'Hulpverlening wil te snel'

seksueel misbruik | De theologen Jeannette Deenik-Moolhuizen en Gezien van der Leest van Vrouwen Pastoraat Seksualiteit Geweld zien zichzelf als een veilige haven waar slachtoffers van seksueel geweld hun verhaal kwijt kunnen.

Regelmatig maken Jeannette Deenik-Moolhuizen en Gezien van der Leest het mee; iemand die wit wegtrekt tijdens een van de cursussen die zij geven over het herkennen van seksueel misbruik. Laatst nog, tijdens een avond met pastores, vertelt Deenik-Moolhuizen. "Nu zie ik het", zei een verbijsterde ambtsdrager. "Die ene persoon waarbij het nooit helemaal lekker bij liep, dat was er één. Een slachtoffer. En ik heb niets gedaan."

Een wereld valt er nog te winnen, zeggen Van der Leest (54) en Deenik-Moolhuizen (72) van het Vrouwen Pastoraat Seksualiteit Geweld (VPSG), een stichting die dit jaar dertig jaar bestaat. Seksueel misbruik is volgens de twee wijdverbreid, maar te vaak kijkt de maatschappij weg en wil hulpverlening te snel door. Geen goede zaak, stellen de twee. Ze voeren een pleidooi 'om het uit te houden met het lijden van slachtoffers'. "We bieden een luisterend oor zodat getroffenen en mensen in hun omgeving niet alleen staan."

De twee theologen begeleiden mensen die in aanraking zijn gekomen met seksueel geweld en aankloppen bij de VPSG in hun kantoor in de Haarlemse binnenstad. De stichting ziet zichzelf als een veilige haven waar mensen hun verhaal kunnen vertellen zonder dat daarbij op de klok wordt gekeken.

Wegkijken

Bewustwording zoals die bij de wit wegtrekkende ambtsdrager ontbreekt volgens Van der Leest en Deenik-Moolhuizen veelal in de maatschappij. De neiging bestaat om weg te kijken van seksueel misbruik, stellen de twee begeleidsters. Vooral als het om jonge slachtoffers gaat. "Want je houdt niet van ellende", stelt Van der Leest. "Het is te gruwelijk om te bedenken, geeft je een naar gevoel. Maar dat geldt natuurlijk extra voor slachtoffers."

Het maakt, zegt Van der Leest, dat sommige slachtoffers die aankloppen terughoudend zijn met hun verhaal. Ze vinden het te gruwelijk om te vertellen. "'Dat kun je niet hebben', zeggen ze dan. Dan is er juist zorg voor ons. Dat gevoel wordt gevoed door de ervaring van slachtoffers dat mensen hun verhaal niet kunnen aanhoren."

Aandacht voor het lijden van de slachtoffers is volgens de twee ondergeschikt aan de publieke verontwaardiging die volgt na het bekend worden van misbruik, zoals dat de afgelopen jaren aan het licht kwam in de katholieke kerk. De nadruk ligt op misbruik door priesters en pastoors, het sensationele aspect, zeggen de twee. Dat is volgens hen begrijpelijk, maar degenen die in hun eigen, huiselijke kring een onveilige situatie hebben meegemaakt vallen daardoor buiten de boot. Ze blijven onzichtbaar, zegt Deenik-Moolhuizen. "Het was altijd al de bedoeling van de daders om onzichtbaar te blijven. Daar moeten wij geen handlanger van willen zijn. Het laat zien dat misbruik met alles is verweven."

Uit ervaring zeggen de twee begeleidsters te weten dat slachtofferhulp een langzaam en intensief proces is. Het kan lang duren voordat iemand vooruitgang boekt, of zijn ervaringen überhaupt een plek kan geven. Het VPSG probeert mensen te ondersteunen in hun lijden door ook nadat een proces is afgesloten een plek te blijven waar mensen terecht kunnen met hun verhaal, vertelt Deenik-Moolhuizen.

Ook het geloof kan daar een handreiking in bieden, vindt het duo. "Jezus is de opgestane die zich toont inclusief zijn wonden. Dat is hoe Thomas (een van de discipelen, red.) hem herkent. Dat kun je aanbieden als troost, als mensen dat zelf niet verzinnen. Dat je gekend bent in je lijden."

Het VPSG neemt de tijd met slachtoffers, zeggen Deenik-Moolhuizen en Van der Leest. Aan tijd ontbreekt het volgens hen in de professionele hulpverlening weleens. Ze maken het regelmatig mee met cliënten die eerder hulp zochten bij officiële instanties. Het moet daar te snel, zeggen ze, want geld speelt een belangrijke rol. "Terwijl het vaak langzame processen zijn die niet in voorgeschreven formats passen."

Het is voorgekomen, zegt de begeleidster, dat een slachtoffer dat hulp zocht bij het VPSG eerder door een psychiater als 'genezen' of 'uitbehandeld' was verklaard. "Als je dan doorvraagt, blijkt diegene een cursus te hebben gehad om de straat weer op te durven, of een om in het hier en nu te leven." Zo'n aanpak werkt volgens Van der Leest niet bij iedereen, en heeft gevolgen voor de mensen die zich niet beter voelen na professionele hulp.

Kop-op-mentaliteit

"Mensen moeten zich vaak enorm oppompen om de stap naar hulpverlening te zetten. Dat is juist een zelfoverwinning." Een klacht die de twee regelmatig horen, is dat slachtoffers bij instanties hun verhaal te vaak aan verschillende mensen moeten vertellen, of pittige vragen voor hun kiezen krijgen. Deenik-Moolhuizen: "Als je met moeite met jouw misbruikverhaal voor de draad komt, en vervolgens aan een wildvreemde antwoord moet geven op de vraag wat je eerste seksuele ervaring was, en of je die wel of niet of als prettig ervoer, snap ik dat mensen geneigd zijn af te haken."

Het moet minder succes gericht, vinden de begeleidsters, minder met een 'kop-op-mentaliteit'. Zelf zeggen zij dat te doen door tijdens hun begeleiding te onderstrepen dat lijden en verdriet niet altijd te verhelpen zijn. Een deel daarvan hoort volgens het duo bij het leven. "Dat is niet altijd op te lossen met een ferm schouderklopje of een driestappenplan. De algemene veronderstelling is dat succes in je leven van jezelf afhangt. Daardoor voelen de mensen die ongelukkig zijn of geen voorspoed hebben zich des te harder een mislukkeling."

Wat is het VPSG?

De Stichting Vrouwen Pastoraat Seksualiteit Geweld (VPSG) is een oecumenische stichting die voortkwam uit de vrouwenemancipatiebeweging in kerken tijdens de jaren '80. Sinds 1985 biedt VPSG hulp aan slachtoffers van seksueel geweld of naasten daarvan. Geloof komt daar volgens de organisatie alleen aan te pas als iemand daar zelf behoefte aan heeft. De stichting draait op fondsen en bijdragen van kerken en donateurs en begeeft zich naar eigen zeggen binnen, op de drempel van en buiten de kerk. In 2015 klopten 75 mensen aan bij het VPSG, waarvan 44 voor regelmatig contact. Die laatste groep bestond volledig uit vrouwen, waarvan de helft tussen 45 en 65 jaar oud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden