede belangrijk argument van Madut Jok, dat in het interview slechts wordt aangestipt, betreft een ander effect: langdurige (nood)hulp ontneemt burgers de mogelijkheid om hun eigen leiders ter verantwoording te roepen. Deze leiders blijven buiten schot, omdat hulporganisaties jaar in, jaar uit de ergste noden ledigen.

Dit veronderstelt echter een burger­bevolking die bij machte is haar leiders ter verantwoording te roepen. Het tegenovergestelde is in Zuid-Soedan het geval. Als nationale leiders, en vervolgens de internationale politiek, de Zuid-Soedanese bevolking laten lijden en sterven, dan kan het noodhulpor­ganisaties niet kwalijk worden genomen dat zij wél in actie komen.

Het alternatief, niks doen, druist in ­tegen alle medemenselijkheid en komt vervaarlijk dichtbij dood door schuld.

Lees ook:

Kritiek op Giro 555: Noodhulp verergerde juist crisis in Zuid-Soedan

Het was een mooie avond, 29 maart 2017. Met de geldinzamelingsactie op radio en televisie ‘Help slachtoffers hongersnood’ had Giro 555 aan het einde van die dag 30.011.423 euro opgehaald.

De bewoners van Sint Maarten zien niets van de beloofde steun uit Nederland

De inwoners van Sint Maarten merken een jaar na de zware orkaan Irma nog amper iets van het herstel. Nederland stelde € 550 miljoen euro beschikbaar, waarvan € 470 miljoen via de Wereldbank. Maar daarvan is nog niet één dak hersteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden