Humanist vindt het hiernamaals

Discussies over het leven na dit leven zijn oud. Ilja Maso blaast ze nieuw leven in, vanuit onverwachte hoek: hij is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. Zijn beelden van het hiernamaals zijn ongekend concreet, met een oordeel en het weerzien van geliefden. Maso vloekt in de humanistische kerk.

Koert van der Velde

Professor Ilja Maso, hoogleraar wetenschapstheorie en voormalig rector van de Universiteit voor Humanistiek, weet het zeker: er is leven na de dood. In zijn onlangs verschenen boek ’Onsterfelijkheid; van twijfel naar zekerheid’, verwijst hij naar allerlei mediums die het weer van overledenen hebben.

Hoe is het ginds? Maso: „We kunnen er bij elkaar gaan zitten en van elkaars gezelschap genieten. We kunnen lange wandelingen maken en een vriend ontmoeten die we lange tijd niet hebben gezien.”

Allerlei details geeft Maso van wat ons te wachten staat: er is een soort laatste oordeel, waarin je je hele leven voor je geestesoog ziet afspelen. „Je staat dan voor je eigen oordeelsgerecht.” Je spirituele ontwikkeling gaat in het hiernamaals gewoon verder, je kunt er reizen maken en aan universiteiten studeren. En de mensen zijn er aardig voor elkaar: „Onaardige gedachten worden belemmerd doordat ze zichtbaar en hoorbaar zijn.” Onaardige mensen creëren hun eigen domeinen, dus daar hoef je geen last van te hebben.

Sommige humanisten dachten aan een grapje. „Wat moet je hier nu mee als voorzitter van het Humanistisch Verbond?”, vroeg Rein Zunderdorp zich hardop af. „Voordat ik me schaar in de rij van de critici twijfel ik of wij hier niet te maken hebben met een practical joke.”

Anderen trokken gelijk hun zwaard. Lodewijk de Waal, voorzitter van Humanitas en van de Humanistische Alliantie, kondigde aan dit boek niet te zullen gaan lezen. „Het is toch wel erg merkwaardig dat er een hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek opstaat die zelfs zékerheden over een leven na de dood kan verkopen. Die pretentie hebben zelfs de meeste gelovigen niet meer in onze moderne tijd.”

Maar Maso verkoopt geen wetenschappelijke zekerheid. Na te hebben vastgesteld dat er geen wetenschappelijke argumenten zijn om te beweren dat er een leven na de dood is, stelt hij dat er ook geen wetenschappelijke argumenten zijn die bewijzen dat zo’n leven zeker niet bestaat.

Omdat Maso het idee dat het met de dood afgelopen is, ondraaglijk vindt, zoekt hij naar manieren om zekerheid te krijgen over een postuum voortbestaan. En omdat wetenschappelijke zekerheid niet haalbaar is, zoekt hij naar de zekerheid van een geloof, dat ’theoretische onrust beëindigt’. Maso: „Ik had er een disclaimer bij kunnen zetten dat het hier geen wetenschappelijke conclusie maar een geloof betreft, maar ik kon me niet voorstellen dat iemand zich daarin zou vergissen.”

Een van de manieren is volgens hem het je verdiepen in beschrijvingen van het hiernamaals. De beschrijving van de mediums die Maso geloofwaardig vindt, is echter heel anders dan traditionele katholieke, islamitische, hindoeïstische, of sjamanistische beschrijvingen. Toch houdt Maso staande dat zijn beschrijving universeler is dan die van de grote religies – ook een geloof, geeft hij toe, dat wel.

Maso heeft met zijn boek een steen in de momenteel toch al turbulente vijver van het humanisme gegooid. Op verschillende humanistische internetsites woeden heftige debatten. Zijn boek zou ’niet-humanistisch’ zijn. ’Gelovers in het hiernamaals horen hier niet thuis’, klinkt het. ’Tijd om lidmaatschappen op te zeggen’, ’het is op de universiteit voor humanistiek nog erger dan ik dacht’. Hopen op een leven na de dood zou volgens verschillende debaters ’egocentrisch en narcistisch’ zijn.

Maso zelf laat zich ook niet onbetuigd. Hij stelt dat de humanistische sites gekaapt zijn door ’fundamentalisten die zich humanist noemen’, maar dat vanwege hun dogmatische houding per definitie niet zijn.

Maso, afkomstig uit een ongelovig, socialistisch milieu, zegt in de loop der jaren steeds humanistischer te zijn geworden. „Humanisme is voor mij het zoveel mogelijk streven naar een situatie waarin mensen in vrijheid hun levensvragen kunnen beantwoorden. In de Renaissance ontdekten humanisten hun gebondenheid toen ze kennis maakten met de literatuur van de oude Grieken. Ze overstegen ermee hun beperktheid en vergrootten hun keuzevrijheid. Tegenwoordig zitten we weer in een soort renaissance. Met het ontdekken van religiositeit ontdekken we de beperktheid van een humanisme dat alles wil herleiden tot wat we kunnen waarnemen.”

Maso heeft zijn vraagtekens bij het humanisme als organisatie, met eigen instellingen en een leer. „Eigenlijk bestaat er alleen een humanistische houding en die kom je ook tegen in allerlei hedendaagse religieuze stromingen, zoals in het vrijzinnig christendom.”

De polarisatie tussen religieuze en atheïstische humanisten laait de laatste jaren steeds weer op. Atheïstische humanisten vinden de humanistische universiteit een broeinest van esoterische zweverigheid. Ze is „een verzameling levenskunstenaars, spiritisten, zwevers en islamknuffelaars, met humanisme heeft dat allemaal niets te maken. Nederland staat voor joker in de wereldwijde humanistische beweging.”

Maso, exponent van de religieuze richting, daarentegen vindt dat het Humanistisch Verbond onterecht een religiekritische koers vaart. Zo noemt hij de leuzen waarmee het Humanistisch Verbond tegenwoordig leden werft – zoals: zonder het humanisme zijn we aan de goden overgeleverd – ’onjuist’. „Ze polariseren onterecht tussen mensen die in God geloven en mensen die zich humanist noemen en dus geen goden zouden vereren.”

Een uitweg voor de twee tegenover elkaar staande posities ziet hij niet. „We zijn daar nog lang niet van af.”

Tijdens het schrijven van zijn boek over onsterfelijkheid was Maso vooral op een theoretische manier met het onderwerp bezig. Nu legt hij zich toe op de praktijk van het vinden van zekerheid. Hij is aan het oefenen.

Bijvoorbeeld door het besef op te roepen dat er achter het ’ik’ dat wil, denkt of doet een fundamenteler ik ligt, het ’Ultieme zelf’. Dit is volgens Maso een ik dat zijn eigen vergankelijkheid niet kan denken, en hij ziet daarin een aanwijzing voor onvergankelijkheid. Maso probeert dit besef op te wekken met de transcendente meditatie-oefeningen die hij ooit heeft geleerd.

Ook behulpzaam is het denken en spreken over het leven na de dood alsof het een bepaald gebied is. Met de bewoners ervan zoekt Maso in zijn meditaties contact. „Het hiernamaals zal meer werkelijk worden voor ons wanneer we goede gedachten zenden naar overleden individuen. Dit zou hen helpen in hun ontwikkeling.”

Waar zijn experimentele zoektocht hem nog zal brengen weet hij niet. Maso: „Neem bidden. Dat heb ik nog nooit gedaan. Dus begin ik er eerst maar eens een boek over te lezen.”

Zijn zoektocht volgt soms onvermoede paden. Vorige maand heeft hij het geestverruimende middel ayahuasca geprobeerd. „Maar ik heb er niks bijzonders door ervaren.”

Al oefenend lukt het naar Maso’s zeggen aardig om zijn gevoel van zekerheid te laten groeien, zegt hij. „Maar een garantie is er niet. Wat dat betreft kunnen we niets meer dan ons best doen en hopen dat het wonder zal geschieden.”

Nav. Ilja Maso: Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid. Ten Have Kampen, 160 pag., €18,90, ISBN 9789025957933.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden