Hulpverlening aan Albanië een vak apart

Het verdwijnen van het communisme leidde tot een vloedgolf van ingezamelde spullen en 'amateur'-hulpverleners richting Oostblok. Naast Polen en Roemenië was Albanië erg populair. Stichtingen werden opgericht om ziekenhuizen op te knappen en Nederlandse scholen adopteerden scholen in Albanië. Toch blijkt hulpverlening niet altijd zo eenvoudig. Hulpgoederen verdwijnen en de Albanees is niet altijd gediend van de aangeboden hulp.

's Ochtends om half vijf verzamelt zich in Naaldwijk een bont gezelschap van tuinders, loodgieters, electriciens, een politieagent en een begrafenisondernemer. Allemaal offeren zij een week vakantie op, om in dienst van de stichting Korça in Albanië een psychiatrische inrichting op te knappen. Volgens Artsen Zonder Grenzen is de inrichting in Vlore een van de slechtste in Albanië en daar moet volgens hen zo mogelijk verandering in worden gebracht.

De Westlandse stichting Korça heeft aangeboden om de basisvoorzieningen - zoals water en electriciteit - aan te pakken. Artsen Zonder Grenzen stelt zelf, voor de verbetering van de verpleging van de patiënten, twee medewerkers beschikbaar.

In het gezelschap van de Westlanders bevindt zich ook onderwijzer Frans Jansen van de basisschool De Ouverture. Zijn school steunt een Albanese school en stuurt daar regelmatig spullen naar toe. Onlangs kreeg de Ouverture echter weer een brief met een verzoek voor nog meer materiaal. Frans Jansen: “Het was een hele waslijst waarin zij om allerlei dure spullen vroegen. Zoals computers, verrijdbare schoolborden en materiaal voor het natuurkundelokaal, zaken die wij zelf niet eens voor onze eigen kinderen kunnen kopen. Daarom ga ik maar eens poolshoogte nemen wat die Albanese school nu eigenlijk van ons wil of verwacht.”

De situatie in de inrichting in Vlore is zonder meer slecht. Het terrein en de gebouwen zijn zwaar verwaarloosd. Het gebouw is tegen een berg aangebouwd en gaat terrasgewijs omhoog. Bovenaan zitten de zogenaamde 'afgeschrevenen', patiënten die niet te behandelen zijn in een hok opgesloten. Daarnaast bevindt zich de TBC-afdeling. Nergens glas in de ramen, wel ligt overal stront op de grond. De patiënten die er wat beter aan toe zijn, dolen doelloos rond op het terrein, in hun streepjespyjama of ochtendjas.

De Westlanders moeten ervoor zorgen dat de patiënten straks onder de douche kunnen. Ook moeten er wasmachines en een centrifuge worden geplaatst. Ze beginnen met inspectie van de waterleiding. Dat valt tegen. Op allerlei plaatsen is de leiding onder grote hopen puin verdwenen.

De onderwijzer is de volgende die een teleurstelling te verwerken krijgt. In de school, die Ouverture heeft gesteund, is niets van het opgestuurde materiaal terug te vinden. Alleen wat stukken vensterglas. De Albanese onderwijzer Spartak, die Frans Jansen rondleidt, probeert hem ervan te overtuigen dat alle spullen wel goed terecht zijn gekomen. “Het was echt een feest de dag toen wij alle schriften en knuffels aan de kinderen uitdeelden”. De kinderen zelf zijn echter vrij en kunnen het verhaal niet bevestigen.

“Maar wat is er met het glas gebeurd?”, informeert Jansen voorzichtig. Dat is helaas allemaal kapotgegooid door kinderen, krijgt hij te horen. Over de Nederlandse verf begint Spartak zelf. Die hebben ze nog niet gebruikt, omdat ze eerst nieuwe ramen willen plaatsen. Jansen krijgt de verf echter niet te zien.

Nadat het IJzeren Gordijn in 1991 ook in Albanië was verdwenen, kwam een totaal berooide bevolking te voorschijn. De schrijnende beelden op tv resulteerden ook in Nederland in allerlei inzamelacties voor goederen en kleren. Maar hulp geven blijkt een vak apart. Dat heeft ook de stichting Korça de afgelopen jaren ondervonden. Volgens voorzitter Jaap van Essen en secretaris Rien Goudswaard van de stichting hangt het welslagen van een actie sterk af van de leiding van een instelling.

Daarnaast is een goede verdeling van de goederen belangrijk. Dat merkten ze bij een ziekenhuis in Korça. Goudswaard: “Wij hadden een kraamkliniek opgeknapt en ter aflsuiting wilden we voor de vrouwen iets aardigs doen. Wij besloten hen een pakketje met handdoeken en zeep te geven. Een actie die onverwachts uitmondde in een enorme chaos. De pakketten werden door de patiënten direct uit het raam gegooid naar familieleden. Ze waren bang dat het personeel de spullen zou stelen. Die angst was niet onterecht.”

Behalve het niet goed terechtkomen van de goederen, komt het ook voor dat er tweedehands spullen richting Albanië gaan, waar de Albanezen niet op zitten te wachten. Bijvoorbeeld de machines voor de broodfabriek van Korça. Henk-Jan Lomans, destijds werkzaam voor Dorkas: “De burgemeester van Korça had om een broodfabriek gevraagd. Hiervoor werden vanuit Nederland verschillende machines gestuurd. Er was echter een probleem: het gebouw was ongeschikt als broodfabriek. De machines bleken niet berekend op het Albanese deeg.”

Bovendien bleek een grote broodfabriek minder urgent in Korça, omdat de kleine fabriekjes en bakkers in de stad voldoende capaciteit hadden om de bevolking van brood te voorzien. Lomans' advies om het project te staken, vond in Nederland geen gehoor. Hij werd aan de kant gezet, en er werd zelfs besloten een tweede fabriek, in Pogradec, te openen.

Lomans: “Onlangs is de fabriek in Korça toch gesloten. En die fabriek in Pogradec levert brood aan militairen en de politie. Voor hen was het project niet opgezet.”

Het repareren van de waterleiding in de psychiatrische inrichting van Vlore blijkt geen eenvoudige klus. De loodgieter van de inrichting weet ook niet precies hoe de leiding liep, en meezoeken doet hij niet. Niettemin kan er dank zij de Westlanders weer op de TBC-afdeling en die van de 'afgeschrevenen' worden gedoucht. De directeur van de inrichting toont weinig belangstelling of dankbaarheid. Kees van Staalduinen: “Dat hoeft natuurlijk ook niet, je staat je hier niet rot te werken voor de directeur, maar om die patiënten een wat fatsoenlijker leven te geven”.

De medewerkers van Artsen Zonder Grenzen zijn wel blij met de nieuwe voorzieningen. “Nu kunnen wij echt eisen stellen aan de verpleging, om de verzorging hier beter aan te pakken. Er liggen hier hele stapels kleren voor de mensen, zodat zij niet langer in die verschrikkelijke pyjama's hoeven te blijven lopen. De directie wilde niet dat de patiënten ze droegen, omdat ze niet gewassen kunnen worden. Nu vervalt dat excuus. Daarnaast kunnen de mensen hier ook behoorlijk worden gedoucht. Als de mensen nu geen goede verzorging krijgen, ligt het niet meer in de eerste plaats aan de spullen”.

Videoband

Onderwijzer Frans Jansen is inmiddels terug in Nederland en bekijkt thuis de videoband die hij heeft meegekregen van zijn Albanese collega Spartak. Daarop ziet hij een aantal dolgelukkige kinderen de knuffels en schriften uit Nederland in ontvangst nemen. “Hierdoor ben ik toch weer wat meer gerustgesteld. Een groot deel van de spullen is waarschijnlijk toch terechtgekomen bij diegenen voor wie ze waren bedoeld”.

Natuurlijk beseft Jansen dat de Albanezen decennia lang meesters zijn geweest in het maken van propagandafilms. Jansen: “Maar ik zag al onze dozen staan, en de kinderen allerlei spullen uitzoeken. Het lijkt me sterk dat ze deze later weer hebben moeten inleveren.”.

Van het glas en de verf is ook op de video niets terug te zien. Het lijkt Jansen daarom geen goed idee, iets dergelijks nog eens te sturen. “We zijn wel van plan in februari weer kleine spullen te sturen, zoals schriften en knuffels. Misschien vragen we dan wel iemand om erop te letten dat het materiaal ook aankomt en wordt uitgedeeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden